HISPANIOLA
Geplaatst door: sailingmaru 12/04/2012Verstekelingen
“Het laatste van Cuba” was nog niet helemaal het laatste. Voor security-reasons moesten we dus nog net voor vertrek aan de kade in de marina gaan liggen. Maanden van zorgvuldig omgaan met boodschappen, schoenen en alles wat je maar aan boord haalt om te zorgen dat je kakkerlakvrij blijft, werden daar in enkele uren teniet gedaan: ze marcheerden in rijen van drie naar binnen. Ik heb zo’n hekel aan die beesten, maar je ziet het gebeuren en kunt alleen maar op jacht en verse lokdozen plaatsen. Fijn souvenir. We hebben weer wat te doen de komende tijd!! Hopenlijk gaan we in de DR een paar dagen van boord en kunnen we de boel vergassen, want normaalgesproken heb ik meer last van die insecticiden dan zij …
De oversteek
Zondagochtend wilden we om 7.00 uur vertrekken maar hadden al te horen gekregen dat dat pas om 8.00 uur kon omdat immigration pas om 8.00 uur aanwezig is. Balen, want we zjn wel om 6.00 uur wakker, dus je bent om 7.00 uur echt klaar om weg te varen. Na ontbijt en koffie ben ik maar voor de kantoren gaan hangen. Iedereen was er, de havenmeester, guarda en douane want die hebben allemaal een 24-uurs aanwezigheid, alleen immigration niet. Het was erg gezellig en goed voor mijn spaans, maar ja, daarvoor zat ik er niet. Iedereen had ook al meteen zijn deel van de papierwinkel gedaan en toen om 8.00 uur immigration niet aanwezig was, heeft de havenmeester gebeld en zelf onze visa uit de paspoorten verwijderd. Ik denk dan maar niet meer na over het feit dat het ook een uur eerder had kunnen gebeuren, hasta la vista Cubaanse bureaucratie!!!
We wisten dat er heel weinig wind was voorspeld, maar meestal waait het dan toch 5 knopen harder. In dit geval dus niet. De zee was uitermate vlak en de wind ook echt 0-5 knopen. Dat was dus motoren waarbij het niet eens de moeite was om een zeiltje bij te zetten. ‘s middags kwam er iets meer wind en kon eerst de fok en daarna het grootzeil bij maar de motor deed toch het grootste deel van het werk. Uiteindelijk hebben we toch rond 22.00 uur de genua bij kunnen zetten en de motor uit en hebben we heel even gezeild maar toen bleek de stroom weer zo sterk dat hij ons helenaal uit koers zette, dus het zeilen was van korte duur en uiteindelijk alle zeilen weg omdat we knal tegen het kleine beetje wind in moesten. Irwin heeft in zijn wacht de zeilen weer wel gehesen en toen ik om 3.00 uur op wacht kwam, kreeg ik de overdracht: “hier zit een schip, daar hebben we geen last meer van, daar zit een schip en ik weet niet wat hij gaat doen” en ik zag nog een derde schip aan de horizon verschijnen! “Je redt het wel he!” Nou niet! Hebben we echt in 3 maanden tijd maar 2 zeeschepen gezien, en ineens 3 bij elkaar die net als wij allemaal door de relatief smalle straat tussen Navassa Island (piepklein US-eiland) en Haïti door wilden. Eén leek werkelijk op ramkoers, dus ik heb hem maar opgeroepen. Hij had ons in beeld en zou ons aan stuurboord houden. Da’s fijn, maar wel heel close, uiteindelijk net een halve mijl en dat is in een pikdonkere nacht toch echt dichtbij. Maar goed, na zo’n uurtje gaat de wacht natuurlijk wel lekker snel voorbij!
De rest van de dag was het een beetje spelen met de wind, soms kwam hij net over bakboord, soms net over stuurboord, dus met elke keer een beetje vallen en loeven konden we toch met motor en zeilen een heel eind komen. De vraag was of we door zouden kachelen of Ile a Vache zouden aanlopen. Aangezien ik Irwin weer de nodige buikkrampen had bezorgd nadat ik hem de eerste zeildag een overheerlijke pastasalade met rauwe paprika te eten had gegeven (en we nu vermoeden dat hij een paprika-allergie aan het ontwikkelen is), besloten we toch maar om Ile a Vache aan te lopen na 188 mijl gevaren te hebben.
Ile a Vache
Wij hadden het nooit zo op Ile a Vache! Het is een klein eiland dat aan de zuidkust van Haïti ligt, maar volgens iedereen die er geweest is, totaal anders is dan Haïti. Het is mooi, arm en er gaan ontzettend veel zeilers heen met “hulpgoederen”. Verder zijn de boatboys berucht, die komen naar de boot peddelen en willen klusjes doen, groente verkopen, als gids functioneren etc. Toen we in Jamaica lagen, kwam er een hele horde boten van Ile a Vache en die leken allemaal een beetje hun buik vol te hebben van het gedoe daar. Voor ons was dat altijd reden te meer om het niet op te willen zoeken.
In tegenstelling tot de bruine bergen met ontluikend groen van Cuba, waren de bergen van Haiti groen en geel, veel vriendelijker om te zien. Ile a Vache is lager, maar met dezelfde groene, gele kleuren. Heel veel locale zeilboten op het water en de aanblik van de baai waar we ankerden was bijzonder, veel palmen, strandje, huisjes, paar jachten en ook daar weer locale zeilboten voor anker. En uiteraard de boatboys in hun boomstammen die uit alle hoeken aan kwamen peddelen. Nog voor het anker er om 17.30 uur in zat, hingen er al een paar van die jongens langzij. In mijn beste Frans (en dat is gelukkig nog steeds heel goed) heb ik ze vriendelijk gevraagd de volgende dag terug te komen en gelukkig gaven ze daar vrij snel gehoor aan. Binnen een kwartier zaten we heerlijk met een borrel en de allerlaatste euroshopper pinda’s in de kuip, te genieten van de geluiden en bewegingen van het leven om ons heen. Geef ons maar bewoonde eilandjes!
Wat een rust en wat een stilte! We hebben als een blok geslapen die nacht.
We hadden besloten sowieso één dag te blijven en dan maar verder te zien. Die ochtend kwamen de jongens weer terug, zij het in minder grote getale. Met één ervan heb ik het dek geschrobd om te kijken of we het roet en de zwavel uit Santiago konden verwijderen. En dat is gelukkig voor een groot deel gelukt (roet wel, zwavel matig) Irwin ook nog wat klussen gedaan, die bedenkt altijd weer iets als we aan het zeilen zijn, het kan altijd beter ….
Net toen we ‘s middags het land op wilden gaan, zagen we een hele vette onweersbui van het vasteland aankomen, daar regende het flink en wij hadden de wind al. Uiteindelijk zijn we aan boord gebleven en is de bui ook niet overgekomen, maar wel veel meer wind en golven in de baai, dus de nacht was een stuk onrustiger.
Inmiddels hadden we besloten om nog even lekker te blijven. We hadden eigenlijk vanaf Cienfuegos flink doorgevaren en weinig ontspannen, ik had Santiago nog wel als een tussenstop ervaren, maar Irwin had daar vanwege die darmen weinig lol gehad, die had nú het gevoel van “teveel te moeten”, dus even een break! Zeker ook omdat we ook na die hele dag op die ankerplaats het gezeur van de boatboys reuze mee vonden vallen en het leven rondom ons ons wel beviel.
We hebben nog iemand een ochtend het RVS van de zeereling laten poetsen en zijn een ochtend met een “gids” naar een dorpje verderop gelopen waar de wekelijkse markt was. Die wandeling deden we net nadat er een flinke bui was gevallen, dat hebben we geweten! Waar de paden de dag ervoor goed verhard waren, was het nu een grote modderbende, en ook nog van die modder die lekker aan je schoenen blijft plakken zodat je binnen no-time een paar kilo meer gewicht aan je voeten hebt hangen. De wandeling van 3 kwartier tot een uur, werd 1,5 uur! De markt zelf was ook een tafereel dat in de binnenlanden van Afrika niet zou misstaan inclusief de modder!
Er schijnen 15.000 mensen op het eiland te wonen, ik denk dat de helft wel op die markt was! Ik heb wat fruit gekocht, maar vooral fruit dat geschild moet worden, aan de kool en de boontjes ben ik maar niet begonnen!
Terug zijn we met een locale (open) zeilboot meegevaren! Een lekke houten boot, zeilen die van verschillende lappen aan elkaar zijn genaaid, vol met spullen die op de markt zijn gekocht en zeker 15 mensen. Da’s wat anders dan met z’n tweeen op een luxe jacht! Maar het liep wel en we waren zo weer terug in de baai waar de boot lag. Achteraf hoorden we dat dat bootje “Avion du Mer” heet, een uiterst toepasselijke naam want het gaat echt snel!
Verder de nodige wandelingen over het eiland gemaakt, al dan niet onder begeleiding van de locale jeugd. Het is absoluut een arm onderontwikkeld eiland. Maar we waren verbaasd over hoe goed een groot deel van de huizen eruit ziet. Ja, er staan ook echte hutjes waarvan je je niet kunt voorstellen dat er mensen in wonen, maar er staan ook veel stenen en/of betonnen huizen en het is opvallend hoe mooi die geschilderd zijn en hoe keurig de omheinde erfjes er uit zien. We hadden veel minder verwacht. Er is geen stromend water, mensen halen water bij diverse pompen en er is geen electriciteit. Maar gelukkig heeft
meneer Digicel (de Caribische Vodafone) ervoor gezorgd dat je wel je mobieltje kunt opladen, want hij heeft diverse hoge palen met zonnepanelen geplaatst met daaronder een kastje met accu’s en een tiental oplaadpunten waar iedereen zijn mobieltje kan inpluggen. Ja, ook Ile a Vache ontkomt niet aan de vooruitgang.
Er is nauwelijks werk op het eiland, wat vissen (ver onder de maat), wat landbouw en een paar hotels waar wij nauwelijks gasten hebben gezien. Die paar jachten die gedurende een half jaar in de baai liggen brengen naar verhouding een hoop geld (en goederen) binnen met de kleine klusjes die ze verdelen onder vooral de jeugd. Het dorp waar ze liggen, vaart er wel bij.
En ik moet eerlijk zeggen dat het wel meeviel met het gezeur. Wij hadden een paar vaste knullen die wat voor ons deden en de rest heb ik elke keer vriendelijk afgewimpeld en eigenlijk ging dat altijd goed. Zelden dat ze echt bleven zeuren. Ook hier blijven we wel hard. Ze krijgen iets als ze er wat voor doen en anders niet, ongeacht het verhaal waar ze mee komen en sommige zijn/lijken echt zielig, maar ja ik kan hun leven toch ook niet veranderen en voor je het weet heb je 20 van die jankverhalen aan je boot hangen (en jank je zelf mee). We leveren een bijdrage en that’s it.
Maar het is wel aandoenlijk als de jongen die een paar keer iets voor ons heeft gedaan, komt vertellen dat hij z’n 15 dollar aan school heeft betaald. En het is nog aandoenlijker als diezelfde jongen, die eigenlijk te serieus en zorgelijk is voor z’n leeftijd van 17 jaar, even later voorbij komt drijven in de zwemband die ik voor z’n broertje had gegeven, ineens is het dan toch nog een echt kind!
Bovendien is het bijna altijd een plezier voor het oog als die jongens langkomen. Ze mogen dan niet veel hebben, maar ze hebben bijna allemaal een fantastisch stel tanden en een bijzondere glimlach. Ze kunnen het woord orthodontist niet spellen en hun moeder kan er zeker geen betalen, maar ze hebben er ook echt geen nodig, wat een schitterende tanden hebben ze!
En ik ben ook echt wel gevallen voor een paar van die knullen die op bestelling een bakje zelfgeplukte en door moeders gebrande verse cashewnoten kwamen brengen of gewoon even hun hart uit kwamen storten over de besognes op de ankerplaats. Eigenlijk zijn het gewoon kinderen die zich kapot vervelen en het gewoon leuk vinden om een babbeltje te maken. Toppunt was Bithovens (fantastische namen hebben ze) die om mijn emailadres kwam vragen op het moment dat hij netjes met een hand afscheid nam en ons een goede reis kwam wensen. 14 jaar en zo spontaan en beleefd, ik wil ze in Nederland zo nog wel tegenkomen!
Verder naar Dominicaanse Republiek
Na bijna een week kwam er weer een goed weatherwindow aan en waren ook wij met het eiland zelf wel klaar.
Maandag 2 april zijn we om 9.00 uur vertrokken voor een tocht van 130 mijl naar Isla Beata, de eerste stop in de DR. De gribfiles en Chris Parker waren unaniem! Het zou weer uitermate kalm worden, the perfect opportunity om oostwaarts te varen. Wij vonden het een stuk minder kalm dan we hadden gehoopt en voorzien. De eerste uren met zeilen en motor laveren in een hoek van 120 graden. Dat schiet echt lekker op! Na een paar uur werd de zee wat kalmer en konden we de boot min of meer op koers leggen en tegen de wind in motoren. Dat bleef zo voor de volgende 20 uur. Weer geen schip gezien, geen vis gevangen (niet eens geprobeerd deze keer) en om 13.00 kon het anker bij Beata in de grond, waar we ook het enige zeilschip waren.
Uurtje later kwamen de mannen van de coastguard in vrijetijdskleding aan boord. (Ik neem tenminste aan dat het de mannen van de coastguard waren) en die hebben weer in een schattig schriftje van alles genoteerd en de boot grondig doorzocht. We mochten blijven, zelfs zonder steekpenningen.
Het eiland hebben we vanaf de boot bekeken en het ziet er supermooi uit. Het is een groot natuurreservaat waar verder alleen wat vissers zitten en we hebben ook weer eens bijzondere vogels zien vliegen.
De volgende ochtend direct bij het eerste daglicht vertrokken want we durfden het niet aan om daar in het donker weg te varen. Niet veel, maar toch teveel visboeitjes en we houden niet van zo’n ding in onze schroef. We hadden besloten om langs de zuidpunt van Isla Beata te varen, noordelijk langs het eiland kon ook, maar was een stuk ondieper en we wisten niet of de kaarten klopten. Als er ooit een volgende keer komt, doen we de noordkant! Wat hebben we moeten kruisen om om die zuidpunt heen te komen. Na 3,5 uur en 20 mijl waren op het punt waar we anders na 8 mijl en ca 1,5 uur geweest zouden zijn!
Toen hadden we 2 opties, Salinas, n-o en nog 60 mijl, of Barahona iets noordelijker en nog 40 mijl. Dat werd dus Barahona omdat we het met daglicht wilden aanlopen en we hebben maar 13 uur licht per dag.
Net bij het laatste daglicht ging inderdaad het anker in een klein kommetje bij Barahona erin. Wat een dag: wel zeilen op, maar motor bij, 2/3 van de afstand stroom tegen en het enige wat we zagen was een constante flow van polystyreen afval. We zijn weer terug in de geciviliseerde wereld!
Terwijl we nog zaten uit te puffen werden we “ge-enterd” door immigration en de coastguard ofwel de marina de guerra, ook weer in vrijetijdskleding. Je moet het allemaal maar wel geloven. Ze hebben de nodige vragen gesteld, het schip doorzocht en vertrokken toen met onze paspoorten, Cubaanse despacho en US $ 93. Ze zouden binnen 10 minuten terugkomen en dan waren we ingeklaard, alleen de despacho voor het vertrek van de volgende dag, kon pas de volgende dag na 8 uur, want dan was de type-miep er pas.
10 minuten later kwam hij inderdaad terug, stempel in paspoorten, nog een paar formuliertjes en een kwitantie voor $ 73. Dat was dus de eerste $ 20 aan steekpenningen!
Volgende ochtend om 8.30 uur kwamen er keurig als afgesproken 2 nieuwe mannetjes de despacho brengen, maar daar moesten we weer $ 20 dollar voor betalen, “echt de enige keer dat we voor de despacho zouden moeten betalen omdat dit de eerste despacho in de DR was”, kwitantie kreeg ik niet. Weer $ 20 aan steekpenningen.
De tocht naar Salinas was vooral saai, heel saai. Vlakke zee, geen spat wind, bewolkt en nevelig. De enige kleur kwam van de Portugese oorlogsschepen die af en toe voorbij kwamen drijven (schitterende roze kwallen met een “zeiltje”).
Om 14.30 uur konden we voor anker in een hele grote baai, waar duidelijk al veel strandgasten waren. Even later gingen de knoppen van de geluidsinstallaties aan en wisten we dat we in de DR echt wel van de muziek zouden kunnen genieten.
Dit keer kwamen de mannen van M2 en de marina de guerra per geconfisceerde waterscooter aan boord. Ze accepteerden alle papieren dus gelukkig hadden we het grootste deel van onze centen niet aan oplichters betaald. Hier hadden ze verder geen tarief voor wat dan ook, maar vroegen ze om “hulp” voor het betalen van de gasolina die ze nodig hadden om met de brommer van de Commandecia naar de boot te komen. Je verzint het maar! Ik heb een paar dollar gegeven en deze was er tenminste blij mee, even leek het of hij me ging zoenen bij het afscheid nemen. En we hebben hem 2 dagen op zijn brommertje zien crossen tussen al het feestgewoel (zie later) dus hij heeft er in elk geval van genoten!
Na een kopje thee werd het tijd om de kant op te gaan. Er kwam steeds meer geluid in het dorp en we wilden wel weten wat er gaande was. Bovendien hadden we geld en (heel hard) boodschappen nodig. De zoektocht naar de pinautomaat was een drama, eerst richting dorp, toen richting plek waar veel mensen waren. Niets. Op mijn vragen werd alleen maar heel raar gekeken. Blijkbaar hebben ze hier zo’n ding niet echt nodig. Weer terug naar het hotel waar we de dinghy hadden liggen en gevraagd: ja er was een pinautomaat 3 km de andere kant op, het dorp uit.
Kwart over 5 ‘s middags, even overlegd of we de wandeling nog zouden redden voor het donker want het leek geen weg die je in het donker moest lopen. Toch gedaan. Wat een eind! Vreselijke weg naar de scheepswerf waar bij de pport een pinautomaat was. Het ergste van de weg was dat iedereen die de hele middag op het strand had zitten drinken, daar op brommertjes en auto’s langs kwam scheuren. Ik heb het al vaker gezegd. We zullen eerder een ongeluk op het land krijgen dan op zee, dit was geen slimme actie van ons om op dat moment achter die pinautomaat heen te gaan. Maar gelukkig kwamen we met geld net voor het donker weer in de bewoonde wereld.
We troffen Salinas in de Semana Santa, de heilige week voor Pasen! Er is weinig heiligs aan wat er dan gebeurt in zo’n dorp. Salinas is een klein dorp met niet zoveel vaste inwoners maar met een mooi strand en veel tweede huizen voor de “rijken” uit de stad. Dat werd allemaal in vette nieuwe 4×4 aangevoerd! Verder veel dagjesmensen, in onze ogen ook met bovengemiddeld luxe auto’s. De jeugd kwam op brommertjes en Irwin constateerde dat je in de DR met 3 personen op een brommer “mag”. Het zag er allemaal op z’n paasbest uit en dat betekent erg veel macho blingbling, een beetje teveel naar onze smaak. Donderdag was het een oorverdovende herrie van alle kanten, vrijdagochtend begon luidruchtig om 8.00 uur maar blijkbaar was er toch enig gevoel voor de betekenis van Goede Vrijdag want om 10.00 uur werd het geluid weggedraaid om pas om middernacht weer vol in de speakers te gaan! Zaterdag hebben we niet meer meegemaakt en zijn we vertrokken. Het was teveel. Na 2 maanden relatieve rust in Cuba, een week Ile a Vache waar ze niet eens electriciteit hebben, was Salinas echt een cultuurshock. Soms ben je op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Waarschijnlijk was het een paar dagen later een oase van rust geweest als alle weekend gasten weg waren.
Bovendien was het nog goed weer om oostwaarts te gaan en wilde ik een supermarkt!! De boot was nl echt leeg! Toen we uit Curacao vertrokken had ik meer proviand dan ooit eerder aan boord, nu waren we inmiddels leger dan ooit. Ik kon Irwin niet bewegen een dag in Barahona te blijven om te fourageren en de winkeltjes in Salinas bleken voornamelijk ingesteld op drankverkoop. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe ik naar een echte supermarkt verlangde!
Boca Chica
Dus paaszaterdag naar Boca Chica, waar we ook zeker een vol strand zouden aantreffen maar wellicht ook een supermarkt. Een tocht van 60 mijl die we ontspannen motorzelend hebben kunnen afleggen en we waren om 16.30 in de marina waar we hoopten voor anker te kunnen, maar die hoop werd al gauw de bodem ingeslagen toen we de beperkte ruimte daar zagen. Het werd dus een mooring voor $ 18 per dag, da’s veel geld. Wel “free” wifi op de boot en dat is wel weer eens echt heerlijk!!!
We liggen in schitterend turquoise water (zoom in op de satelietfoto van het positierapport, we liggen in het lichte water) met zicht op een strandje waar het druk was, heel druk! Maar tot onze verbazing (ook in Salinas) vertrekt iedereen voor het donker wordt. Dat is in Curacao wel anders, daar beginnen de feesten dan pas!
Zondag zijn we Boca Chica ingelopen via het strand. Boca Chica is een toeristenoord met een aantal all-inclusive hotels aan mooie zandstranden en een hoofdstraat met de gebruikelijke souvenirswinkeltjes en restaurantjes en de locale bevolking kan gebruik maken van een tweede keus smal strand of een rotsachtig geheel op de funderingen van verdwenen huizen. Het is niet altijd eerlijk verdeeld! Het locale deel was wel uitermate gezellig met strandtentjes met zelfgetimmerde stoelen, in vrolijke kleuren geschilderd en hele families die de pan zelfgemaakt eten op tafel hadden staan. Tegen 17.00 uur maakte een flinke plensbui ineens een einde aan het paasweekend!
Maandag was business als usual en zijn wij met de bus naar Sto Domingo gegaan. Sto Domingo is de hoofdstad van de DR en de oudste stad van de Carieb, tenslotte heeft Columbus hier zijn eerste voetstappen staan. Behalve het predikaat “oudste of eerste” stad, kathedraal, universiteit etc, heeft de stad zelf niet veel te bieden. San Juan, Carthagena, Havanna mogen dan “iets” jonger zijn, ze zijn beslist heel veel mooier. We dachten dat we verwend waren, maar ook iemand die met zijn eerste seizoen Carieb bezig is, bevestigde ons dat de oude stad niet echt de moeite waard is. Jammer, want we hadden er ons wel veel van voorgesteld. Het is wel een grote stad, 3 miljoen inwoners, en we waren onder de indruk van de infrastructuur. De wegen zijn goed en zelfs de bottleneck van een paar bruggen over een rivier levert niet de ons bekende verkeerschoas op. De busjes zijn voor caribische begrippen luxe. Er gaan niet meer mensen in dan stoelen en de gangpaden blijven vrij. Dat hadden we al heel lang niet meer meegemaakt! Wat ze echter niet onder controle hebben is het ophalen van het vuilnis! Overal stapels met vuilniszakken en je ziet veel mensen de straten schoonhouden, maar het afval wordt niet opgehaald. Er zijn hele stukken van de stad waar het zelfs echt stinkt. Voor ons wel in grote mate bepalend voor de indruk van zo’n stad.
Dinsdag was eindelijk supermarktdag. Met de auto van de marina bij hypermarché Olé afgezet en als we genoeg kochten konden we met het busje van de supermarkt terug. Dat laatste is gelukt! Hoewel niet de keuzemogelijkheden die we in Curacao gewend zijn, konden we toch wel de nodige voorraden aanvullen. Het was in elk geval meer dan ik in maanden had gezien.
We gaan morgen voor een paar dagen het land in met de bus en als we terugkomen gaan we eens bedenken of we nog een paar plekken aan de zuidkust aan gaan lopen of direct richting zuiden vertrekken.
Het hangt denk ik erg af van hoe we deze landdagen gaan ervaren. We vinden de DR duur en hebben bovendien het idee dat we te vaak te veel moeten betalen omdat we toerist zijn. In andere landen proberen ze dat ook, maar meestal gaat dat met een smile en kun je onderhandelen, het is een spel waar we steeds beter in worden. Hier hebben we het een paar keer meegemaakt en er valt weinig te lachen, we worden er een beetje chagerijnig van. We zijn ook niet echt onder de indruk van de mate van serviceverlening van de mensen die betaald worden om service te verlenen. We komen in het “wild” heel veel vriendelijke en behulpzame mensen tegen, maar de “professionals” hebben er in onze ogen weinig van begrepen en dat zou kunnen betekenen dat we hier minder lang gaan blijven dan voorzien.




















































