HISPANIOLA

Geplaatst door: 12/04/2012

Verstekelingen

maru in ile a vache

“Het laatste van Cuba” was nog niet helemaal het laatste. Voor security-reasons moesten we dus nog net voor vertrek aan de kade in de marina gaan liggen. Maanden van zorgvuldig omgaan met boodschappen, schoenen en alles wat je maar aan boord haalt om te zorgen dat je kakkerlakvrij blijft, werden daar in enkele uren teniet gedaan: ze marcheerden in rijen van drie naar binnen. Ik heb zo’n hekel aan die beesten, maar je ziet het gebeuren en kunt alleen maar op jacht en verse lokdozen plaatsen. Fijn souvenir. We hebben weer wat te doen de komende tijd!! Hopenlijk gaan we in de DR een paar dagen van boord en kunnen we de boel vergassen, want normaalgesproken heb ik meer last van die insecticiden dan zij …

De oversteek
Zondagochtend wilden we om 7.00 uur vertrekken maar hadden al te horen gekregen dat dat pas om 8.00 uur kon omdat immigration pas om 8.00 uur aanwezig is. Balen, want we zjn wel om 6.00 uur wakker, dus je bent om 7.00 uur echt klaar om weg te varen. Na ontbijt en koffie ben ik maar voor de kantoren gaan hangen. Iedereen was er, de havenmeester, guarda en douane want die hebben allemaal een 24-uurs aanwezigheid, alleen immigration niet. Het was erg gezellig en goed voor mijn spaans, maar ja, daarvoor zat ik er niet. Iedereen had ook al meteen zijn deel van de papierwinkel gedaan en toen om 8.00 uur immigration niet aanwezig was, heeft de havenmeester gebeld en zelf onze visa uit de paspoorten verwijderd. Ik denk dan maar niet meer na over het feit dat het ook een uur eerder had kunnen gebeuren, hasta la vista Cubaanse bureaucratie!!!

We wisten dat er heel weinig wind was voorspeld, maar meestal waait het dan toch 5 knopen harder. In dit geval dus niet. De zee was uitermate vlak en de wind ook echt 0-5 knopen. Dat was dus motoren waarbij het niet eens de moeite was om een zeiltje bij te zetten. ‘s middags kwam er iets meer wind en kon eerst de fok en daarna het grootzeil bij maar de motor deed toch het grootste deel van het werk. Uiteindelijk hebben we toch rond 22.00 uur de genua bij kunnen zetten en de motor uit en hebben we heel even gezeild maar toen bleek de stroom weer zo sterk dat hij ons helenaal uit koers zette, dus het zeilen was van korte duur en uiteindelijk alle zeilen weg omdat we knal tegen het kleine beetje wind in moesten. Irwin heeft in zijn wacht de zeilen weer wel gehesen en toen ik om 3.00 uur op wacht kwam, kreeg ik de overdracht: “hier zit een schip, daar hebben we geen last meer van, daar zit een schip en ik weet niet wat hij gaat doen” en ik zag nog een derde schip aan de horizon verschijnen! “Je redt het wel he!” Nou niet! Hebben we echt in 3 maanden tijd maar 2 zeeschepen gezien, en ineens 3 bij elkaar die net als wij allemaal door de relatief smalle straat tussen Navassa Island (piepklein US-eiland) en Haïti door wilden. Eén leek werkelijk op ramkoers, dus ik heb hem maar opgeroepen. Hij had ons in beeld en zou ons aan stuurboord houden. Da’s fijn, maar wel heel close, uiteindelijk net een halve mijl en dat is in een pikdonkere nacht toch echt dichtbij. Maar goed, na zo’n uurtje gaat de wacht natuurlijk wel lekker snel voorbij!
De rest van de dag was het een beetje spelen met de wind, soms kwam hij net over bakboord, soms net over stuurboord, dus met elke keer een beetje vallen en loeven konden we toch met motor en zeilen een heel eind komen. De vraag was of we door zouden kachelen of Ile a Vache zouden aanlopen. Aangezien ik Irwin weer de nodige buikkrampen had bezorgd nadat ik hem de eerste zeildag een overheerlijke pastasalade met rauwe paprika te eten had gegeven (en we nu vermoeden dat hij een paprika-allergie aan het ontwikkelen is), besloten we toch maar om Ile a Vache aan te lopen na 188 mijl gevaren te hebben.

 

ankerplaats ile a vache

Ile a Vache
Wij hadden het nooit zo op Ile a Vache! Het is een klein eiland dat aan de zuidkust van Haïti ligt, maar volgens iedereen die er geweest is, totaal anders is dan Haïti. Het is mooi, arm en er gaan ontzettend veel zeilers heen met “hulpgoederen”. Verder zijn de boatboys berucht, die komen naar de boot peddelen en willen klusjes doen, groente verkopen, als gids functioneren etc. Toen we in Jamaica lagen, kwam er een hele horde boten van Ile a Vache en die leken allemaal een beetje hun buik vol te hebben van het gedoe daar. Voor ons was dat altijd reden te meer om het niet op te willen zoeken.

bienvenue

In tegenstelling tot de bruine bergen met ontluikend groen van Cuba, waren de bergen van Haiti groen en geel, veel vriendelijker om te zien. Ile a Vache is lager, maar met dezelfde groene, gele kleuren. Heel veel locale zeilboten op het water en de aanblik van de baai waar we ankerden was bijzonder, veel palmen, strandje, huisjes, paar jachten en ook daar weer locale zeilboten voor anker. En uiteraard de boatboys in hun boomstammen die uit alle hoeken aan kwamen peddelen. Nog voor het anker er om 17.30 uur in zat, hingen er al een paar van die jongens langzij. In mijn beste Frans (en dat is gelukkig nog steeds heel goed) heb ik ze vriendelijk gevraagd de volgende dag terug te komen en gelukkig gaven ze daar vrij snel gehoor aan. Binnen een kwartier zaten we heerlijk met een borrel en de allerlaatste euroshopper pinda’s in de kuip, te genieten van de geluiden en bewegingen van het leven om ons heen. Geef ons maar bewoonde eilandjes!

Wat een rust en wat een stilte! We hebben als een blok geslapen die nacht.
We hadden besloten sowieso één dag te blijven en dan maar verder te zien. Die ochtend kwamen de jongens weer terug, zij het in minder grote getale. Met één ervan heb ik het dek geschrobd om te kijken of we het roet en de zwavel uit Santiago konden verwijderen. En dat is gelukkig voor een groot deel gelukt (roet wel, zwavel matig) Irwin ook nog wat klussen gedaan, die bedenkt altijd weer iets als we aan het zeilen zijn, het kan altijd beter ….
Net toen we ‘s middags het land op wilden gaan, zagen we een hele vette onweersbui van het vasteland aankomen, daar regende het flink en wij hadden de wind al. Uiteindelijk zijn we aan boord gebleven en is de bui ook niet overgekomen, maar wel veel meer wind en golven in de baai, dus de nacht was een stuk onrustiger.
Inmiddels hadden we besloten om nog even lekker te blijven. We hadden eigenlijk vanaf Cienfuegos flink doorgevaren en weinig ontspannen, ik had Santiago nog wel als een tussenstop ervaren, maar Irwin had daar vanwege die darmen weinig lol gehad, die had nú het gevoel van “teveel te moeten”, dus even een break! Zeker ook omdat we ook na die hele dag op die ankerplaats het gezeur van de boatboys reuze mee vonden vallen en het leven rondom ons ons wel beviel.

markt in Madame Bernard

We hebben nog iemand een ochtend het RVS van de zeereling laten poetsen en zijn een ochtend met een “gids” naar een dorpje verderop gelopen waar de wekelijkse markt was. Die wandeling deden we net nadat er een flinke bui was gevallen, dat hebben we geweten! Waar de paden de dag ervoor goed verhard waren, was het nu een grote modderbende, en ook nog van die modder die lekker aan je schoenen blijft plakken zodat je binnen no-time een paar kilo meer gewicht aan je voeten hebt hangen. De wandeling van 3 kwartier tot een uur, werd 1,5 uur! De markt zelf was ook een tafereel dat in de binnenlanden van Afrika niet zou misstaan inclusief de modder!
Er schijnen 15.000 mensen op het eiland te wonen, ik denk dat de helft wel op die markt was! Ik heb wat fruit gekocht, maar vooral fruit dat geschild moet worden, aan de kool en de boontjes ben ik maar niet begonnen!

avion du mer

Terug zijn we met een locale (open) zeilboot meegevaren! Een lekke houten boot, zeilen die van verschillende lappen aan elkaar zijn genaaid, vol met spullen die op de markt zijn gekocht en zeker 15 mensen. Da’s wat anders dan met z’n tweeen op een luxe jacht! Maar het liep wel en we waren zo weer terug in de baai waar de boot lag. Achteraf hoorden we dat dat bootje “Avion du Mer” heet, een uiterst toepasselijke naam want het gaat echt snel!

Bithovens en vriend, gids voor de dag

Verder de nodige wandelingen over het eiland gemaakt, al dan niet onder begeleiding van de locale jeugd. Het is absoluut een arm onderontwikkeld eiland. Maar we waren verbaasd over hoe goed een groot deel van de huizen eruit ziet. Ja, er staan ook echte hutjes waarvan je je niet kunt voorstellen dat er mensen in wonen, maar er staan ook veel stenen en/of betonnen huizen en het is opvallend hoe mooi die geschilderd zijn en hoe keurig de omheinde erfjes er uit zien. We hadden veel minder verwacht. Er is geen stromend water, mensen halen water bij diverse pompen en er is geen electriciteit. Maar gelukkig heeft meneer Digicel (de Caribische Vodafone) ervoor gezorgd dat je wel je mobieltje kunt opladen, want hij heeft diverse hoge palen met zonnepanelen geplaatst met daaronder een kastje met accu’s en een tiental oplaadpunten waar iedereen zijn mobieltje kan inpluggen. Ja, ook Ile a Vache ontkomt niet aan de vooruitgang.
Er is nauwelijks werk op het eiland, wat vissen (ver onder de maat), wat landbouw en een paar hotels waar wij nauwelijks gasten hebben gezien. Die paar jachten die gedurende een half jaar in de baai liggen brengen naar verhouding een hoop geld (en goederen) binnen met de kleine klusjes die ze verdelen onder vooral de jeugd. Het dorp waar ze liggen, vaart er wel bij.
En ik moet eerlijk zeggen dat het wel meeviel met het gezeur. Wij hadden een paar vaste knullen die wat voor ons deden en de rest heb ik elke keer vriendelijk afgewimpeld en eigenlijk ging dat altijd goed. Zelden dat ze echt bleven zeuren. Ook hier blijven we wel hard. Ze krijgen iets als ze er wat voor doen en anders niet, ongeacht het verhaal waar ze mee komen en sommige zijn/lijken echt zielig, maar ja ik kan hun leven toch ook niet veranderen en voor je het weet heb je 20 van die jankverhalen aan je boot hangen (en jank je zelf mee). We leveren een bijdrage en that’s it.

ashley

Maar het is wel aandoenlijk als de jongen die een paar keer iets voor ons heeft gedaan, komt vertellen dat hij z’n 15 dollar aan school heeft betaald. En het is nog aandoenlijker als diezelfde jongen, die eigenlijk te serieus en zorgelijk is voor z’n leeftijd van 17 jaar, even later voorbij komt drijven in de zwemband die ik voor z’n broertje had gegeven, ineens is het dan toch nog een echt kind!
Bovendien is het bijna altijd een plezier voor het oog als die jongens langkomen. Ze mogen dan niet veel hebben, maar ze hebben bijna allemaal een fantastisch stel tanden en een bijzondere glimlach. Ze kunnen het woord orthodontist niet spellen en hun moeder kan er zeker geen betalen, maar ze hebben er ook echt geen nodig, wat een schitterende tanden hebben ze!
En ik ben ook echt wel gevallen voor een paar van die knullen die op bestelling een bakje zelfgeplukte en door moeders gebrande verse cashewnoten kwamen brengen of gewoon even hun hart uit kwamen storten over de besognes op de ankerplaats. Eigenlijk zijn het gewoon kinderen die zich kapot vervelen en het gewoon leuk vinden om een babbeltje te maken. Toppunt was Bithovens (fantastische namen hebben ze) die om mijn emailadres kwam vragen op het moment dat hij netjes met een hand afscheid nam en ons een goede reis kwam wensen. 14 jaar en zo spontaan en beleefd, ik wil ze in Nederland zo nog wel tegenkomen!

Verder naar Dominicaanse Republiek
Na bijna een week kwam er weer een goed weatherwindow aan en waren ook wij met het eiland zelf wel klaar.
Maandag 2 april zijn we om 9.00 uur vertrokken voor een tocht van 130 mijl naar Isla Beata, de eerste stop in de DR. De gribfiles en Chris Parker waren unaniem! Het zou weer uitermate kalm worden, the perfect opportunity om oostwaarts te varen. Wij vonden het een stuk minder kalm dan we hadden gehoopt en voorzien. De eerste uren met zeilen en motor laveren in een hoek van 120 graden. Dat schiet echt lekker op! Na een paar uur werd de zee wat kalmer en konden we de boot min of meer op koers leggen en tegen de wind in motoren. Dat bleef zo voor de volgende 20 uur. Weer geen schip gezien, geen vis gevangen (niet eens geprobeerd deze keer) en om 13.00 kon het anker bij Beata in de grond, waar we ook het enige zeilschip waren.

het zicht op Isla Beata DR

Uurtje later kwamen de mannen van de coastguard in vrijetijdskleding aan boord. (Ik neem tenminste aan dat het de mannen van de coastguard waren) en die hebben weer in een schattig schriftje van alles genoteerd en de boot grondig doorzocht. We mochten blijven, zelfs zonder steekpenningen.
Het eiland hebben we vanaf de boot bekeken en het ziet er supermooi uit. Het is een groot natuurreservaat waar verder alleen wat vissers zitten en we hebben ook weer eens bijzondere vogels zien vliegen.

De volgende ochtend direct bij het eerste daglicht vertrokken want we durfden het niet aan om daar in het donker weg te varen. Niet veel, maar toch teveel visboeitjes en we houden niet van zo’n ding in onze schroef. We hadden besloten om langs de zuidpunt van Isla Beata te varen, noordelijk langs het eiland kon ook, maar was een stuk ondieper en we wisten niet of de kaarten klopten. Als er ooit een volgende keer komt, doen we de noordkant! Wat hebben we moeten kruisen om om die zuidpunt heen te komen. Na 3,5 uur en 20 mijl waren op het punt waar we anders na 8 mijl en ca 1,5 uur geweest zouden zijn!
Toen hadden we 2 opties, Salinas, n-o en nog 60 mijl, of Barahona iets noordelijker en nog 40 mijl. Dat werd dus Barahona omdat we het met daglicht wilden aanlopen en we hebben maar 13 uur licht per dag.
Net bij het laatste daglicht ging inderdaad het anker in een klein kommetje bij Barahona erin. Wat een dag: wel zeilen op, maar motor bij, 2/3 van de afstand stroom tegen en het enige wat we zagen was een constante flow van polystyreen afval. We zijn weer terug in de geciviliseerde wereld!
Terwijl we nog zaten uit te puffen werden we “ge-enterd” door immigration en de coastguard ofwel de marina de guerra, ook weer in vrijetijdskleding. Je moet het allemaal maar wel geloven. Ze hebben de nodige vragen gesteld, het schip doorzocht en vertrokken toen met onze paspoorten, Cubaanse despacho en US $ 93. Ze zouden binnen 10 minuten terugkomen en dan waren we ingeklaard, alleen de despacho voor het vertrek van de volgende dag, kon pas de volgende dag na 8 uur, want dan was de type-miep er pas.
10 minuten later kwam hij inderdaad terug, stempel in paspoorten, nog een paar formuliertjes en een kwitantie voor $ 73. Dat was dus de eerste $ 20 aan steekpenningen!
Volgende ochtend om 8.30 uur kwamen er keurig als afgesproken 2 nieuwe mannetjes de despacho brengen, maar daar moesten we weer $ 20 dollar voor betalen, “echt de enige keer dat we voor de despacho zouden moeten betalen omdat dit de eerste despacho in de DR was”, kwitantie kreeg ik niet. Weer $ 20 aan steekpenningen.
De tocht naar Salinas was vooral saai, heel saai. Vlakke zee, geen spat wind, bewolkt en nevelig. De enige kleur kwam van de Portugese oorlogsschepen die af en toe voorbij kwamen drijven (schitterende roze kwallen met een “zeiltje”).
Om 14.30 uur konden we voor anker in een hele grote baai, waar duidelijk al veel strandgasten waren. Even later gingen de knoppen van de geluidsinstallaties aan en wisten we dat we in de DR echt wel van de muziek zouden kunnen genieten.

dienstvaartuig Marina de Guerra

Dit keer kwamen de mannen van M2 en de marina de guerra per geconfisceerde waterscooter aan boord. Ze accepteerden alle papieren dus gelukkig hadden we het grootste deel van onze centen niet aan oplichters betaald. Hier hadden ze verder geen tarief voor wat dan ook, maar vroegen ze om “hulp” voor het betalen van de gasolina die ze nodig hadden om met de brommer van de Commandecia naar de boot te komen. Je verzint het maar! Ik heb een paar dollar gegeven en deze was er tenminste blij mee, even leek het of hij me ging zoenen bij het afscheid nemen. En we hebben hem 2 dagen op zijn brommertje zien crossen tussen al het feestgewoel (zie later) dus hij heeft er in elk geval van genoten!

Na een kopje thee werd het tijd om de kant op te gaan. Er kwam steeds meer geluid in het dorp en we wilden wel weten wat er gaande was. Bovendien hadden we geld en (heel hard) boodschappen nodig. De zoektocht naar de pinautomaat was een drama, eerst richting dorp, toen richting plek waar veel mensen waren. Niets. Op mijn vragen werd alleen maar heel raar gekeken. Blijkbaar hebben ze hier zo’n ding niet echt nodig. Weer terug naar het hotel waar we de dinghy hadden liggen en gevraagd: ja er was een pinautomaat 3 km de andere kant op, het dorp uit.
Kwart over 5 ‘s middags, even overlegd of we de wandeling nog zouden redden voor het donker want het leek geen weg die je in het donker moest lopen. Toch gedaan. Wat een eind! Vreselijke weg naar de scheepswerf waar bij de pport een pinautomaat was. Het ergste van de weg was dat iedereen die de hele middag op het strand had zitten drinken, daar op brommertjes en auto’s langs kwam scheuren. Ik heb het al vaker gezegd. We zullen eerder een ongeluk op het land krijgen dan op zee, dit was geen slimme actie van ons om op dat moment achter die pinautomaat heen te gaan. Maar gelukkig kwamen we met geld net voor het donker weer in de bewoonde wereld.

We troffen Salinas in de Semana Santa, de heilige week voor Pasen! Er is weinig heiligs aan wat er dan gebeurt in zo’n dorp. Salinas is een klein dorp met niet zoveel vaste inwoners maar met een mooi strand en veel tweede huizen voor de “rijken” uit de stad. Dat werd allemaal in vette nieuwe 4×4 aangevoerd! Verder veel dagjesmensen, in onze ogen ook met bovengemiddeld luxe auto’s. De jeugd kwam op brommertjes en Irwin constateerde dat je in de DR met 3 personen op een brommer “mag”. Het zag er allemaal op z’n paasbest uit en dat betekent erg veel macho blingbling, een beetje teveel naar onze smaak. Donderdag was het een oorverdovende herrie van alle kanten, vrijdagochtend begon luidruchtig om 8.00 uur maar blijkbaar was er toch enig gevoel voor de betekenis van Goede Vrijdag want om 10.00 uur werd het geluid weggedraaid om pas om middernacht weer vol in de speakers te gaan! Zaterdag hebben we niet meer meegemaakt en zijn we vertrokken. Het was teveel. Na 2 maanden relatieve rust in Cuba, een week Ile a Vache waar ze niet eens electriciteit hebben, was Salinas echt een cultuurshock. Soms ben je op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Waarschijnlijk was het een paar dagen later een oase van rust geweest als alle weekend gasten weg waren.
Bovendien was het nog goed weer om oostwaarts te gaan en wilde ik een supermarkt!! De boot was nl echt leeg! Toen we uit Curacao vertrokken had ik meer proviand dan ooit eerder aan boord, nu waren we inmiddels leger dan ooit. Ik kon Irwin niet bewegen een dag in Barahona te blijven om te fourageren en de winkeltjes in Salinas bleken voornamelijk ingesteld op drankverkoop. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe ik naar een echte supermarkt verlangde!

Boca Chica
Dus paaszaterdag naar Boca Chica, waar we ook zeker een vol strand zouden aantreffen maar wellicht ook een supermarkt. Een tocht van 60 mijl die we ontspannen motorzelend hebben kunnen afleggen en we waren om 16.30 in de marina waar we hoopten voor anker te kunnen, maar die hoop werd al gauw de bodem ingeslagen toen we de beperkte ruimte daar zagen. Het werd dus een mooring voor $ 18 per dag, da’s veel geld. Wel “free” wifi op de boot en dat is wel weer eens echt heerlijk!!!
We liggen in schitterend turquoise water (zoom in op de satelietfoto van het positierapport, we liggen in het lichte water) met zicht op een strandje waar het druk was, heel druk! Maar tot onze verbazing (ook in Salinas) vertrekt iedereen voor het donker wordt. Dat is in Curacao wel anders, daar beginnen de feesten dan pas!
Zondag zijn we Boca Chica ingelopen via het strand. Boca Chica is een toeristenoord met een aantal all-inclusive hotels aan mooie zandstranden en een hoofdstraat met de gebruikelijke souvenirswinkeltjes en restaurantjes en de locale bevolking kan gebruik maken van een tweede keus smal strand of een rotsachtig geheel op de funderingen van verdwenen huizen. Het is niet altijd eerlijk verdeeld! Het locale deel was wel uitermate gezellig met strandtentjes met zelfgetimmerde stoelen, in vrolijke kleuren geschilderd en hele families die de pan zelfgemaakt eten op tafel hadden staan. Tegen 17.00 uur maakte een flinke plensbui ineens een einde aan het paasweekend!

Maandag was business als usual en zijn wij met de bus naar Sto Domingo gegaan. Sto Domingo is de hoofdstad van de DR en de oudste stad van de Carieb, tenslotte heeft Columbus hier zijn eerste voetstappen staan. Behalve het predikaat “oudste of eerste” stad, kathedraal, universiteit etc, heeft de stad zelf niet veel te bieden. San Juan, Carthagena, Havanna mogen dan “iets” jonger zijn, ze zijn beslist heel veel mooier. We dachten dat we verwend waren, maar ook iemand die met zijn eerste seizoen Carieb bezig is, bevestigde ons dat de oude stad niet echt de moeite waard is. Jammer, want we hadden er ons wel veel van voorgesteld. Het is wel een grote stad, 3 miljoen inwoners, en we waren onder de indruk van de infrastructuur. De wegen zijn goed en zelfs de bottleneck van een paar bruggen over een rivier levert niet de ons bekende verkeerschoas op. De busjes zijn voor caribische begrippen luxe. Er gaan niet meer mensen in dan stoelen en de gangpaden blijven vrij. Dat hadden we al heel lang niet meer meegemaakt! Wat ze echter niet onder controle hebben is het ophalen van het vuilnis! Overal stapels met vuilniszakken en je ziet veel mensen de straten schoonhouden, maar het afval wordt niet opgehaald. Er zijn hele stukken van de stad waar het zelfs echt stinkt. Voor ons wel in grote mate bepalend voor de indruk van zo’n stad.
Dinsdag was eindelijk supermarktdag. Met de auto van de marina bij hypermarché Olé afgezet en als we genoeg kochten konden we met het busje van de supermarkt terug. Dat laatste is gelukt! Hoewel niet de keuzemogelijkheden die we in Curacao gewend zijn, konden we toch wel de nodige voorraden aanvullen. Het was in elk geval meer dan ik in maanden had gezien.

We gaan morgen voor een paar dagen het land in met de bus en als we terugkomen gaan we eens bedenken of we nog een paar plekken aan de zuidkust aan gaan lopen of direct richting zuiden vertrekken.
Het hangt denk ik erg af van hoe we deze landdagen gaan ervaren. We vinden de DR duur en hebben bovendien het idee dat we te vaak te veel moeten betalen omdat we toerist zijn. In andere landen proberen ze dat ook, maar meestal gaat dat met een smile en kun je onderhandelen, het is een spel waar we steeds beter in worden. Hier hebben we het een paar keer meegemaakt en er valt weinig te lachen, we worden er een beetje chagerijnig van. We zijn ook niet echt onder de indruk van de mate van serviceverlening van de mensen die betaald worden om service te verlenen. We komen in het “wild” heel veel vriendelijke en behulpzame mensen tegen, maar de “professionals” hebben er in onze ogen weinig van begrepen en dat zou kunnen betekenen dat we hier minder lang gaan blijven dan voorzien.

HET LAATSTE VAN CUBA

Geplaatst door: 24/03/2012

Che: je voorbeeld leeft, je ideeën zullen verloren gaan!

Change of plans
Wat een paar dagen verwaaid liggen in Cienfuegos al niet vermag. Waren we die maandag doorgevaren dan zouden we westwaarts zijn gegaan. Nu zijn we vrijdag pas vertrokken en hebben op woensdag besloten weer oostwaarts te gaan.
Uiteraard niet van de ene op de andere dag, want het was al een tijdje een regelmatig terugkerend onderwerp van gesprek. Ik was de lange en met name het nachtelijk deel van de tochten zat. Ik tel daar bijna elke seconde van de wacht en ik kan je verzekeren dat 3 uur dan heel erg lang duren. Irwin vindt dat zeilen meestal heerlijk en heeft daar totaal geen last van. Die start en ziet wel wanneer hij aankomt. Ik ben een planner en reken dus constant. Bovendien gaat Irwin in gesprek met boot en zee en zijn e-reader en ik zou graag willen dat hij ook met mij praat. Dat is niet nieuw, dat is al jaren zo. Maar ik zag steeds meer op tegen alle mijlen die we nog moesten gaan maken voordat we hurricanesafe in Amerika zouden zijn (1500 mijl nog, ca 2500 km). Ooit zeilde ik voor m’n plezier, nu is het meestal moeten …, tenminste de lange tochten. Nog afgezien van de zeeziekte.
Uiteindelijk bleek dat Irwin niet zo nodig naar Amerika wilde, die deed het omdat ik het graag wilde en ik wilde niet meer, klaar toch? Nou het heeft weken geduurd voordat het zo duidelijk was.
Maar wat dan? De nodige alternatieven zijn gepasseerd in al die weken, maar voorlopig hebben we besloten oostwaarts te gaan via Ile la Vache en Dominicaanse Republiek, waar we zeker in het laatste land ook wel wat willen gaan zien. En dan maar een goede wind af wachten om naar Curacao te gaan, desnoods nog via Puerto Rico. Daar gaat de boot een tijdje in de marina en wij gaan naar Nederland. Tenslotte hebben we daar ook nog een huis. En maar eens gaan bedenken wat we verder gaan doen.
Toch nog een paar jaar Carieb maar dan jaarlijks wat langer naar Nederland? Boot naar Europa varen (waar?) en ook 50/50 varen en landleven? We zullen het zien.
Het reizen en in andere landen zijn vinden we beiden absoluut leuk, maar er is ook nog zoiets als een sociaal leven dat verder gaat dan de oppervlakte en een intellectuele prikkeling. Gelukkig zitten we daarin beiden op één lijn.
Maar hoe dan ook: Cuba is nog steeds echt heel erg leuk!!!

De eilandjes
De eerste dag van de terugtocht begon niet heel erg geslaagd. We hadden de daarvoorgaande dagen wel meer wind gehad dan normaal, maar beslist niet wat was voorspeld. Zodra we de baai van Cienfuegos uit waren, stond er een redelijk kalm zeetje en niet teveel wind. Op het moment dat ik om 10.00 uur in het logboek zat te schrijven dat we een beetje rustig aan het motorsailen waren bij 10 knopen wind, komt er ineens een vlaag van 25 knopen die de volgende uren aanhield, Ongelooflijk hoe snel die wind toenam! En precies uit het zuidoosten waar we heen moesten. Dus laveren. En derde rif steken. En dat ging mis. Bij het aantrekken van de smeerreep zat er een stuk zeil klem net onder het reefoog: “kraak” scheur in zeil. Da’s echt een heel vervelend plekje want dan hou je maar heel weinig zeil over. Dat was voor die dag geen probleem maar dat moest wel gerepareerd worden. De eerste stop in Casilda hebben we dus maar met een dag verlengd om het zeil te kunnen plakken en goed te laten drogen.
Irwin nog wat klussen aan de boot gedaan en ik, solidair als ik ben, de naaimachine te voorschijn gehaald en wat nieuwe gastenvlaggen gemaakt van Haiti en de Dom Rep. De in- en uitklaartoestanden voor een dagje Trinidad dus maar achterwege gelaten.

Op zondag uitermate vroeg op en bij het eerste licht vertrokken. We hadden als tussenstop Tunas de Zaza gepland, niet omdat het zo leuk zou zijn, maar simpel omdat we een goede tussenstop nodig hadden om het volgende betere plekje te bereiken. De afstanden zijn toch behoorlijk als je alles in daglicht wilt doen.
De keuze was om óf binnendoor langs een aantal riffen waar weliswaar beboeide kanaaltjes waren, maar waarvan niet zeker was of alle boeien er wel stonden óf eerst 20 mijl de zee op en dan naar binnen achter de riffen. We kozen voor open zee, en we zullen nooit weten of het de juiste keuze was, maar het was niet fijn. Al direct 25 knopen over dek en hoog aandewindse koers met de nodige golven. Het klapte erin. Toen we het “beschermde” gebied in gingen, moesten we echt knal tegen de wind in motoren vanwege een vaargeul en de golven waren niet heel veel minder. We waren dus echt blij dat we rond 13.30 uur in de beschutting van Tunas lagen. We hadden gehoopt nog een stukje verder te kunnen komen als wind en golven minder waren, maar het was absoluut geen optie om een onbeschutte ankerplek op te zoeken. Tunas leek redelijk en alle leed leek geleden toen er direct 4 dolfijnen rond de boot gingen zwemmen, vreemd in nog geen 5 m diep water. Maar het was van korte duur: er kwam een boot met 3 vissers en 2 guarda’s en met veel bombarie werd verteld dat we daar niet mochten blijven liggen. Orders van bovenaf want het was gevaarlijk, de bewoners zouden naar de boot toe komen zwemmen en van allerlei slechts van plan kunnen zijn. We moesten maar naar Cayo Blanco de Zaza, 2 mijl verderop en in de pilot aangeduid als een dag-ankerplek, maar niet om te overnachten (vandaar dat we er dus niet heen waren gegaan). We hadden geen keus en weer ankerop. Cayo Blanco ziet er vanuit de boot echt mooi uit met blauw water en een mooi strand, maar da’s alles wat we ervan hebben gezien.
Het was een onrustige nacht want vanaf 17.00 uur woei het weer 24 knopen. Dat was echt niet voorspeld en is ook niet de (in onze ogen) normale middagbries.

De volgende ochtend om 6.30 vertrekklaar om naar de Cayos Santa Ana te gaan, ruim 40 mijl oostwaarts en de noordoostelijke wind bleek weer verdacht oostelijk, hard en met de nodige deining. Kortom laveren. Na 60 mijl kwamen we om 16.30 uur aan en hebben het anker uitgegooid bij Cayo Balandros. Geen aangegeven plek in de pilot maar volgens Irwin net zo goed als alle andere plekken en zonder gedoe aan te varen. Wederom tijdens de borrel 25 knopen wind in de kuip en voor het eerst sinds heel lange tijd binnen gegeten omdat we bang waren dat het eten van het bord zou waaien!

‘s morgens uurtje “uitgeslapen” omdat de dagtrip naar Cayo Algodon Grande maar ca 25 mijl was. Terwijl ik met mijn handen in het meel zat om een brood te kneden, kwam vlak voor vertrek een grote vissersboot die vroeg of hij langszij mocht. Leek ons niet zo’n goed plan maar hij vroeg of we langousten wilden. Nou hadden we net ons ontbijt op en ik zou niet weten waar ik tijdens het zeilen een paar van die levende beesten moest laten, dus nee, bedankt!
We hadden gehoopt op een rustig tochtje dat voornamelijk zuidwaarts ging, dus ik had Irwin al overgehaald om als een echte luie cruiser alleen op de genua te varen, maar het weer werkte niet mee. Wind te hoog, te hard, te zacht. Kortom we hebben alle variaties in de 3 zeilen gehad die maar mogelijk waren, maar zijn uiteindelijk helemaal zeilend op Algodon Grande aangekomen, waar om 13.00 uur het anker de grond in kon.
In de lagune verderop lagen een paar vissersschepen, dus we gokten op kreeft die avond. Helaas, ze kwamen niet en we waren nog niet zo desperate dat we de dinghy van dek af haalden.
‘s middags beiden even “lekker” klussen gedaan, dat blijft ook altijd terugkomen!
De volgende dag een rustdag, dus dinghy van boord en op onderzoek uit op het eiland. Beetje rondgevaren door voornamelijk dode mangroves wat er vreselijk naargeestig uitzag. Aan de noordkant ligt een groot strand, maar bij aankomst bleek dat het er vanaf zee groter uitzag dan in werkelijkheid. We wilden even lekker de benen strekken na zoveel dagen aan boord, maar dat viel een beetje tegen. Irwin ’s middags nog even gesnorkeld maar behalve een rog is hij niet veel noemenswaardigs tegengekomen. Ook die avond wel vissersschepen, maar geen kreeft.

Donderdagochtend weer bij het eerste licht vertrokken en voor de verandering weer alle riffen erin en eruit gedurende de eerste uren van de ochtend, allemaal op een aandewindse koers om vervolgens om 10 uur alle zeilen weg te halen omdat we knal in de wind moesten moteren om een passage door alleleri eilandjes en riffen te maken. Het was nog een heel gepuzzel om de juiste boeien te vinden, toen 1 van de boeien niet op zijn plek bleek te liggen. Maar gelukkig hadden we goed zicht op de ondieptes en konden we heelhuids het einde van de passage halen. Vandaar was het nog een klein stukje naar Cayo Granada.
Ook hier weer met het nodige gokken een ankerplek gevonden en het wonder geschiede: er kwam zomaar een andere zeilboot de ankerplaats op varen. De eerste sinds we bijna een week eerder uit Cienfuegos vertrokken waren. Achteraf waren we erg blij dat hij er ook lag, want “voor de verandering” ging het ‘s nachts weer eens behoorlijk waaien en hij had alle feestverlichting aan, dus het was wel makkelijk om je te oriënteren in de baai.
Want de nachten hier zijn echt pikke-, pikkedonker.

Omdat de wind de afgelopen dagen toch heel variabel was geweest zowel in richting als kracht, hadden we besloten om de ruk van Cayo Granada naar Cabo Cruz toch in tweeën te hakken en een tussenstop te maken in Cayo Blanco. Na die onrustige nacht zagen we geen van beiden de stop bij Cayo Blanco zitten. Leek heel erg open tussen de riffen met slechts een hele kleine doorgang. Niet een plek waar je een nacht met veel wind wilt liggen. Iets noordelijker ligt Media Luna, dus dan maar daarheen. Ook nu weer een tocht pal tegen de wind in, weliswaar onder zeil en motor bij omdat laveren tussen die ondieptes niet echt onze hobby is.
Toen we rond de middag bij Media Luna aankwamen, was de wind volledig afgenomen en de zee bijna glad als een spiegel. De voorspelde kalmte voor die middag leek uit te komen. En ook Media Luna bleek een groot mangrove-eiland waar je weliswaar heel goed kunt ankeren maar verder ook helemaal niets. Dus weer tijd voor wat klussen, broodje bakken en even lekker mailen via sailmail.
En eindelijk eens een rustige nacht zonder ankeralarmen!!

Volgende dag om 6.00 ankerop richting Cabo Cruz. Het was nog steeds heel rustig en het eerste stuk door het “Kanaal de quatro reales” ging met ruime wind. Daarna echt het hele stuk (!) aan de wind kunnen zeilen. En tot onze verbazing draaide de wind nu eens niet met de wind mee maar werd hij steeds ruimer. Soms is er ineens een kadootje! Het stuk van 50 mijl waar we echt tegen op hadden gezien, was een heerlijk zeildagje.

De nacht in Cabo Cruz was minder. Ik vind het echt een waardeloze ankerplaats. Redelijk ondiep, nauw, je ligt net naast of in de geul waar nogal wat schepen doorkomen. Bij het ankeren kwamen we al meteen met het roer aan de grond. ‘s nachts weer waaien en draaien. Irwin heeft de halve nacht buitengelegen. Kortom, we waren blij toen om 5.00 uurde wekker ging.

Josefina roeit de Guarda

We konden beginnen aan de 100 mijl pal oostwaarts naar Santiago. De vraag was wat de wind en de stroom gingen doen.
De eerste dag naar Marea de Portillo was ongelooflijk! Het hele stuk kunnen zeilen, de wind draaide van noordoost naar zuidoost, ca 11 knopen en nauwelijks golven. Tweede kadootje, in twee dagen!
Marea was wat drukker dan de vorige keer, toen we er drie dagen alleen lagen. Nu zagen we 1 boot vertrekken, lagen er 2 en kwamen er de volgende dag nog 2 bij. Wat een drukte! Konden we de vorge keer nog redelijk ongestoord door het dorp lopen, 1 maand regelmatig jachten in de baai leverde inmiddels veel vragende mensen op. Wat waardeloos toch! We, de cruisers, doen het zelf. Je wilt helpen door de mensen dingen te geven waar ze moeilijk aan kunnen komen. Je geeft en vervolgens gaan ze bedelen.
Het blijft ons bezighouden. Toch hebben we weer het nodige achtergelaten. En dat kwam mede omdat de buurvrouw van de vorige keer heel trots kwam showen dat ze een broek aan had die ik de vorige keer had gegeven. Hij zat als gegoten. Aangezien ik de laatste jaren toch wat meer kilo’s op de heupen heb gekregen, had ik nog genoeg van die broeken liggen. Dus ‘s middags maar weer met 2 rugzakken spullen de kant op. ‘s morgens hadden we van de vismevrouw Josefina al tomaten, paprika’s en eieren gekregen waar ik absoluut niets voor mocht betalen, dus de ruilhandel was weer in volle gang. Uiteraard weer blij met de kleding maar wat waren beide dames blij met een simpel schriftje en een paar Delftsblauwe klompjes (ik had de vorige keer gezien dat ze al een paar oude houten had hangen)!
En passant hadden we voor een knul van een jaar of 14 nog een paar oude Crocs van Irwin meegenomen. Hij had nl ’s morgens om schoenen gevraagd want die van hem waren inderdaad volledig versleten. Kind was werkelijk zo blij met die schoenen! Hij liep eerst een stuk met ons mee en vroeg of we z’n huis wilden zien, toen we nee zeiden omdat we naar Josefina gingen was het goed. Maar toen we later weer bij de dinghy kwamen zat hij daar te wachten. Hij kwam met een grote pan naar ons toe. Was voor ons. Ik kijken wat er in zat. Een groot blok ijs! We hadden al gezien dat mensen bij anderen bevroren flessen water haalden om te koelen. Hij wilde ons een plezier doen met ijs. Veel zeilers hebben inderdaad altijd extra ijs in de koelkast om het echt koel te houden. Wij gebruiken dat niet. Maar wat ongelooflijk schattig dat zo’n jongen (of z’n moeder) bedenkt dat ze ons zo kunnen bedanken met de weinige middelen die ze hebben.
Als je de oprechte, stralende blijheid ziet voor (in onze ogen) kleine dingen, heb je weer spijt dat je niet veel meer geeft. Maar uiteindelijk blijven we bij het standpunt, niets geven want daarmee geef je toch een verkeerd signaal af (om soms toch tegen beter weten in de uitzondering te maken…. )
En vooral Josefina is zo’n aardige vrouw die gewoon heel slim zorgt dat ze als eerste bij de jachten is door de autoriteiten naar je toe te roeien, aan boord gezellig met je te praten en je vervolgens bij haar thuis uit te nodigen. Ze vraagt nauwelijks maar je geeft graag en ze is heel gastvrij en zeker nu hebben we er een hele tijd gezeten. Haar man spreekt een beetje Engels, dus da’s handig voor Irwin en zij begrijpt mijn Spaans en ze spreekt zelf ook heel duidelijk, dus je kunt echt wel over allerlei zaken praten.

vreemde vrucht, maar echt schitterend

‘s morgens hadden we overigens weer dezelfde wandeling gemaakt als 4 weken eerder. En we hebben het al vaker geconstateerd in Curacao: om de natuur van een land te leren kennen, moet je elke 4 weken dezelfde wandeling maken. Wat hebben we nu weer veel nieuwe dingen ontdekt. Schitterende vruchten aan bomen, alle varkens lijken gejongd te hebben dus die grazen met wel 10 biggetjes per moeder langs de kant van de weg, de bergen die zo dor leken, krijgen ineens een groene gloed. Of ze hier in de tropen ook seizoenen kennen: het is echt voorjaar aan het worden!

Toch al na 1 ligdag weer uit Marea vertrokken, maar dit zou een plek zijn waar we weken kunnen liggen. We wilden door naar Santiago, het einde van onze tweede visumperiode kwam in zicht.
Op naar Chivirico, 45 mijl verder! Maar waar de tocht naar Marea een makkie was, kregen we het hier voor onze kiezen. We moesten langs een berg van 2000m hoog en dat heeft zo z’n eigen microklimaatje. Wind tegen, stroom tegen en hoge golven! We konden de eerste twee uur nog tegen de wind opboksen maar daarna moesten we gaan laveren. Zelfs met motor bij kwamen we er niet meer tegenin! Toen we de bergen voorbij waren en de wind iets afnam en ook de golven minder werden konden we weer rechtuitmotoren maar uiteindelijk hebben we 60 mijl afgelegd over een afstand van 45 mijl. Mijn hoop om Chiviroco vroeg te bereiken en nog door te varen naar Santiago bleek vergeefs. Ankeren in Chivirico. Weer geen lol om het aan te lopen. Ditmaal wisten we de boei aan de juiste kant te ronden maar desondanks raakten we nu toch aan de andere kant het rif. Het is daar nl echt waardeloos. Zowel bij aankomst als wegvaren heb je de zon pal in je gezicht. Je kunt dus niet in het water kijken en ziet het rif pas als je er naast of voorbij bent! Wel een rustige nacht gelukkig.

Woensdag 21 maart de laatste dag van onze 13 daagse tocht om weer in Santiago te komen. Vertrek om 6.30 uur, glad zeetje, neutrale stroom en beetje zeilen, beetje motoren. Om 12.30 uur konden we voor anker in Santiago. Hoewel het de nodige moeite kostte om voor anker te mogen, ze wilden ons aan de kant, maar daar hadden we geen zin in!

de dokter was zóóó bang !!

Na de lunch gaan inklaren en na het nodige papierwerk op de kant, gingen er 4 man mee de dinghy in om nog even op de boot te kijken. Weer een overdreven grote delegatie. Nou ja, de laatste keer, zullen we maar denken.

Ons visum is tot 28 maart geldig en vanaf zondag staat er een paar dagen bijzonder gunstige wind (geen!!!) om naar Ile la Vache en de DR te gaan. We wilden dus zorgen dat we in een paar dagen nog wat dingen konden doen zodat we zondag of maandag vertrekklaar waren. Maar het liep wat anders.
Ik had zo’n 10 dagen geleden ineens erge darmklachten en diarree gekregen en was daar na een dag of 3 grotendeels vanaf. Irwin kreeg na Marea flinke klachten. Beide keren totaal onverklaarbaar. Maar ik zat gelukkig hele dagen op de boot met een toilet in de buurt, Irwin moest de stad in. Nou da’s hier geen doen. Om te beginnen de busreis, maar daar zouden we nog een taxi voor kunnen nemen. Maar “openbare”” toiletten in Cuba zijn een ramp (en we zijn na al die jaren wel wat gewend). Geen bril, geen papier en het ergste geen spoelwater. En dan diarree hebben! Ik zal de rest van de details voor me houden.
Kortom Irwin bleef dag 1 aan boord en ik ging de stad in. 14 dagen mailbox checken, groente inkopen en nog even op souvenirjacht. De stad gonsde al van de voorbereidingen voor het Pausbezoek op maandag en dinsdag……
Dag 2 wilde Irwin nog steeds graag bij z’n eigen vertrouwde pot doorbrengen. Ik dus weer op jacht om schroefasvet te regelen, en zowaar bij Damen Scheepswerf om de hoek van de marina heb ik van een hele lieve meneer 2 kg nederlands schroefasvet gekregen, als een “regalo”! Irwin was daar wel zo blij mee, die had er geen vertrouwen in dat we dat hier zouden kunnen kopen en zowaar, kan het vrouwtje dat helemaal zelfstandig regelen!
Nog 100 liter diesel geregeld en getracht 600 liter water met de dinghy en jerrycans over te varen, maar het water hield er na 200 liter mee op. Uiteindelijk moesten we toch nog naar de kant met de boot, want “security, security” voor de Paus, na dinsdag mogen we weer voor anker! Waardeloos liggen aan een uitermate slechte kade. Hier zijn we niet blij mee! Je zou toch denken dat er wel wat hulp van boven zou komen om de security voor de Paus te regelen en dat één jacht meer of minder voor anker daar geen invloed op kan hebben!!
In elk geval de boot is bijna vertrekklaar, nou die darmen van Irwin nog, want dat weatherwindow is er wel een om je vingers bij af te likken!

che als schilderij in Trinidad

Nog wat leuke weetjes
Che
Het is al Che wat de klok slaat, die man is wel zo populair. Fidel is nauwelijks zichtbaar, maar Che is handelswaar: T-shirts, ansichtkaarten, tassen, schilderijen, sigarenkokers, bedenk het

che op 'n ansicht ...

maar, zijn gezicht staat er op. Verder veel billboards met hoofd en tekst. Fidel staat wel op een paar

ansichtkaarten, meestal met Che, en je komt wel spreuken van hem tegen, maar geen grote koppen of beelden. Zo lang hij leeft wil hij niet vereerd worden en dat zie je terug.
En soms is het mooi om jong te sterven want die Che blijft wel eeuwig een “tikkeltje-te-wild-amigo“-type.

Amsterdam CS, ov-chip niet nodig!

Het tweede leven van de Nederlandse bus
Er rijden wat oude Arriva en Connexion bussen rond in Cuba. Zowel in Havanna als Cienfuegos stap je zo op de bus naar Amsterdam Centraal. In Trinidad konden we mee met de Schoolbus en met Speciaal vervoer.

De Cubaanse grensbewaking
Cuba hoeft alleen maar zeegrenzen te bewaken. Je kunt nog steeds zien dat ze dat in het verleden zeer serieus hebben gedaan. Veel uitkijkposten en in Santiago ook een heel schuilcomplex met onderaardse gangen vlak bij de marina. Irwin vindt het wel spanniend om dat allemaal te onderzoeken.
De uitkijkposten zijn vervallen en de guarda is in elk dorp aan zee gevestigd maar zit niet zo best in het materiaal. De boten confisceren ze inclusief roeier uit de lokale vissersvloot, marifoons hebben ze meestal niet, maar als ze het wel hebben werkt het niet en de mannen doen allemaal ongelooflijk hun best, maar ik zal er verder maar niet te veel over zeggen voordat ik staatsgevaarlijke informatie verspreid.

Lege zee
Wij vinden de zee rond Cuba op alle fronten leeg. Er gaan veel meer dagen voorbij dat we geen enkele andere boot tegenkomen dan wel, en als het is, dan meestal vlak bij een haven.
Irwin vist trouw elke dag, maar helemaal niets gevangen tot nu toe (sterker nog niet sinds we van Curacao zijn vertrokken) dat zijn we toch wel anders gewend.
Ook heel erg weinig vogels! Nou gaan vogels en vis vaak wel samen, maar bedroevend weinig activiteit in de lucht. Wel tussen de kleine eilandjes waar we voor het eerst weer fregatvogels en meeuwen zagen, pelikanen zagen we meestal wel mondjesmaat als we ergens voor anker lagen.

Che als billboard

Vrijheid?
We hebben eerlijk gezegd geen idee hoe de Cubanen hun vrijheid momenteel ervaren, is natuurlijk toch een lastig onderwerp dat je niet zomaar ter sprake brengt.
Wij hebben niet het idee gehad dat we in een land rondliepen waar we in de gaten werden gehouden. Ja er is veel kustbewaking en in elke haven waar je komt, moet je in onze ogen door een nutteloze papierwinkel heen. Maar de mensen zijn (meestal) uitermate vriendelijk en vooral nieuwsgierig als ze de boot van binnen bekijken. Ze zullen de opdracht hebben, maar willen het vooral zelf ook heel graag. Dat snap ik. Ik kijk graag ook bij hun naar binnen!
Bovendien heb ik bijzonder mijn twijfels of de informatie op al die papieren ooit ergens centraal wordt geregistreerd, nog afgezien van het feit of iemand er dan nog naar kijkt.
We kenden verhalen dat we bij het in- en uitgaan van de marina gecontroleerd zouden worden en in de eerste haven werd ook vooral heel duidelijk gemaakt dat de gulden regel is: “niets van boord mag naar het land (behalve afval in dichte zakken) en omgekeerd mogen wij wel alles meenemen, behalve Cubanen”. Nooit gecontroleerd of enige vorm van controle ervaren!
Waarschijnlijk zijn zaken de afgelopen jaren behoorlijk versoepeld, dat zijn tenminste de geluiden van “ervaren” Cubagangers.
Ander voorbeeld: de allereerste keer dat we wilden internetten moesten we een kaartje kopen voor 1 uur internettegoed en dat kon uitsluitend op vertoon van een ID, alles werd genoteerd! We kennen iemand die z’n paspoort aan boord moest gaan ophalen, anders geen internet! Dus dan denk je nog dat big brother daar achter zit. In alle volgende plaatsen geen enkel probleem, je koopt je kaartje en niemand noteert verder iets…
Het land is vooral bureaucratisch en inefficient, maar zo kennen we wel meer landen.
Nogmaals onze ervaring, van wat wij hebben gezien en gevoeld! Ieder ander kan het anders ervaren …..

Het weer
Voor de gemiddelde vakantieganger: overdag tropisch zonnig en warm, ‘s avonds/ ’s nachts koelt het af tot een graad of 20. Dus een lakentje bij het slapen en vooral ‘s morgens bij het zeilen even een fleesje aan.
De eerste week hebben we ‘s nachts 1 klein buitje gehad, daarna ruim 4 weken later in Cienfuegos tijdens die “norte” een paar flinke buien (heerlijk voor de boot!). En van de week in Santiago een flinke onweersbui en de volgende dag nog een paar buien. Volgens de Cubanen zijn die buien een teken van de promavera (lente).
Voor de zeilers: we snappen er niet veel (meer) van. Dachten we de eerste maand het patroon ontdekt te hebben van de land-zee/effecten in de middag, waarbij de wind meestal vanaf een uur of 11.00 uur van zee begon te waaien en aan het eind van de middag/ begin van de avond afnam. Bovendien had Irwin bedacht dat de wind met de zon meedraaide.
Tijdens de terugreis begon de wind meestal rond 9.00 uur te blazen met een hoogtepunt rond 17.00/18.00 uur en nam pas af rond middernacht tot de vroege ochtend. De invloed van de koufronten uit Amerika is groot en zie je op de weerkaarten aankomen, het andere is nauwelijks terug te zien op de kaartjes en komt dus vaak als een verrassing. En harde wind, vooral uit het oosten, is geen leuke verrassing als je bezig bent die kant op te gaan! Maar harde wind ‘s nachts als je op een onbekende plek voor anker ligt, is ook niet alles. Dat zijn veel slapeloze uurtjes!

En natuurlijk: ook Che op een T-shirtje!

Cuba
Staat vanaf nu hoog op onze lijst voor een landvakantie! We hebben er echt een geweldige tijd gehad, mooi land, heel veel warme en hartelijke mensen (maar uiteraard ook types die je zullen tillen), betaalbaar en zeer goed op de bonnefooi te doen. Als zeilland vinden we het matig. Het is weer bewezen; wij hebben echt niets met onbewoonde eilandjes en voor veel mensen is dat wel de charme van zeilen in Cuba. Wij zeilen om andere landen te zien en daar is Cuba te groot voor en teveel gedoe met autoriteiten elke keer. Bovendien zijn de marina’s waar je je boot achter moet laten in onze ogen niet echt super. Maar we gaan terug, heel zeker!

HAVANA

Geplaatst door: 05/03/2012

Busreis
Iets na 8 uur werden we opgepikt door de bus bij het hotel. In Trinidad zelf werden in 1 stop alle overige reizigers opgepikt, maar het was een vrijwel lege bus die aan de trip naar Havana begon. Wij hadden speciaal besloten om met de bus naar Havana te gaan om wat van het land te zien, dus je snapt onze verbazing toen de buurman zijn laptop openklapte en een filmpje ging kijken. Wij keken naar de film buiten …
We reden over de hoofdweg naar Cienfuegos, maar dat is niet meer dan een provincieweggetje in onze ogen. Door dorpjes heen en veel fietsers, paarden en paard-en-wagens. Daarnaast veel Transturbussen (voor toeristen) en huurauto’s, herkenbaar aan de recente modellen en de rode nummerplaten. Maar absoluut niet druk op de weg. Achteraf realiseerden we ons dat we het hele traject naar Havana heel erg weinig vrachtwagens hadden gezien. (Volgende vraagteken, hoe zit dat land logistiek in elkaar ?)
Het eerste stuk tot Cienfuegos was redelijk heuvelachtig met wat kleine landbouw. Cienfuegos zelf moesten we ook helemaal door om bij 3 hotels mensen op te halen of af te zetten en één stop was in het hotel naast de marina. Leuk om alvast even te kijken waar we wat later ook zouden komen te liggen.

Na Cienfuegos werd het vlakker en kwam er een 6-baans autopista. Waarom ze het een autopista noemen, weten we niet want ook hier wordt op de weg gewandeld, gefietst, gepaard-met-kard etc. Het beste voorbeeld van totale anarchie op de weg was 2 paard-en-wagens die als spookrijders op de eerste en derde baan lekker naast elkaar reden en zaten te kletsen, alleen de middenbaan was vrij en daar kwam af en toe een bus in de juiste rijrichting doorheen…
Het landschap werd hier een stuk eentoniger, vlak en heel veel suikerriet. En ik heb geconcludeerd dat suikerriet echt geen mooi gewas is. Ze waren wel aan het oogsten, dus dat was wel aardig om te zien. Verder veel rijstvelden en boomgaarden, vooral mangobomen die in “bloei” stonden. En toch ook nog veel politieke leuzen. Die zie je wat minder in de stad, maar op het platteland en langs de weg kom je ze heel regelmatig tegen.
Verder werd ons beeld van het wonen op het platteland bevestigd. De mensen wonen in kleine maar goede huizen, een van de weinige landen waar hurricane-proof wordt gebouwd, alles van beton, ook de daken. Klein tuintje eromheen. Aan de mate waarin het huis is geverfd kun je denk ik de welstand aflezen. Verf is schaars (?) en duur (cucs), dus een goed geverfd huis zegt wel iets. En je ziet alle gradaties naast elkaar staan.
Er werden nog een paar plas- en eetstops ingelast en rond 15.00 uur reden we Havana binnen.

zomaar een straatje

Havana
We waren een paar dagen eerder in Trinidad zeilers tegengekomen die net op de terugreis waren van Havana en die hadden ons het adres gegeven van een goede casa particulare. Omdat we geen ander idee hadden, besloten we daar maar heen te lopen. Helaas, zij zaten vol, maar het buurhuis waar familie van haar woonde had nog wel plek. Het was een oud huis aan de Malecon, de boulevard van Havana. In veel van die oude huizen met hoge kamers wordt halverwege een extra vloer geplaatst zodat je meteen 2 keer zoveel woonruimte hebt. Wij hadden dus ook zo’n kamer, niet al te hoog, niet al te ruim, wel eigen badkamer en een hard bed voor 25 cuc. En vol met prullen, want daar houden ze wel van. Nou ja, het was maar voor een paar nachten en als het helemaal niets bleek na 1 nacht konden we altijd nog iets anders zoeken. Gelukkig kregen we de dag erna een grotere kamer die toen vrij kwam.

de zondagse auto's

Het was even wennen aan het verkeer, dit was echt weer een stuk drukker dan we gewend waren en ze reden niet erg vriendelijk. Na 10 minuten lopen zaten we in het oude centrum en het was toch echt wel heel bijzonder om te zien hoe mooi en groots die stad is geweest. Tot aan de revolutie die nu 54 jaar geleden is, was Havana echt een hele bruisende en welvarende stad. 50 jaar niet investeren in onderhoud eist absoluut zijn tol, maar wat een mooie gebouwen waren nog herkenbaar. En overal. Niet alleen in het oude centrum maar ook in de wijk waar onze casa zat, een wijk van ruim 100 jaar oud.

doorkijkje in roze

We hebben vooral heel veel gelopen in het centrum, maar ook in de woonwijken rondom het centrum. En elke keer ontdekten we weer nieuwe leuke straatjes en buurten.En in de hele stad wordt nog echt gewoond. Ik denk dat je niet jaloers hoeft te zijn op de mensen die daar met velen op een paar vierkante meter zitten want van elke vierkante meter is woonruimte gemaakt.
Verder werkelijk schitterend gerestaureerde kerken. Wie dat allemaal betaalt weten we niet maar er zijn weinig steden waar álle kerken in zo’n prima staat verkeren. Vaak in schril contrast met de buurten waar ze in staan.

bicitaxis

Omdat dat vele lopen ook wel slopend is, vooral voor Irwin z’n rug, besloten we op dag 3 om ‘s morgens een bustour te maken, ‘s middags de stad nog in te gaan en de volgende dag te vertrekken. Dus bus weer besproken voor de terugreis, stadsrondrit gemaakt door de wat verdergelegen mooie buitenwijken (en uiteraard het Plaza de la Revolucion) en weer de oude stad in. En toen bleek toch eigenlijk dat we nog zoveel moesten en wilden zien dat we een dag te vroeg geboekt hadden. Dus uitermate veel gedaan die laatste middag en dat houdt in dat we beslist nog een keer terug moeten naar Havana. Misschien nog aan het eind van onze trip met de boot als we toch Marina Hemingway aandoen maar anders een keer voor een landvakantie.
Het grote voordeel t.o.v. verblijf in de marina was nu dat we een casa hadden en dus ook ‘s avonds lekker de stad in konden en uit eten konden gaan. Dat is nl erg gezellig daar, veel restaurants, veel terrassen, muziek

hapklare kreeft

etc. En ook dit allemaal uiterst betaalbaar. Zeker de laatste avond hebben we echt heerlijk kreeft gegeten (met voor en nagerecht) voor maar 10 cucs!! Op een A1 locatie, Plaza Vieja een van de mooist gerestaureerde pleinen van Havana. En de mojito’s varieren van 2 tot 3 cuc. Dus daar ben ik me deze dagen maar eens aardig aan te buiten aan gegaan.

Weer dat geld
Wij denken dat de restauraties (in het oude centrum) de afgelopen jaren hard zijn gegaan. Het nut ervan voor het toerisme bewijst zich elke dag en dat brengt ondanks de schappelijke prijzen toch heel veel geld in het laatje en dat heeft het land en het volk nodig. Veel particuliere ondernemingen leveren direct besteedbaar inkomen op en je ziet de Habaneros dat ook grof uitgeven.

Het blijft natuurlijk altijd lastig om een goed beeld te krijgen van de levensstandaard van mensen. De mensen van onze casa verhuurden 2 kamers en alle nachten dat wij er waren waren de beide verhuurd tegen 25 cuc. Dat is dus 50 cuc per nacht. Een arts in een ziekenhuis verdient per maand 20 cuc. Kennissen van ons zaten in een casa van een arts die gestopt is met werken in het ziekenhuis, hij heeft 2 casa’s met in totaal 4 kamers. Tel uit je winst! Die casa uitbaters moeten jaarlijks een flink bedrag belasting aan de staat betalen, onafhankelijk van de opbrengsten van de verhuur, maar de rest is voor hunzelf. Die arts die vond dat hij een uitermate slimme keus had gemaakt.
Wij hebben een soortgelijk gesprek gevoerd met de mevrouw van onze casa, zij was helemaal niet zo positief. Zij had geen werk, zoon was automonteur en had ook geen werk en hielp haar dus nu maar in de casa en het leven was moeilijk!! Natuurlijk snap ik dat je veel privacy inlevert als je constant mensen in je huis hebt, maar zulke bedragen bieden wel zicht op een ander leven dan uitsluitend je (staats)salaris als automonteur.
Ook in Havana waren wij weer regelmatig verbaasd als we naar het bestedingspatroon van mensen keken. Het kan zijn dat ze allemaal van de partij zijn en daarom riante salarissen hebben, maar dat geloof ik niet. Er liep veel “middenklasse” rond in westerse merkkleding. Er zijn verschillende winkels van Adidas, Puma en meer van dat soort merken en die zijn druk, tegen voor ons normale prijzen. En er zitten bijna net zoveel zoveel Cubanen in de restaurants, en in mindere mate op de terrassen, als toeristen.

biertje en boodschappen

Vooral de laatste middag/avond hebben we onze ogen uit zitten kijken. We zaten ‘s middags even op het terras van een oude bierbrouwerij aan het Plaza Vieja om wat te drinken. Bijzonder veel Cubanen op dat terras, vaak met de hele familie. Uiteraard werd er veel bier gedronken, van de tap, en dat zie je niet veel in Cuba. Halve liters of grote kolommen van 3 liter. Wij vonden vooral het eten dat we voorbij zagen komen er heel goed uitzien dus besloten we om ‘s avonds terug te gaan.
Naast ons zat een goedgekleed jong stel: kolom bier en wat te eten, dan ben je toch het maandsalaris van een arts kwijt. Zichtbaar veel inkopen gedaan waaronder 3 schoenendozen met merksportschoenen. Zit je ongeveer op het jaarsalaris van diezelfde arts. Bij andere tafels zagen we de ene kolom bier onmiddellijk vervangen worden door de volgende, want drinken kunnen ze! Het terras was groot en vol, binnen zaten nog veel meer mensen.

Plaza Vieja

Tegen half 6 kwamen we terug. Terras nog steeds helemaal vol, na even wachten kregen we een tafeltje en we zaten aan het gangpad naar de ingang van het restaurant en we zaten dus op de eerste rang om alles naar binnen en buiten te zien komen.
Op de eerste plaats was het duidelijk dat op het terras een aantal tafels zaten die al veel kolommen bier of cocktails op hadden, te veel waterige oogjes en lodderige blikken. Ik denk dat een Cubaan veel op moet hebben voordat hij dronken is. Die hadden dus allemaal al een hoop cucs opgemaakt. We zagen hele families uit het restaurant komen waarvan er meestal wel één of twee echt niet meer recht konden lopen.
Toen dat spul allemaal afdroop, kwam de nieuwe lichting op het terras. Families met kleine kinderen. Uiteraard weer de nodige drank op tafel en de kinderen kregen ballonnen, speelgoed met lichtjes, zonnebrilletjes. Het werd er allemaal op straat te koop aangeboden en het maakte niet uit, kind vroeg en kreeg. Gelukkig niet altijd even snel maar uiteindelijk kregen al die kinderen elke keer weer wat van die rommel, het zal geen kapitalen hebben gekost, maar je moet het maar wel kunnen betalen. Maar we zagen ook keurig uitziende meisjes van 18 straalbezopen weggaan na tig van die pullen bier. Daar werd echt zoveel geld uitgegeven, ongelooflijk!!
Wij hebben tussen al het kijken door ook onze duit in het zakje gedaan, 1 cocktail, 4 glazen wijn en 2 kreeften voor 35 cuc, en voor ons is dat niet veel als je daar 3 uur zit, maar 35 cuc hier is volgens mij voor veel Cubanen nog steeds héél véél geld, al zou je dat na die paar uur niet zo zeggen.

Het blijft echt iets onbegrijpelijks voor ons dat geld (en de welvaart). Zeker als je dan weer 2 dagen later in de rij bij de bank staat, er een meneer op de fiets aankomt die met een andere meneer vooraan in de rij gaat praten. Meneer op de fiets geeft een 3 cuc-biljet aan de andere meneer die het voor hem gaat wisselen in pesos. Wij dachten (en denken eigenlijk nog steeds) dat mensen cucs willen voor de “luxe” dingen, maar deze meneer leverde blijkbaar graag z’n luxe in voor 75 pesos eerste levensbehoefte. En het idee dat je voor minder dan 3 euro naar een bank fietst en vervolgens lang in de rij gaat staan ….. Wíj kunnen het ons niet voorstellen, maar het zegt toch wel iets.
Het zien van die 2 uitersten maakt dit toch wel een land waar je je constant loopt te verwonderen (en waar we dus ook echt niets van snappen).

Volgende etappe
Nadat we terug waren uit Havana, wilden we ook weer direct vertrekken uit Casilda, waar we overigens na terugkomst bijzonder hartelijk werden begroet door iedereen die bij die marina werkt. Echt zo’n ontzettend leuke plek!
Die maandagochtend mislukten voor het eerst de boodschappen helemaal. De bakker had nog geen brood (mas tarde) en de groente die we goed moesten zoeken, want weinig karren op straat, zag er allemaal slecht uit. Dus onverrichter zaken maar terug naar de boot, een paar dagen blikvoer en zelf een broodje bakken! Da’s dus ook het Cuba-gevoel.
Met hoog water de boot naar buiten gevaren en daar voor anker gelegd, we kregen weer een mannetje mee van de marina. Wij wilden het op het lijntje van de plotter doen, maar geen enkel probleem om een mannetje mee te sturen. Echt prima service!
De volgende dag vroeg vertrokken om naar Cienfuegos te zeilen, 30 mijl verderop, maar wel met eerst 5 mijl geneuzel om bij Casilda weg te komen en aan het eind 5 mijl om bij Cienfuegos de immense baai binnen te varen. Die lijkt wel zo groot als het Markermeer en is met zee verbonden door een hele smalle ingang.
Schip voor anker bij de marina en zodra we aan de kant kwamen stonden er al weer 2 mannetjes klaar om mee aan boord te komen. Ze zaten weer alletwee een lijstje in te vullen met dezelfde informatie, lekker efficiënt. En ik ben uitermate verbaasd over de variatie aan lijstjes die we tot nu toe hebben gezien. De instanties zijn overal het zelfde maar de lijstjes zijn overal weer anders ….!
De marina ligt vol met ons bekende boten, maar niemand is aan boord, allemaal een paar dagen naar Havana of Trinidad …

‘s avonds hebben we vanuit de kuip het havenfront bewonderd. Vlak bij de marina liggen een aantal villa’s die zo aan de franse of engelse kust hadden kunnen staan en ze zien er uitermate goed onderhouden uit. Later hoorden we van mensen die hier 15 jaar geleden ook waren, dat het toen allemaal bouwvallen waren. Inmiddels allemaal in gebruik als hotel of restaurant.

Cienfuegos
De stad zelf ziet er ook weer verrassend goed uit. Weer dezelfde imposante gebouwen van rond 1900, en het overgrote deel goed onderhouden. Wij hadden in ons hoofd toch zo’n ander beeld van Cuba als we hier zien.
Eindelijk hebben we hier een echte stad op loopafstand van de boot, dat is dus wel eens lekker, kun je echt op alle tijden heen en terug.
Dat heeft al geresulteerd in een avondje naar een balletvoorstelling in een schattig theater van rond 1900 (wel harde stoelen) en daarna heerlijk eten in een palador (familierestaurant).
We blijven iets langer dan oorspronkelijk gepland, want na het weekend komt er een flinke “norte” (noordenwind) aan en die zitten we liever uit in de baai van Cienfuegos dan bij een van de volgende kleine eilandjes.

Irwin overgeleverd aan de Cubaanse kapper

Uit-het-leven-gegrepen
Als laatste nog twee anekdotes;
We moesten alletwee nodig naar de kapper, voor mij was het al weer 3 maanden geleden en de laatste keer dat ik Irwin had geknipt, had ik een wezenlijk onderdeel van de tondeuse, nl het mes, overboord laten vallen bij het schoonblazen. In Cienfuegos zagen we een kolossaal grote kapperszaak met wel 20 antieke stoelen, dus dat vonden we wel een experiment waard. Terwijl ik nog ergens aan het windowshoppen was, had Irwin al uitgevogeld dat je bij de kassa moest betalen, dan een bonnetje kreeg en moest wachten op je beurt. Zodra ik echter binnenkwam begon een mevrouw naar me te wenken dat ik in haar stoel kon gaan zitten. Irwin riep nog helemaal paranoia achter me aan dat ik niet eens wist wat het ging kosten. Ik vragen, zowel voor mij als Irwin 3 pesos (en ik snapte meteen dat ze geen 3 peso-pesos maar cucs- pesos bedoelde) Ik vond het best, nog even voor de vorm vragen of al die wachtende mensen niet voor moesten, nee hoor, ga maar gauw zitten.
Enfin, ik geknipt, wel kort niet modieus, Irwin geknipt, en ik moest er vooral bijblijven van hem, bang als hij was dat ze het te kort zou maken. En toen afrekenen. Ik had voor mezelf al uitgemaakt dat ik geen 3 pesos pp ging betalen, da’s net 10 eurocent. Of dat nou de lokale prijs is of niet, 3 cucs is al een lachertje in onze ogen. Dus ik vragen of ik bij de kassa af moest rekenen. Nee dat was duidelijk niet de bedoeling. Aan de mevrouw zelf betalen. Nou dan weet je genoeg. Zij heeft dus tijdens werktijd, op de werkplek gewoon even lekker voor zichzelf staan te werken, voor iedereen zichtbaar wat daar gebeurde. Dat is dus de cuc-economie.

in de rij voor Havaiana slippers

Tweede staaltje van cuc-economie. We hadden in Trinidad al gemerkt dat het schip met de Havaiana-slippers aan was gekomen. Opeens liep iedereen met een paar gloednieuwe slippers in zijn hand over straat. Ik uiteraard uitvogelen waar dat werd verkocht en voor hoeveel (7 of 8 cuc, afhankelijk van het modelletje). In Cienfuegos zag ik een ook een winkel met volle rekken van die slippers, dus ik zeg op enig moment tegen Irwin dat ik die winkel ook wel in wil. We komen aanlopen, een gedrang, veel volk voor de deur, dus ik dacht al dan maar niet. Bij nader inzien bleek het volk niet voor de deur te staan, maar voor een open raam, daarachter één mevrouw en twee rekken met slippers. De slippers werden via het raam verkocht. Ik om de hoek toch de dezelfde winkel in. Niemand, echt niemand in die winkel, bij het raam een afgeschermde hoek en met de beste wil van de wereld kon ik in die winkel niet bij die slippers komen. Wij vol onbegrip weer weg. Enfin, volgende dag weer zo’n gedrang bij dat raam. Iedereen moet blijkbaar van die schoenen hebben. Volgens mij zijn er genoeg, want we zien op straat dat er veel verkocht zijn want je loopt nl demonstratief met je zakje slippers te showen, en de rekken in de winkel blijven uitermate stevig gevuld. Wat een waanzin. Blijkbaar is het idee van schaarste nog diep geworteld want iedereen wil het blijkbaar onmiddellijk hebben als het er is.

De enige schaarste die wij hebben gemerkt was een gebrek aan aardappelen de afgelopen maand. En echt, voor ons was dat vreemd want aardappelen, wortelen en uien zijn werkelijk de enige groenten die we tot nu toe áltijd en óveral konden kopen (als ik het dus echt niet meer weet, eten we hutspot!) Maar hier de hele maand geen aardappel gezien. Gelukkig is dat probleem nu ook opgelost, de nieuwe oogst is aangevoerd en net als de Cubanen stond ik direct in de rij om een paar kilo te kopen! Terwijl ze nu met vrachtwagens tegelijk de stad worden ingereden….

TRINIDAD

off duty Geplaatst door: 02/03/2012

Trinidad vanuit de klokketoren

Marina
Ik had al verklapt dat dit alle verwachtingen overtroffen heeft.
Op de eerste plaats (en voor zeilers niet onbelangrijk) liggen we echt heel mooi en rustig in een door mangroves omringd klein baaitje. Er is een kleine marina waar maximaal 20 boten aan goede steigers kunnen liggen en er zit een regelmatig verloop in. Tot onze verbazing is er ook een charterbotenverhuur, vooral veel Duitsers. Iedereen wil aan de steiger, wij vinden het wel lekker rustig voor anker en het is maar een heel klein stukje met de dinghy, dat zijn we wel anders gewend.
Uitermate vriendelijk en behulpzaam personeel, wat wil een mens nog meer…?
Goed vervoer naar de stad! Ook dat is geregeld. 4 keer per dag vertrekt een hop on, hop off bus vanuit het hotel, 200 m verderop, naar de stad: voor 2 cucs pp de hele dag met de bus. Echt super geregeld, frequentie en tijden zouden iets anders mogen maar over zoveel luxe zeuren we verder niet. Verder heeft het hotel een bank, dus niet meer in de rij staan om geld te wisselen en internet. 1 Computer, zowaar met aansluiting voor usb stick (dat zat er in Santiago niet eens op) maar wel erg langzaam. Goed genoeg voor de mail, maar het stuk voor de website kreeg ik niet door de telefoonlijn geperst. Verder is het ‘t gebruikelijke all-inclusive hotel waar we weliswaar zonder problemen vrij in en uit kunnen lopen maar onze drankjes halen we maar gewoon in het winkeltje. Niet dat we er nou vaak zitten want we hoeven niet zo nodig aan de dagelijkse bingo of dansles deel te nemen. Dat horen we wel aan vanaf de boot!
En het moet gezegd, dit hotel en de 2 andere ernaast, liggen aan een fantastisch mooi wit zandstrand, het lijkt er mooi snorkelen en de zee heeft echt alle kleuren fotoblauw.

casa de la trova

De stad
Dan de stad Trinidad, op zo’n 15 km van de marina. Een oud koloniaal stadje met een “Unesco“-centrum. Echt schitterende gebouwen en een heel groot deel van de stad ziet er ook prachtig gerestaureerd uit. Zelfs als je wat verder buiten het centrum gaat, zie je de oude glorie nog staan al ziet het er iets minder uit, maar nog steeds niet vervallen.
Er wordt volop gewoond en business gedaan. Er zitten veel “galeries” hoewel het er ook vaak op lijkt dat iemand een beetje aardig kan schilderen en dat in zijn huis ten toon stelt. Het voordeel is dus dat je ongegeneerd in al die huizen naar binnen kunt lopen om te kijken en dat is de moeite waard. Behalve kunst ook veel “artisanal” en dat kan uiteraard alles zijn van goedbedoelde rotzooi tot aardige souvenirtjes, maar allemaal in die huiskamers. En als er niets verkocht wordt, zit er in zo’n huis wel een “casa particular” (pension) of restaurant en ook daarvan staat de deur meestal wijd open. Er valt heel wat te kijken.

schommelstoelen

Loop je iets buiten het centrum dan neemt het echte wonen weer de overhand en maar ook daar staan de luiken achter de tralies wagenwijd open, zodat je vooral goed kunt loeren. Standaard staan er in de mooie kamer 2 houten schommelstoelen voor het raam. Vaak zit oma in één daarvan, wij kijken en zij kijkt terug, en vlak bij het raam staat meestal een grote tafel met de foto’s van de hele familie erop die allemaal naar buiten kijken. Volgens mij willen ze dus echt dat wíj naar binnen kijken! Ik voldoe graag aan die wens. We vinden het heerlijk om een beetje door al die straten te slenteren en elke keer weer verrast te worden door wat je ziet. De huizen zijn nl ook erg diep en vaak zitten er nog hele tuinen of binnenplaatsen achter.
Uiteraard trekt zo’n stadje veel toeristen die met busladingen worden aangevoerd, maar op een paar straten na heb je daar eigenlijk weinig last van, soms zijn ze wel handig als bliksemafleider.

off duty

Het hele entertainment is echter wel gericht op de “Toerist“. Waar in Santiago groepjes muziek stonden te maken voor een paar cucs maar zeker ook voor hun plezier, stoppen ze hier onmiddellijk met spelen als er niemand loopt, om de instrumenten weer op te pakken als er een horde aankomt. Daar is weinig authentieks meer aan. Hetzelfde geldt voor de man met het ezeltje. Dachten wij de eerste minuten nog dat hij stopte omdat ik ergens een foto van wilde maken en hij het beeld niet wilde verstoren, nee hij bleef wachten tot ik een foto van hém had gemaakt. Later had de ezel ook een bordje op zijn kop “for rent for photo”. Ik heb man en ezel in rust gefotografeerd! Zonder te betalen natuurlijk.
Uiteraard ook hier een Casa de la Trova, waar bijna altijd wel gespeeld wordt en waar je in een schaduwrijke tuin even lekker bij kunt komen van het geslenter.

Je kunt ook zien dat dit een omgeving is waar meer cucs circuleren dan in Santiago. Het lijkt welvarender en je ziet een hoop Cubanen met groot gemak cucs uitgeven.

Het straatbeeld
De bussen lijken verdwenen. Hier wordt bijzonder veel gedaan met de fietstaxi en paard en wagen. Er zijn wel mensen met een eigen fiets, maar veelal maken ze toch gebruik van deze vormen van öpenbaar vervoer”.Ook de gewone taxi’s rijden uiteraard rond en zien er over het algemeen een stuk beter uit dan in Santiago. Mooie oude Amerikanen. En op zondag zagen we echt de mooie auto’s te voorschijn komen. Dat is blijkbaar de dag om met je opgepoetste Amerikaan te gaan toeren. Die gaan daarna voor de rest van de week weer de garage in want dan zien we niet meer van die hele mooie, blinkende auto’s.

goentewinkel

Geen centrale groentemarkt, maar veel karretjes (van kruiwagen tot paard met kar) die overal op straat groenten verkopen maar ook bij veel huizen kun je in het portaal wat groente kopen. Veel minder ijsverkoop en voor de pizza’s moet je echt de buitenwijken in. De toeristen hebben ze liever in een restaurant! En daarvan zijn er veel, we hebben er eindelijk een keer lekker gegeten in een klein familierestaurant.

taartverkoop

En taarten ! Op elke hoek van de straat staat wel iemand zoetigheid te verkopen. Dat kunnen een soort appelflapjes zijn, muffins of een caketaartje formaat brownie, maar ook echte taarten. Je klapt een tafeltje uit of hebt een rijdend karretje en daarop zet je een paar taarten. Cake, gegarneerd met enge kleurtjes opgeklopt eiwit. Slagroom hebben ze uiteraard niet, eieren genoeg en daarvan maken ze dan een mierzoete garnering. Alles uiteraard ongekoeld! En dat het verkocht wordt! Alle dagen van de week. De hapklare taartjes gaan meteen op de hoek van de straat in de mond en de taarten worden wandelend of fietsend zonder verpakking op een dun kartonnetje vervoerd. Dat vraagt in mijn ogen om een taartengevecht, maar die Cubanen hebben meer beheersing!

Wandelend Kruidvat
Mensen spreken je ook hier aan, maakt niet uit waar je loopt, en vragen om snoepjes, balpennen, zeep, shampoo etc. Ze beginnen er bijtijds mee zoals de zwangere vrouw die wrijvend over haar buik om zeep voor de baby vroeg.
Dat bedelen en het al dan niet iets geven blijft een van de lastige dingen, voor mij tenminste. Irwin is er al jaren klaar mee en verwijst iedereen die om geld komt vragen naar de dichtsbijzijnde pinautomaat of bank. (Ik moet daar wel om lachen, maar snap nog wel dat het niet voor iedereen even gemakkelijk is).
Ik heb een hoop van dat spul aan boord, speciaal ingekocht in Curacao, om het weg te kunnen geven omdat het hier niet te koop zou zijn. Maar ik heb nog elke dag in de winkels badschuim, shampoo, conditioner, waspoeder, toiletpapier etc zien liggen. Zeep in peso- winkels en in cuc-winkels. En ik heb in Curacao echt moeten zoeken naar betaalbaare spullen, want daar is het duur in vergelijking tot Nederland waar je bij de Aldi of Action nog wel eens je slag kunt slaan.
Hier is het ook duur voor de mensen dus dat betekent keuzes maken, net als overal …..Rum is in onze ogen hier spotgoedkoop, maar ik kan je vertellen dat je voor de prijs van een fles rum hier een hoop zeep, waspoeder of shampoo kunt kopen. En met een fles badschuim doe je heel wat langer dan met een fles rum die binnen een halve dag op is. Dat spul drinken ze hier nl omdat ze dorst hebben.
Dus ik ben een beetje genezen van het zomaar weggeven, bovendien kon er soms geen gracias vanaf. Het sterkste verhaal is wel de mevrouw die ons al dagen “achtervolgde” en weer kwam zeuren toen we ergens koffie zaten te drinken. Ze bleef maar vragen. Opeens werd ik echt boos en zei: no sabon, no dinero, no nada! (Geen zeep, geen geld, geen niks!) Toen werd zij ook boos en liet ze me zien wat ze die dag (?) al had gescoord (10.30 uur) één stuk zeep, één fles badschuim, en echt een handvol bankbiljetten cucs en pesos. Waarop Irwin concludeerde dat het bijzonder lonend is om bedelaar in Trinidad te zijn. “Beleid” is nu dat we graag geven als mensen er iets voor doen of omdat we dat zelf graag willen, maar niet meer als ze vragen.
De buschauffeur van de hop on/hop off-bus kreeg na een paar dagen een klein antislipmatje van ons om zijn geldbakje op te zetten dat hij bij elke bocht vast moest houden. Wij hebben nl meters van dat spul aan boord. Hij keek een beetje raar toen Irwin het uit z’n zak haalde en snapte het niet helemaal, maar bij elke bocht ging vervolgens zijn duim omhoog. Helemaal in de roos, uitvinding van de eeuw! En van die man weet je tenminste (hoop je maar) dat hij niet verder gaat bedelen om antislipmatjes.
2e punt van het beleid: we kopen lokale spullen. Veel locals hebben een handeltje in zelfgemaakte souvenirs, sieraden, rietwerk, hoeden, petten, gehaakte kleding en allerlei prullen etc. Het geld dat je daaraan uitgeeft komt direct bij de mensen terecht en je ziet vaak dat ze echt blij zijn dat je bij ze koopt. Toen we dit met elkaar bespraken zag ik het als een vrijbrief om maar vooral veel te gaan kopen, maar Irwin heeft er helaas toch een ander idee over…..

Zondagmiddagwandeling
Op zondagmiddag hebben we de wandelschoenen aangetrokken om een flinke wandeling langs de zee te maken. Dezelfde route die we met de bus rijden, maar in eens in een rustiger tempo. Bovendien wilden we naar la Boca, dat is een dorpje aan de zee, waar vooral het gewone leven zich afspeelt en een strand waar Cubanen komen, dat zou op zondagmiddag erg gezellig zijn. Ongeveer 10 km lopen, grotendeels gewoon over de weg, die echt langs de zee loopt en een paar shortcuts. Wegen worden hier echt niet druk bereden dus geen enkel probleem om midden op de weg te lopen. Uiteraard ben je raar als je dat doet, welke toerist gaat daar nou lopen, ja een enkele local op weg om te vissen of naar een veldje, maar verder ….. Dus genoeg aanspraak en bekijks. Op verschillende plaatsen langs de weg waren kleine strandjes vrijgemaakt waar allerlei kunstwerken waren gemaakt van zwerfkoraal, en er lag veel echt mooi dood koraal, behoorlijke riffen voor de kust. Verder veel locals die met de familie een middagje op stap waren, opa, oma, papa, mama en de kids in de kar, paard ervoor en als je aangekomen bent paard uitspannen, kar kantelen en je kunt heerlijk

houten kinderzitje

in de schaduw zitten. Echt een plaatje van 100 jaar geleden. Ook vader op de fiets, moeder achterop en het kind op een eigengemaakt houten kinderzitje op de stang. En die fietsen zijn er in allerlei varianten. Van oud, gammel en zeer eenvoudig tot echt super de luxe racefietsen en mountainbikes (incl outfit).
Verder kwamen we uiteraard veel loslopende geiten en schapen tegen en af en toe wat koeien. We kregen nog een kreeft aangeboden, maar het loopt een beetje lastig met zo’n friemelend geval in je rugzak, dus dat hebben we maar afgeslagen. Op mijn tandvlees kwamen we (ik dus) in La Boca aan en helaas was de zondagmiddag daar op het strand minder bruisend dan we hadden gehoopt. Toch maar een pizzaatje gescoord en later een biertje voor mij en een magnum voor Irwin op het enige terrasje, waar het wachten op een tafeltje was. Dat bleek een prima plek, want zondag”middag” is natuurlijk een rekbaar begrip en vanaf 16.00 uur kwam de hele bevolking zijn huis uit om naar het strand te gaan en dat liep allemaal bij ons langs. Groot, klein, oud, jong, ging naar het strandje. Wij niet meer want we moesten met de bus van 17.00 uur terug, nog een keer zo’n stuk lopen vond ik teveel van het goede voor 1 dag. Overigens is La Boca een dorpje waar heel veel casas particulares staan en als je zag wat er op het terras werd besteed in cucs, wat er aan dure fietsen langskwam en hoe de mensen er uitzagen, denken we dat het een rijk dorp is.

Voorbereiding tripje Havanna
Omdat we de plek voor de boot zo fantastisch vonden, bedachten we dat we net zo goed vanuit Trinidad naar Havanna konden gaan als vanuit Cienfuegos, de volgende “stop”. In onze ogen zou het daar nooit beter kunnen zijn. Dus we moesten zien dat we een busticket naar Havanna konden kopen, met de marina regelen dat we voor anker konden blijven liggen en onze visa verlengen. We hadden nl maar een visum voor 1 maand en dat zou verlopen als we net wel of net niet terug waren uit Havanna, dus beter om het maar meteen te doen. Dat leest uiteraard weer makkelijker dan het in realiteit is. Tickets waren zo gekocht, 25 cuc pp met Transtur voor een reis van ca 400 km, we werden ‘s morgens om 8.00 uur bij het hotel opgepikt. Luxer kan het niet, waarschijnlijk wel een stuk goedkoper met de bus voor locals maar dat wilden we maar niet uitproberen voor zo‘n afstand.
Marina was ook geen probleem, ze zouden opletten (en we waren er ook van overtuigd dat ze dat zouden doen) en wensten ons vooral heel veel plezier.
Visum was een stappenplan. De marina wist niet precies hoe het werkte, maar de volgende ochtend was de chef van de douane er, die zou het misschien wel weten. Die heeft in mijn bijzijn naar immigratie gebeld en ze vertelden hem dat ik de volgende ochtend met 25 cucs pp aan zegels bij immigratie moest zijn, met paspoort, visum en bewijs dat we voor ziektekosten waren verzekerd. Ik wist dat we de zegels bij een bank moesten kopen, maar we hadden het er al eerder over gehad dat we tot onze stomme verbazing nog geen bank hadden gezien in Trinidad en de bank in het hotel verkocht geen zegels.
Wij dus weer naar de stad op zoek naar een bank, lekker buiten in de rij staan, iedereen drong voor want we begrepen niets van al die Cubanen die elke keer met een verhaal voordrongen en naar binnen mochten. Uiteindelijk mocht ik ook naar het loket voor de “sellos”. Die man moest wat administratie verrichten om mij voor 50 cucs een paar van die zegels te verkopen …. Toen was het 11.30 uur. Met een beetje geluk konden we voor 12.00 nog bij immigratie zijn. We wisten ongeveer waar het was, maar niet helemaal. Dus besloten we een fietstaxi te nemen. Uiteraard onderhandelen over de prijs, weglopen en toen was de prijs toch goed. Maar we moesten wel weten dat het wel heel ver was en een zware tocht en dat we boften met hem en onze prijs van 3 cucs. Je weet dan ook wel dat het teveel is, want een local betaalt hooguit 3 pesos maar goed. Nou hij heeft 200 meter gefietst, toen een lange daling ingezet en op het eind nog 300 m gefietst, dat was echt geen 3 cucs waard! Maar we waren ruim op tijd bij immigratie, alleen deden die uitsluitend op maandag en woensdag visa en het was dinsdag, dus inderdaad, morgen terugkomen. Teruggewandeld naar het centrum, stukje van niks. Maar we wisten nu gelukkig wel waar immigratie was, konden we morgen lopend doen.
Volgende dag eerder uit de bus gestapt, langs het spoor naar immigratie. Toen de weg lángs het spoor ophield óver het spoor verder en we waren niet de eersten die dat deden! We kwamen nog langs het stationnetje dat wel in gebruik leek, hoewel wij nog nooit een trein hadden zien rijden, en langs een paar oude stoomlocomotieven die daar stonden te wachten tot ze definitief in elkaar zouden storten. Via de achteringang kwamen we bij immigratie aan. Uiteraard aansluiten bij een onduidelijke rij en uiteindelijk mochten we naar binnen bij een meneer met 3 sterren. Die begon weer driftig onze paspoorten over te schrijven op een formulier en vroeg om de ziektekostenverzekering. In Santiago hadden we het plastic kaartje laten zien, nu had ik voor de zekerheid de polis meegenomen. Zit die man dus heel serieus een Nederlandse (verlopen) polis te bestuderen. Na 3 minuten vroeg ik maar heel voorzichtig wat hij zocht. Foute vraag, hij had het al gevonden! Hij schreef een nummer over, voor hetzelfde geld was het de bankrekening ofzo, en ging het tweede formulier invullen. Zegels plakken op het formulier met een fles ouderwetse knutsellijm. Achter op ons visum werd een echte sticker geplakt ten teken dat we nog een maand mochten blijven en als laatste wilde hij de kwitantie van de bank waar ik de zegels had gekocht. Ook dat bonnetje werd met de knutsellijm op de formulieren geplakt. Heb je 3 sterren op je schouders, zit je te fröbelen of je 3 bent!!
Maar wij hadden weer een maand en konden naar Havanna!

VERDER IN CUBA

Geplaatst door: 20/02/2012

Na bijna 2 weken Santiago vonden we het tijd om weer door te gaan. Eerst 3 stops aan de zuidkust en dan een lange ruk naar Casilda om la Trinidad te bezoeken.
De zuidkust van Cuba westwaarts bestaat uit 100 mijl dorre en kale bergen, geen inspirerend gezicht vanuit de kuip. Gelukkig zorgen die bergen in de loop van de dag voor zeewind zodat we dagelijks vanaf 11.00 uur wel konden zeilen, voor die tijd is het motoren.
De eerste stop was Chiverico, een mooie lagune te bereiken via een heel smal, ondiep kanaaltje door het rif. De pilot had het zo moeilijk beschreven, dat we op het moment supreme zo gingen twijfelen en ik nog maar weer eens met mijn neus in het boek dook en Irwin te druk was met de bakens op de kant dat we dus TOCH de verkeerde kant van de witte boei namen. KRAAAK. Meteen in z’n achteruit, nog meer gekraak, allerlei mannen op de kant die begonnen te wijzen dat we verkeerd zaten. Ja, die conclusie hadden wij dus ook getrokken. Met knikkende knieen aan de andere kant van de boei langs, 30 cm water onder de kiel en we lagen binnen. Met hoog water! Je weet dan dat je er ook nog uit moet …..
Geen Guarda gezien dus we mochten niet van de boot af, maar vanaf de kuip was het een mooi baaitje met slaapplaats voor witte reigers die zich in grote getale in de mangroves nestelden terwijl wij aan de borrel zaten. Een andere vorm van Happy Hour. Ongelooflijk stil ‘s nachts en kraaiende hanen ‘s morgens.
En gelukkig zonder verder gekraak de volgende ochtend weer op zee gekomen.

Zaterdag een tocht van 45 mijl naar Marea de Portillo, een baai die gelukkig heel goed aan te varen is. Aan de westkant 2 Canadese all- inclusive hotels, aan de oostkant een klein dorpje en verder omringd door mangroves. Om 19.00 uur werd de Guarda Frontera door de lokale octopusvister aan boord geroeid, de hele papierwinkel kwam tevoorschijn en hij zat weer van alles op de schrijven in zijn schriftje. Het is echt van een aandoenlijke simpelheid.
Hoewel ik graag een dagje wilde blijven, besliste Irwin dat we de volgende dag zouden vertrekken, dus de man nam onze papieren mee en zou de volgende ochtend om 7.30 uur terugkomen … Shit, als dat maar goed gaat denk je dan.

keurig op tijd, maar voor niets ....

Alles liep anders dan gepland, ‘s nachts ging het nl behoorlijk waaien. Er was een ‘norte” voorspeld. Dat is een noordenwind met koude lucht door een depressie op de Atlantische Oceaan of in de US. Die komen hier regelmatig voor in januari en februari. Echter volgens de weerkaartjes zat de harde wind veel westelijker. Niet dus. Het ging echt tekeer, maar om 6.50 uur kwam de Guarda himself aangeroeid in een geleend bootje. … Shit, hoe vertel ik hem dat hij voor niks is gekomen omdat we niet weggaan. Geen probleem, is gewoon “trabajo.”

gastvrije Josefina

Toen we later die ochtend de kant opgingen stond de vismevrouw ons al op te wachten en bracht ons naar haar huis. Of we koffie wilden, nee, wel graag even praten en rondkijken in huis en kleine tuin waar een complete veestapel rondliep. Terwijl we weggingen kwam een buurvrouw die nog wel wat sieraden wilde verkopen en probeerde wat spullen te regelen die we niet meer gebruikten. Vismevrouw zei toen ook dat ze nog wel wat visspullen kon gebruiken want ze moesten alles kopen met cucs en die hadden ze niet.
Nou ja, eerst maar eens wandelen en dan kijken wat we konden missen.
Van het dorpje naar de hotels gelopen over een fantastisch “wandel/fietspad” dat ooit is aangelegd als dé autoweg langs de kust, maar die ene auto per uur mag geen naam hebben. Er liep ook nog een ruiterpad naast, want er wordt veel paardgereden of met paard en kar, maar dat gaat gewoon over de weg.
Ook voor ons was het hotel all-inclusive, we hebben het bescheiden gehouden, alleen maar 2 lokale diet-coke.
Teruggeklauterd via het strand en de mangroves.
Terug aan boord 2 pakketjes met oude kleding, waspoeder, zeep en pennen gemaakt en Irwin vond nog wat vishaken, touw en vislijn. Nog een zak met kindercadeautjes en weer naar de kant. Nou de dames zaten al te wachten.
De buurvrouw had me kaas en boter beloofd waarvan ik al had gezegd dat ik ze niet nodig had, maar die kreeg ik meteen in mijn handen gestopt. Ik had nog gehoopt op eigengemaakte geitenkaas en boter of zo (loslopende geiten genoeg daar). Niks hoor, dit was een grote homp kaas en minipakjes echte boter, ik schat zo in dat ze rechtstreeks van het ontbijtbuffet van het hotel kwamen. Ik moest ze meenemen, verder had ze nog een gele paprika (die kan ook echt alleen maar uit het hotel komen) en wat fruit, uit eigen tuin. Bovendien ook nog een paar oorhangers en een vreselijk souvenir gemaakt van hoorn. Ze had nog niet eens gezien wat ik voor haar had meegebracht ….. Maar ze ging gauw kijken en de onderbroeken (echt nieuw, miskoopje) scoorden het hoogst! Zoontje nog een balletje en een pen en wat autootjes voor het jongste zoontje en ze was helemaal gelukkig.
De vismevrouw was echt heel blij met de haken en de rest, dus daar kreeg ik nog een paar zoete aardappels van.
Allemaal blij gingen we uit elkaar.

Terug aan boord nog een tweede anker gezet, voor het eerst in onze Maru-carriere, dus dat zegt genoeg!!. Het loeide met 35 knopen om onze oren en dat bleef het de hele nacht doen.

Cubaans transport in Marea

De volgende ochtend rond 8.00 uur was de wind ineens helemaal weg, maar na een slapeloze nacht hadden we toch gerekend op nog een dagje liggen. Ook nu weer lekker de kant op voor een flinke wandeling, dit keer naar wat een stuwmeer bleek te zijn (wisten wij veel toen we het bord de dag ervoor hadden zien staan). Mooie omgeving met veel kleinschalige landbouw en het ziet er allemaal ontzettend mooi, gezond en verzorgd uit, maar die kleinschaligheid levert natuurlijk geen cent op. Bij het stuwmeer aangekomen, kregen we ieder meteen 2 bananen van de guarda. Ongelooflijk dat mensen die zo weinig hebben, meteen gaan geven. Ik had gelukkig een stuk zeep en een balpen bij me en hij was als een kind zo blij met die pen. Behalve de wacht te houden bij het stuwmeer (??) zat hij kapotte plastic schoenen te repareren met naald en draad, je moet toch iets met je tijd doen!

Maru in Marea de Portillo

Alles bij elkaar een superstop en we waren beiden erg blij dat we hier noodgedwongen een paar dagen hebben gelegen. Er zijn weinig van dit soort bewoonde plekken waar we voor anker kunnen en aan land mogen.
Dat bleek tenminste de volgende dag.

Stipt op tijd kwam een andere Guarda-frontera-man weer met de papieren aan boord, uiteraard gebracht door de vismevrouw. Vertrektijd ingevuld, hij wilde de boot nog even “inspecteren”(?) en vroeg nog om een flesje typex. Gelukkig kon ik ook hem weer een goede dag bezorgen. En Irwin ook, want de waterlijn begint weer te stijgen bij alles wat je zo weggeeft!
Toen op weg naar Cabo Cruz, de hele weg voor de wind kunnen zeilen. De aanloop was weer effe spannend, want we moesten eerst een heel eind om een rif heen om bij de ankerplek te komen en te ver achter het rif en een eiland werd het weer snel ondiep. Dus vlak bij een boei het anker maar uitgegooid. Een uur later kwam er een bootje met een roeier en 2 man Guarda frontera. Deze hoefden niet aan boord, maar wilden wel even heel duidelijk maken dat we niet aan land mochten (wisten we) en dat we ook vooral niet met mensen die bij de boot zouden komen, mochten praten. “Het waren allemaal bandidos die ’s nachts terug zouden komen om te roven”. Welkom in Cabo Cruz!
Na die woorden en het feit dat we niet echt lekker voor anker lagen, een onrustige nacht gehad en om 7.00 vertrek naar Casilda, een tocht van ruim 170 mijl.

Omdat we geen idee hadden van de gemiddelde snelheid, de wind was de afgelopen dagen zeer variabel en de stroom kon ook van alle kanten komen, had ik allerlei scenario’s bedacht. Normaalgesproken is zo’n traject een dag, een nacht en een deel van de dag. Het zou nu goed langer kunnen zijn, maar dat zou absoluut een probleem met de aanloop zijn. Wat waren dus de alternatieve aanloopplekken? Niet zo heel veel want we voeren langs een archipel van kleine eilandjes met riffen en veel ondieptes, niet iets om zomaar spontaan aan te lopen. Bovendien we hadden er al voor gekozen om niet binnendoor te gaan omdat we geen zin hadden in gekloot met ondieptes, riffen en onbewoonde eilandjes. Dus als noodscenario, nee.
Maar al snel bleek dat al mijn zorgen voor niets waren geweest. We vertrokken met een flinke ochtendwind (bijzonder) en 1,5 knoop stroom mee ( nog bijzonderder). Die mijlen konden ze ons niet meer af nemen. Echt super gezeild. Om 15.00 uur was de wind op, dus motor aan, totdat hij rond 21.00 weer in een half uur van niets ruim boven de 20 knopen zat. Eerlijk is eerlijk, ‘s nachts mag het van mij wel een beetje minder, dus een paar riffen erin. Maar we kregen de snelheid van de boot niet onder de 7 knopen. Rond 05.00 uur begon de wind weer af te nemen en één voor één konden de riffen er uit.

Tegen 10.00 uur kwam de aanloop naar Casilda in zicht en hier was het ook weer zoeken naar de juiste boeien om tussen riffen en andere ondieptes de geul te beiken naar de baai voor de marina. Omdat dat allemaal weer erg ondiep was, hebben we de boot maar aan het begin van de baai voor anker gegooid, net naast de geul. Omdat niemand ons weg kwam jagen, zijn we ‘s middags met de dinghy naar de marina gegaan. Ze zouden de volgende ochtend met hoog water iemand sturen om met ons mee te varen naar het baaitje bij de marina. Waren wij de volgende ochtend blij dat die man erbij was!! Met 10 cm onder de kiel hebben we de tocht naar het boeitje gemaakt. Gelukkig hebben we de track op de plotter staan zodat we zelf weer weg kunnen komen!

We liggen nu in een klein, door mangroves omringd, baaitje bij een hele kleine, maar levendige marina. Op een paar honderd meter verwijderd van al weer een Canadees all-inclusive hotel. We zijn er inmiddels achter dat dit vele voordelen biedt (o.a. internet en vervoer naar de stad). We hebben al een tripje gemaakt naar Trinidad en dat heeft echt alle verwachtingen overtroffen. Zo mooi!!
Maar dat komt de volgende keer …….

CUBA

Geplaatst door:

Op vrijdag 27 januari zijn we om 14.00 uur uit Jamaica vertrokken. We hadden die woensdag al uitgeklaard maar Irwin had een “echte” griep te pakken, dus vertrek werd even uitgesteld. Achteraf zijn we nog te snel vertrokken want tijdens de overtocht was hij nog echt niet wat hij wezen moest. Ik uiteraard ook weer zeeziek, dus het was een beetje behelpen. Er stond gelukkig niet zoveel wind en de voorspelling was zuidoost, wat op zich bijzonder is, dus daar wilden we gebruik van maken. Tot 21.00 uur ‘s avonds zo weinig wind dat we moesten motoren in een vervelende deining en met stroom tegen (ja, weer!), daarna ging het waaien vanuit het noordoosten waardoor we binnen no time 2 riffen hadden staan (hadden we echt niet verwacht) en om 5.00 uur ‘s nachts viel de wind weer helemaal weg en konden we weer lekker op de motor tuffen. Als cadeautje kregen we de laatste 2 uur eindelijk stroom mee. Om 11.00 uur zaterdagochtend liepen we de baai van Santiago de Cuba binnen.

Cubaanse vlag

We waren uren daarvoor al gespot en opgeroepen door de marina, die van alles van ons wilde weten. We moesten ons melden als we bij de ingang van de baai waren en “kregen” officieel toestemming om binnen te lopen.

Inklaren
Ervaren Cubagangers hadden ons al voorbereid op het inklaringsritueel en we waren er klaar voor!
We kregen te horen dat we niet van boord mochten tot de dokter was geweest, dat wisten we dus al.
Omdat we voor anker lagen moesten alle “authoridades” met de dinghy opgehaald worden. De gemiddelde Caribische official wil niet de kans lopen om een zoutwaterspatje op z’n uniform te krijgen, nou hier deden ze niet zo moeilijk.
Eerst haalde Irwin de dokter en iemand van het “vet”department (= huisdieren) op.
De dokter keurig in de witte jas, de beestenmevrouw in een sexy strak geel topje.
Keurig voorstellen en de dokter ging met Irwin naar binnen en de mevrouw bleef met mij in de kuip. Allebei papieren invullen. Irwin al kuchend en snuffend vertellen dat we helemaal gezond waren, ik dat we geen beesten hadden. De dokter was gratis, de mevrouw schreef een kwitantie voor 5 euro. Alletwee een drankje en de mevrouw at een schaal speculaas leeg (dankzij Sophia wist ik dat ik die op tafel moest zetten!). Bovendien troggelde de mevrouw me een fles doucheschuim af, maar eigenlijk wilde ze liever conditioner hebben.
Toen moest Irwin de musquitoman ophalen waar ik mee de boot door moest. Hij was onder de indruk van alle kakkerlaklokdozen die ik had staan en de horretjes voor de ramen, dus hij was er wel van overtuigd dat we geen beesten hadden.
Terwijl ik met die man de ronde deed, had Irwin inmiddels de douane opgehaald: 2 man, 1 vrouw en 1 hond.
Ik met die 2 mannen en hond (zwarte “golden” retriever) de boot in. Hond lekker overal snuffelen, mannen kijken. Naar buiten met hond, daar ook nog snuffelen. De stofzuiger moest nog tevoorschijn komen want we zouden de verboden middelen natuurlijk opgezogen kunnen hebben… Weer een test overleefd, Irwin kon toen de man met hond en musquitoman (met medeneming van een handvol koekjes in een plastic zakje) weer afvoeren en ik moest met chef douane en z’n hulpje de boot weer in. Hij wilde vuurpijlen zien en toen hij de pijlen zag, ook het pistool waar het mee werd afgeschoten. Gelukkig zei hij meteen dat het allemaal verzegeld aan boord mocht blijven en toen moest ik ook de handmarifoon inleveren en de handGPS. En ze wilden maar weten hoeveel handGPs-en we hadden. Ik heb maar niet gemeld dat ook een beetje telefoon of camera tegenwoordig een GPS heeft, want dan zouden we alles kwijt zijn geweest. Enfin, de hele boel werd in een door mij geleverde boodschappentas gedaan en die werd met officieel verzegeltape dichtgeplakt. Die komen ze weer open maken als we weg gaan.
Toen gingen ze “zoeken” in de boot. Ik weet niet waar ze naar zochten maar als we het hadden, zouden ze het zeker niet hebben gevonden. Lakens werden aan twee vingers opgelicht, maar in kastjes werd niet gekeken. De 3 vloerluiken boven de watertanks werden gelicht maar daaronder zit meteen een RVS afdichting, niets te zien, maar er werd ook niet gevraagd wat er dan wel in die tanks zat. Andere vloerluiken waar de hele drankvoorraad lag, werden niet opengemaakt. Het miepje wilde m’n medicijnen zien. De hele scheepsapotheek werd doosje voor doosje doorgespit maar ik denk niet dat ze gezien heeft wat er in zat, want ik had nogal wat (te) heftige pijnstillers meegenomen nadat mijn vader overleden was! Tot Irwins vreugde en verbazing werden ook de luiken in de kuip van de machinekamer en de bakskist niet geopend, wat je daarin allemaal niet mee kunt smokkelen …..
Toen ze klaar waren met zoeken, kon Irwin ze naar de kant brengen en werd vervolgens nog een uur aan de praat gehouden door immigration. Arme Irwin, hij heeft zo’n hekel aan die papierboel, verstaat de helft niet vanwege z’n slechte gehoor, snapt de helft niet omdat het in een mengeling van Engels en Spaans ging (hoewel de meesten goed Engels spraken) en was zo ziek als een hond. Bovendien weet hij meer dan de helft niet, omdat ik die papierboel altijd voor mijn rekening neem. In dit geval was dat soms ook wel handig, want wat niet weet wat niet deert.
En voor het geval we dachten dat we klaar waren, nee zondagochtend zou de laatste mevrouw komen om te kijken of we beestjes in de pasta en het meel hadden. Die werd zondag al vroeg door een andere zeiler met de dinghy aangevoerd en ik heb haar mijn voorraden laten zien. Geen beestjes gevonden, ze heeft me wel een zakje meel (“para dulces“) en een usb stickie (“para mi clase de informacion“) afgetroggeld.

Het land op
Zaterdagmiddag en zondag wat kleine verkenningstochten in de omgeving uitgevoerd. Er staan wat huizen in de buurt van de marina maar verder is er niet veel te beleven. Wel een hoop standbeelden voor martelaren van de revolutie. Dit is wel de omgeving waar Castro zijn revolutie is begonnen, dus om de haverklap kom je een geboortehuis of sterfplek van een strijder tegen.
Verder zag het er in elk geval al een stuk schoner uit dan Jamaica.

Maandagochtend gingen we met de bus naar Santiago en toen kregen we pas een indruk van het echte Cuba!
Om te beginnen de bus! We stapten in op het begin- cq eindpunt en hoe fijn dat was, realiseerden we ons later. We hadden nl een zitplaats, die luxe is na 1 maar zeker na 2 haltes over! Het was een uiterst moderne Chinese bus, zoals ze bij ons ook in de stad rondrijden. Locals betalen 0,10 peso of zo, wij hadden die muntjes niet, dus betaalden we 0,10 Cucs voor 2 personen. Da’s echt binnenlopen voor de chauffeur, maar ik zal straks wat meer vertellen over het ingewikkelde geldsysteem.
De rit naar het centrum is ongeveer 20/25 minuten maar naarmate we dichter bij de stad kwamen duren de stops wat langer. Er moeten nl héél véél mensen in de bus gepropt worden. Bij de in-en uitgang stonden ook zoveel mensen op de trapjes gepropt dat ik op een gegeven moment bang was dat die bus zou kantelen. Dat het nog veel erger kan, zagen we later: er rijden naast bussen ook camiones rond en dat zijn vrachtwagens die wij voor veevervoer gebruiken. Trapje aan de achterkant, langs de zijkant een bankje, spleet ter hoogte van de hoofden zodat je lucht krijgt en verder maar voldouwen. Ik denk dat er 5 keer zoveel camiones dan bussen rijden. Ons gaat dat echt te ver, zelfs niet één keer voor het echte lokale gevoel.
Meestal gaan we heen met de bus en terug met een taxi voor 6 tot 8 Cucs, tenslotte kunnen we ons die luxe wel permiteren na zo’n goedkope heenreis.

taxi uit 1953 !

Taxi’s zijn er ook in alle soorten en maten, veel Lada’s, Wolga’s of een andere oostblokvariant. En uiteraard de oude Amerikanen in diverse stadia van welbevinden (of ontbinding). Een opknappertje is hier meestal echt een opknappertje maar soms zijn ze ook wonderbaarlijk mooi opgeknapt.

Geld
De eerste ochtend hadden we slechts één missie: geld scoren. Dat is tegenwoordig nergens meer een missie, want je loopt naar de eerste beste pinautomaat en je hebt geld. Niet hier uiteraard. Er zijn wel pinautomaten waar ik met een Visacard geld uit zou kunnen krijgen maar ik heb nog niet uitgeprobeerd of ik er geld uit kan krijgen en in welke valuta, de meesten zijn trouwens toch buiten gebruik of hebben alleen maar lokaal geld.
Wij gingen euro’s wisselen in cucs, dat is het toeristengeld dat ongeveer de waarde heeft van een dollar en vervolgens moesten we ook een paar cucs wisselen in pesos, het geld voor de gewone man. Er zijn banken genoeg maar daar kon ik blijkbaar geen pesos krijgen, dus op zoek naar een wisselkantoor om alles in een keer te doen. Omdat ik niet precies wist hoe het heette, lukte het in eerste instantie niet om er een te vinden, dus toen toch maar naar een bank om die euro’s te wisselen. Overal ter wereld zie je in een bank nauwelijks meer geld, zeker niet voor het grijpen, nou hier zat de bankmeneer achter een half ruitje op zijn gemak de (flinke) dagscore aan euro’s te tellen toen ik eraan kwam. Ik geneerde me dus op geen enkele manier meer toen ik slechts 300 euro kwam wisselen. Ik kreeg er 381 cucs voor en dat was blijkbaar ook geen raar groot bedrag. Als toerist betaal je veel in cucs, ankergeld per dag 11 cucs, een kop koffie of een biertje 1 cuc, warme maaltijd voor de lunch tussen 2,50 en 6,50 cucs, de taxi, boodschappen in de luxewinkels waar ze alles tegen een voor ons redelijke prijs verkopen.
Uiteindelijk na 2 dagen er toch in geslaagd om een Cadecca te vinden waar we niet al te lang in de rij hoefden te staan om pesos te kopen. Omdat we denken 2 maanden in Cuba te blijven, wilde ik maar meteen “grof“ wisselen. Voor 30 cucs (ja ongeveer 25 euro) kreeg ik 720 pesos, da’s minimaal 1 maar wellicht ook 2 maandsalarissen. De meneer achter het loket zei niets maar had wel moeite bij het verzamelen en tellen. Ik had ook echt wel het idee dat ik schandalig veel geld opnam. Hoeveel, dat bleek een paar dagen later toen ik met kennissen bij dat loket stond en zij ook 30 cucs wilden inwisselen, die mevrouw zei echt dat het veel te veel was, uiteindelijk kregen ze voor 20 cucs.
1 peso is dus minder dan 0,04 eurocent, die pesos hebben ook nog 100 centaves en voor 10 van die centaves kunnen de locals maar ook wij met de bus mee. Waar heb je het dan over ? Voor 5 pesos koop je op straat een pizza voor de lunch, voor 1 peso heb je een ijsje en voor 2 pesos een kilo sinaasappelen! (Zou Albert Heijn dat laatste ook weten?)
Buiten deze dingen hebben wij de pesos vooral nodig om groenten te kopen op de markt. 3, 4, 5 pesos voor een pond goede groente of fruit. Voor de wekelijkse boodschappen ben ik dan 50 pesos kwijt en voor de waarde van nog geen 2 euro heb ik dan 2 grote tassen vol groente. Heerlijk ! Uiteraard niet iets wat de gemiddelde toerist koopt, dus ik snap de mevrouw van het loket wel die aarzelingen had bij het bedrag aan pesos dat we op wilden nemen.
Als wij dus met pesos kunnen betalen zullen we het zeker doen. Helaas werkt het zo niet altijd. De meeste terrassen en restaurants hebben cucs prijzen en zelfs als je in een “peso koffiehuis” gaat zitten waar de locals 1 peso betalen, rekenen ze ons 1 cuc. Nou ja, zij een goede dag en het is toch nog niet duur?
Waar we echter niets van snappen is de locals die blijkbaar toch ook veel cucs kunnen uitgeven. Er is een bloeiende economie om cucs te verdienen en elke cuc is er één, want ook zij moeten 1 cuc voor een biertje betalen, benzine kost 1 cuc (nou zijn er weinig auto’s) alle “luxe” artikelen in de dollarstores moeten in cucs worden betaald. En een wasmachine of gasstel voor 400 cucs krijg je niet gespaard van je peso-loontje. De kinderschoentjes (heel belangrijk), nagellak en waspoeder kun je wellicht nog wel bij elkaar scharrelen, maar gezien het feit dat waspoeder vooral in hele kleine verpakkingen wordt verkocht en iedereen nog steeds om zeep bedelt, terwijl dat voor 0,50 cucs volop in de winkel ligt, is het blijkbaar nog steeds niet iedereen gegeven om dat te kopen.
We verbazen ons echter het meest over de hoeveelheid alcohol die voor cucs-prijzen wordt gedronken. Als ik 0,01 peso krijg voor iedereen die ik vóór 11.00 uur aan het bier of aan de rum zie zitten, kunnen wij hier in Cuba een heel comfortabel leven leiden. Er zijn weinig landen waar we zoveel gedronken zien worden als hier. En rum kun je in peso winkels nog wel kopen voor iets minder dan in de cucs winkel, maar bier is gewoon duur, ook in de winkel, zelfs voor ons!
Wordt vervolgd als we het allemaal beter snappen.

bloemen uit de mopkar

Het straatbeeld van Santiago
Santiago is een van de oudste en, na Havanna, de grootste steden van Cuba.
Er zijn een aantal gebouwen redelijk gerestaureerd maar het overgrote deel van schitterende gebouwen verkeert in een deplorabele toestand. Er is relatief weinig verkeer op straat en het meeste daarvan bestaat uit bussen en camiones. Ook veel brommertjes, vaak als taxi. Ook hier is de autovrije-winkelstraat doorgedrongen en dat is dan ook een levendige wandelstraat, waar in bijna elk portiek een pizzabakker of ijsverkoper zit. Verder veel karretjes die gefrituurde kip of broodjes verkopen. En echt heel bijzonder, zie je nl eigenlijk nergens in de hele Carieb, veel bloemenverkopers, die hun waar in een verbouwde kinderwagen of originele gloednieuwe mopkar aan de man proberen te brengen. Meestal doen ze goede zaken. Waar een arm land toch rijk in kan zijn.

straatmuzikanten Santiago

En veel muziek! Op elk plein zitten wel een paar mannetjes te spelen. Soms irritant, van die gitaarspelers die echt bij je tafel gaan staan, maar meestal heel ontspannen, een paar man die ergens zitten of staan te spelen en al dan niet op gezette tijden een cuc proberen te scoren. Alle Cubaanse klanken komen voorbij, al begint “”Besame mucho” langzamerhand tegen de irritatiegrens aan te komen.
Het begint al om 9.00 uur ’s morgens en rond luchtijd zijn er ook altijd optredens in café-achtige theatertjes o.a Casa de la Trova waar je zo naar binnen kunt schuiven om even te luisteren.

optreden in Casa de la Trova

Dat past ook heerlijk in ons dagritme, want wij gaan altijd vroeg op pad om zo na lunchtijd terug te gaan aan boord.
Onze eerste kop koffie na de enerverende bustocht nemen we altijd op het balkon van een luxehotel aan het Plaza Cespedes, vandaaruit zien we het leven op gang komen. Dan doen we de boodschappen, internet, bank etc om daarna ergens een tweede kop koffie te scoren (meestal van mindere kwaliteit) en na nog wat geslenterd en gesightseed te hebben komen we dan meestal uit op het Plaza Dolores.
Een geweldig pleintje met veel bankjes en vlak bij een middelbare school. Irwin houdt dan een bank “bezet” terwijl ik ergens een paar pizza’s ga scoren en die ik, vuurvaste vingers kwekend, heelhuids probeer door de mensenmassa heen te laveren. Vervolgens zitten we lekker op het bankje het leven te aanschouwen: de mensen die net als wij zitten te zitten, de mensen die de aluminiumblikjes uit de vuilnisbakken halen voor het statiegeld, de schooljeugd die pauze heeft, de “gladde” jongens die proberen contact te maken om geld te verdienen, een muziekgroep. En de vrouwen, ook hier is de dresscode weer strak en vooral heel kort en volgens Irwin lopen ze met visnetten rond hun benen, ik noem dat gewoon kanten panties. Kortom, wij houden het daar wel een tijdje vol!

pizzalunch

Door schade en schande hebben we ook geleerd om maar gewoon een pizza te eten. We hebben restaurants geprobeerd, maar het is waar, de Cubaanse keuken verdient geen sterren. We hebben één keer een lekkere kip gegeten maar verder is het vlees uitermate taai en verschrikkelijk zout en aan groenten doen ze helemaal niet. Dan maar aan boord koken!
Ander zeer opvallend iets aan het straatbeeld: er zijn geen telefoons. Ja, van die cellen waar je een peso ingooit, maar geen mobieltjes. Mensen praten gewoon met elkaar! Geen sms’jes, pingen of wat dan ook. Het duurt even voor je je realiseert dat niet iedereen met zo’n ding in z’n hand loopt maar gewoon face-to-face met elkaar praat. Overigens heb ik bijna overal bereik met mijn toestel, dus het funcioneert wel, maar nog niet voor de grote massa.

JAMAICA

Geplaatst door: 23/01/2012
 Het heeft even geduurd …. Maar uiteindelijk zijn we op 3 januari vertrokken van het Spaanse Water. Dat we ons streven van begin december niet hadden gehaald wisten jullie al. Vervolgens hebben we het weer op Passageweather.com dagelijks in de gaten gehouden voor een weatherwindow van 4 a 5 dagen. En elke keer dat we dachten dat er een aankwam, bleek die na een paar dagen niet lang genoeg. Ik wil niet zeggen zenuwslopend, maar op een gegeven moment krijg je er wel genoeg van om te denken dat er een vertrekdatum aankomt en dan na een paar dagen te moeten constateren dat het toch niet doorgaat omdat het risico op slecht weer (=harde noordelijke wind) aan het einde van de rit dan voor ons te groot was.
Gelukkig is er op Curaçao genoeg te doen in december, dus heel erg was dit uitstel niet. Omdat ik er vorig jaar niets over heb geschreven, nu dus ook daar een uitgebreid verslag van.

Curacao in december

Andere jaren heb ik al geschreven over de intocht van Sinterklaas en ook dit keer kwam de enige echte weer in november de Annabaai binnenvaren. Uiteraard waren ook wij weer ‘s morgens vroeg om 8.00 uur present om de intocht van nabij mee te maken en vooral die blije en verwachtingsvolle kids te bekijken. Blank, zwart, en alles wat er tussen zit, iedereen gelooft in de Sint! Alle racistische heisa zowel in Nederland als Curaçao ten spijt. Eén verdwaald spandoek probeerde nog een statement te maken maar de zwarte Zwarte Pietjes zelf hadden nergens last van. De weken daarna kwamen we ze ook regelmatig tegen en ze leken er meer plezier aan te beleven dan de kindertjes.
Bovendien werd de Sint ingehaald door de minister president himself die als een blij jongetje bij hem in de cabrio zat en wij vragen ons dan onmiddellijk af hoe Gerrit dat dan weer uitlegt aan coalitiegenoot Helmin Wiels die alle blanken het liefst direct van het eiland af zou willen hebben en Sinterklaas zo verderfelijk vindt dat hij dat allemaal niet meer wil subsidiëren.
Nou ja, ze hebben weer een heel jaar om daar over na te denken.
Gelukkig weet Sint op 5 december ook Maru altijd te vinden. Sommige tradities moet je nu eenmaal in ere houden, al is de temperatuur er niet naar.

Vanaf 1 december maakt Curaçao zich op voor de Kerst en Oudjaar. Overal langs de kant van de weg zie je zeecontainers verschijnen die hetzij Kerstbomen hetzij vuurwerk gaan verkopen.
Kerstbomen komen vanuit Canada en gaan grif van de hand voor enkele honderden guldens. Wij vinden het een beetje vreemd om met die temperatuur een echte kerstboom in je huis te zetten, maar gezien het aantal verkooppunten en de drukte denken heel veel mensen er anders over.
De containers voor vuurwerk vinden we nog bizarder. Nú wisten we wat er ging komen, maar vorig jaar snapten we werkelijk niet wat we zagen. De ene na de andere oude zeecontainer werd langs de kant van de weg gezet. Als ze al niet fraai beschilderd waren, werd dat in de weken daarna gedaan en aan de zijkant was een groot verkoopluik gemaakt. Ook op allerlei andere locaties werd het duidelijk dat je daar je vuurwerk kon aanschaffen, echt megaverkooppunten. Zou daar werkelijk vuurwerk verkocht mogen worden ???
En ja hoor. Vanaf 27 december 00.00 uur mag er verkocht worden en gaan de eerste containers s’nachts open. Ongelooflijk wat een handel er dan in zo’n winkeltje ligt. Er zit wel dag en nacht een bewaker op een stoeltje naast, maar volgens Nederlandse normen is het een bijzondere (onveilige) situatie.
Vanaf 27 december zijn er ook elke avond Pagaraparties of vuurwerkshows. Te beginnen bij de vuurwerkverkopers die hun hele assortiment de lucht in knallen, maar ook bedrijven die in onze ogen een groot deel van de winst de lucht in schieten, want het zijn werkelijk fenomenale vuurwerkshows die dan overal rondom Willemstad plaatsvinden. Hoofdwegen worden afgezet en iedereen haalt de klapstoelen en koelboxen uit de kofferbak van de geparkeerde auto en gaat zich eens lekker installeren.
De gewone bevolking laat zich ook niet onbetuigd en schiet ook regelmatig fantastische pijlen af zodat wij op het Spaanse water echt een week lang van al dat vuurwerk konden genieten. In tegenstelling tot veel mensen hebben wij geen hekel aan het geknal want het is vooral ook mooi.

irwin is er klaar voor

De laatste werkdag van het jaar (nu dus vrijdag de 30ste) houdt elk bedrijf zijn eigen Pagaraparty voor zijn medewerkers en schiet ‘s middags een echte xduizend-klapper af. Een beetje bedrijf doet een 500.000 of 1.000.000 klapper! Dat is een kist van 73x73x73 cm van aan elkaar gebonden rotjes die je uitrolt over een lengte van ?m, maar wel lang. Dat produceert veel geluid, rook, stank en rotzooi!
Vorig jaar waren we bij toeval ‘s middags op een aantal van die knallers gestuit toen we nog wat laatste boodschappen deden op een bedrijventerrein en in de stad. Nu wisten we dat er een XXL Pagara zou zijn in Petermaai en Punda, dus daar moesten we uiteraard bij zijn.
De aanvangstijd was 12.00 uur of 14.00 uur en de richting van de Pagara bleef ook lange tijd onduidelijk, maar uiteindelijk kregen we toch door dat hij aan de rand van het centrum zou worden aangestoken en naar het Wilhelminaplein zou gaan. Met een pickup werden al die kisten uitgerold tot er één lange slinger van klappers door de straat liep. Er stroomde uiteraard steeds meer publiek toe en langs de route waren veel barretjes opgezet, dus het was al erg gezellig.
En ja hoor op enig moment wandelde onze Gerrit, omgeven door bodyguards, naar het begin van de straat om de lucifer bij het lontje te houden. Het is toch wel de droombaan van elke kleine jongen om premier van Curaçao te zijn!!

.... over, de laatste klapper

Vanaf dat moment knalde en rookte het dat het een lieve lust was!! Je hoort, ruikt en ziet het aankomen door de straat maar als het ter hoogte van je eigen plek is, vlucht iedereen echt weg om er vervolgens weer vrolijk achteraan te gaan lopen, liefst met een videomakende telefoon in de lucht. Dus ik zou zeggen google op You Tube “Pagara Curaçao“, ik heb nl per ongeluk mijn eigen filmpje gedeleted.
Volledig doorgerookt zijn we daarna de stad ontvlucht.

Oudjaar Brionplein
En toen moest oudjaar nog beginnen. Wij wilden weer naat het Brionplein in Willemstad, dat was ons vorig jaar super bevallen. En nu wisten we echt hoe we het moesten doen! Grootste probleem was vervoer, want we hadden geen auto meer. Gelukkig konden we een auto lenen en gingen samen met de bemanning van Jakker om 21.00 uur op pad. De koelboxjes met champagne en hapjes en de klapstoelen achter in de auto. Het parkeerterrein in Willemstad was nog verdacht rustig maar langs de Annabaai zagen we gelukkig al de eerste mensen op bankjes zitten. Bij de pontjesbrug werd het steeds drukker. Hele families die daar een uitgebreid “terras” met bijbehorende catering hadden opgezet. Over de brug, waar al de eerste mensen zaten, naar het Brionplein. Dat was al behoorlijk vol aan het lopen. Alle vrije zitplaatsen waren bezet en wij hebben de klapstolen bij een paar betonnen paaltjes gezet, zodat we alle 4 konden zitten. Drankje erbij en kijken maar …… Wat een feest. Traditiegetrouw schijn je het oude jaar van je af te moeten wassen en in nieuwe kleding het nieuwe jaar in te gaan. Het was te zien. Zoals Irwin dan zegt: ze hadden weer een aardige tijd voor de spiegel doorgebracht. Uiteraard alles strakker dan strak, korter dan kort en hopi blingbling. En schoenen …… ik heb nog nooit zoveel stiletto’s voorbij zien komen en we konden het goed bestuderen want op stiletto’s loop je niet zo snel!
Wij genieten dan met volle teugen en hebben dan echt niet veel meer nodig.
Uiteraard waren er nog een aantal hotemetoten die een toespraak hielden op het plein, maar daar hebben we weinig van meegekregen.
00.00 uur werd aangekondigd met de oorverdovende toeter van een sleepboot en vervolgens barstte op 3 plaatsen het vuurwerk los! Tegen 01.00 uur hebben wij het feestgedruis verlaten en keerden even later terug op een stille, donkere ankerplaats terwijl het geknal op de kant nog even doorging.
Hoezo nieuwjaarsparty aan de beach waar je 50 tot 100 Euro voor betaalt, een glas champagne en een paar oliebollen krijgt, Gerard Joling ziet optreden en de volgende ochtend een kater hebt?

nieuwjaarsduik, een paar mutsen

Nieuwjaarsduik
Vorig jaar hebben we het overgeslagen maar dit jaar kon ik mijn nieuwsgierigheid toch niet langer bedwingen. Om 12.00 uur was de jaarlijkse nieuwjaarsduik bij Jan Thiel, op loopafstand van de ankerplaats.
Inschrijven vanaf 9.00 uur en de eerste 1500 mensen kregen de enige echte originele
Unox muts en mochten na de duik lekker erwtensoep eten. Toen wij er rond 11.00 uur aankwamen, waren de mutsen al op!
Laat het overigens duidelijk zijn: wij gingen alleen maar om te kijken, wij zijn niet zo’n zwemmers.

ijsklontjes nieuwjaarsduik

De meeste mensen hadden er ook geen moeite mee om het zeewater al voor 12.00 uur uit te testen en er werd een echt Hollands feestje gebouwd inclusief de bekende meezingers. Het enige wat er aan ontbrak was dat het in polonaise de zee in ging. Maar om 12.00 uur gingen de 1500 mutsen massaal het water in, de helden!! Ik heb dat moment gebruikt om mijn teen in de badkuip met ijsklontjeswater te steken om zodoende toch ook een beetje het gevoel van een echte Nieuwjaarsduik te krijgen.
Daarna vlug terug naar de boot omdat we de volgende dag ECHT uit zouden gaan klaren en daags daarna zouden vertrekken. Er moest nog het een ander zeevast gezet worden!!

Geldzaken
Nog een laatste verwondering over Curaçao. Vanaf 2008 zijn we er toch regelmatig voor langere tijd geweest, waarvan de laatste 19 maanden zo ongeveer permanent. Dan denk je toch dat je het allemaal wel hebt meegemaakt en gezien.
Nou niet dus. Hun financiële systeem (en mentaliteit) is duidelijk anders dan het onze. Er gaat nog ongelooflijk veel via cheques (amerikaans syteem) en contant. Internetbankieren bestaat, maar wordt mondjesmaat gebruikt. Automatisch overschrijven is iets wat volgens mij heel weinig voorkomt.
Wat uitermate goed is geregeld, vind ik het systeem van vooruitbetalen voor stroom en water. Je betaalt bij een benzinestation o.i.d., krijgt een pincode en activeert je tegoed op een metertje thuis. Tegoed op: geen stroom. Net als de prepaid telefoon. Perfect, nooit oplopende rekeningen die niet meer betaald worden. Benzine tanken: eerst betalen, dan tanken: nooit meer mensen die zonder te betalen wegrijden.
Maar mijn salaris kreeg ik per cheque: moet je naar de bank om die cheque te innen. Gelukkig is het nooit zo druk bij die banken ;-) , je hoeft daar maar ongeveer een half uur voor uit te trekken! En dat doet iedereen dan ook, wat een verspilde tijd!
Het kan ook anders. Irwin kreeg zijn meeste facturen per bank betaald, dat ging snel en goed (we hadden inmiddels ook een lokale bankrekening. Het gaat te ver om uit te leggen hoe gecompliceerd dat traject was).
Maar goed toen werd die auto verkocht. We hadden dat gedaan via de garage waar we hem gekocht hadden, die hem in consignatie had genomen om te verkopen. Uiteindelijk was alles rond terwijl we nog op Curaçao waren, maar ik snapte maar niet waarom het geld niet werd overgemaakt. Zijn verhaal was (en ik geloof het echt!) dat hij naar de bank ging om het op onze rekening te zetten, maar toen was het te druk. Hij zou het opnieuw proberen. Ik heb toen gezegd dat als hij het geld contant had, ik het wel op zou komen halen. Nee, de koper had het op zijn rekening gestort. Ik snap dan dus niet dat hij naar de bank moet, kun je toch achter je bureau regelen denk ik ? Toen vroeg ik of ik een cheque kon krijgen. Geen enkel probleem, die kon ik zo op komen halen, was voor hem ook een stuk makkelijker. Ik die cheque ophalen, ermee naar mijn bank en gelukkig was Irwin erbij en die mag naar het 60+ loket, cheque ingeleverd en dan wordt het op de rekening gezet.
Wat een gedoe!! Kost alles bij elkaar maar een halve middag op het fietsje. En het rare is dat die bank wel functioneert als mijn nederlandse bank, met pinpassen, internetbankieren en de hele mikmak, maar op een of andere manier is het publieke betalingsverkeer daar echt nog helemaal niet aan toe en staat iedereen altijd uren in de rij voor het loket.
Er kan nog veel ontwikkeld worden in het nieuwe land …..

Jamaica

Overtocht
Dinsdag 2 januari was het echt zover dat we zouden uitklaren. Uitklaren in Curacao betekent dat je meteen wegmoet, maar goed we vonden dat we dat maar met een ruime korrel zout moesten nemen. Maandag uitklaren en dinsdag bekijken of we dinsdag of woensdag zouden vertrekken. Zonder enig probleem weer alle benodigde stempels en papieren gekregen, de laatste boodschappen nog gedaan en weer aan boord. Her en der nog wat afscheid genomen en Irwin was er klaar voor! Ik nog een stuk minder! Ik vind het altijd weer tegenvallen om voor het eerst na zoveel tijd weer te gaan varen.
Ik had bovendien nog in mijn hoofd dinsdag beslissen of we dinsdag of woensdag gaan, afhankelijk van het weer, maar zoals gebruikelijk hadden we weer een andere perceptie van gemaakte “afspraken”. Kortom, dinsdag 3 januari rond 9.30 uur met veel stress vertrokken. Alle zeilen konden bij want het ging letterlijk voor de wind op een koersje van 310, rechtstreeks naar Jamaica. Erg verradelijk want we zaten de eerste uren nog onder Curaçao en dan zijn de golven een stukje minder dan op open zee. Omdat ik weertechnisch eigenlijk liever een dag later was gegaan, om van de last minute stress nog maar te zwijgen, zijn we ‘s middags aan de westkant van Curacao bij Santa Cruz voor anker gegaan. Zelfs ik vond het een lastige beslissing want we gingen wel heel lekker! Nog even de tijd om alle rammelende potten en pannen en flessen zeevast te zetten en nog wat dingetjes aan de boot te doen, even te relaxen en een beetje in te slingeren. Echt goed geslapen hebben we niet want daarvoor rammelde de ankerketting teveel over de koraalblokken.

Woensdagochtend op ons gemak ontbeten en rond 7.30 ankerop. De wind was iets gedraaid dus nu meteen alles op een ruime windse koers ingesteld en bovendien toch iets noordelijker gaan varen, richting Ile la Vache onder Haiti, zodat we altijd hoogte hadden als de wind noordelijker zou worden over een paar dagen. Onder de beschutting van Curacao uit begonnen de golven een stuk rommeliger te worden en na de lunch was het gebeurd met mijn maag. Het begin van 48 uur balansen. We liepen als een speer, 7 tot 8 knopen door het water, weliswaar maar met 20-25 knopen wind, maar toch snel een paar riffen erin. De zee bleef rommelig en de tweede ochtend werd Irwin verrast door een golf in de kuip en de kajuit waarvan hij nu nog steeds niet snapt waar die vandaan kwam. Maar ik heb hem zelden zo horen vloeken want niet alleen hijzelf maar ook de kussens binnen waren aardig nat
Vrijdagmiddag begon de wind oostelijker te worden en af te nemen en konden we onder vol tuig verder. ‘s Nachts werd het allemaal nog minder, het leek wel of we stroom tegen kregen, zo langzaam kwamen we vooruit. We kwamen niet meer boven de 5 knopen uit, soms zelfs maar 3. Toen we zaterdagochtend Haiti in zicht kregen (heel helder op een afstand van ca 40 mijl) hebben we een tijdje de motor aangezet, want volgens de weerkaartjes zat er een stukje verder iets meer wind en we hadden geen zin om zolang te blijven dobberen. Inderdaad nam de wind vanaf 18.00 uur weer toe en kwamen we zondagochtend om 9.45 uur, na nog een lekker nachtje zeilen met volle maan, in Port Antonio Jamaica aan.

papaierwinkel

Inklaren
Jamaica was altijd Engels, nou dan weet je wel dat je met het inklaren overal op voorbereid moet zijn. We wisten dat we met het schip voor de kant moesten en dat iedereen aan boord zou komen.
Na een half uurtje kwam de Quarantaine officer die me 3, al minstens 1000 keer gekopieerde, vragenlijsten gaf. Nee, we hadden geen doden aan boord, geen enge ziektes, verstekelingen, beesten, vlees en noem maar op. Echt een lijst uit de tijd van Columbus. Meneer keek ook nog even binnen en zag dat het goed was. Gele vlag mocht naar beneden en we mochten in elk geval van boord, maar wel op de marina blijven tot de anderen waren geweest.
Van de havenmeester had ik een mapje gekregen en daar bleken 13 !!! formulieren in te zitten die ik in moest vullen voor Customs en Immigratie, waarbij ze voor het gemak maar in één vraag willen weten of je medicijnen (ja) en illegale drugs (nee) aan boord hebt of vuurpijlen (ja)en automatische wapens (nee). Bij twijfel altijd ja invullen!! Ik ben dus even aan het schrijven geweest terwijl Irwin de boot schoonmaakte.
Tegen 16.00 uur nog niemand gezien en we vonden het wel genoeg, dus we zijn even de marina uitgegaan, het dorp in. Ja je wilt wel even de benen strekken na 5 dagen op zee.
“Even” werd heel lang omdat we meteen in het fuik liepen van locals die de sticker op je voorhoofd zien waarop staat “easy money”. We kregen direct een zeer uitgebreide rondleiding door het stadje = dorp.
Toen we ongeveer 1,5 uur later terugkwamen waren we bang dat we de officials hadden gemist, maar die kwamen pas rond 19.00 uur. Alle formulieren werden bekeken, ze hadden nog een paar verse bij zich die ze zelf invulden en uiteindelijk moest Irwin een handgeschreven tekst ondertekenen dat hij alles naar waarheid had verteld. Ze keken wat sneu toen ik zei dat ik een foto van die 13 formulieren had gemaakt om op de website te zetten, ze waren uberhaupt een beetje verbaasd dat ik ze had geteld! Nou ja, die jongens kunnen er ook niets aan doen, die doen ook gewoon maar hun werk en ze waren verder uitermate aardig en beleefd.

We liggen nu voor anker bij de Errol Flynnmarina van Port Anthonio. Port Anthonio is nu een klein povinciestadje dat nu echt niets voorstelt maar in de 50- en 60-er jaren was het blijkbaar een bruisende boel hier. Errol Flynn (de Johnny Depp van de 40 en 50-er jaren) had een huis op een eilandje en nam half Hollywood hier mee naar toe. Er werden grote vakantiehuizen gebouwd en het was aardig welvarend. Errol Flynn is waarschijnlijk al 100 jaar dood, zijn eiland is een groot oerwoud geworden, alle andere grote huizen van vriendjes zijn verlaten en het stadje is in de 60-er jaren ook stil blijven staan. Kortom zo bruisend als het toen geweest moet zijn, zo treurig ziet het er nu uit. Wij schrokken er echt van, we hadden een verder ontwikkeld Jamaica verwacht. Winkeltjes hebben allemaal het interieur van toen, het stikt van de schoolkinderen in uniformen model 1960 en het assortiment in de “supermarkten” is echt niet wat we gewend zijn uit Curacao. En .. de bevolking ziet er echt armoedig uit. Hun kleding is een bijeengeraapt zooitje, vaak kapot, lang niet altijd schoon. Was lang geleden dat we dat hadden gezien.
Jamaica is een bijzonder groen eiland, veel regen en er groeit en bloeit van alles om te eten. Honger hoef je dus niet te lijden, het is hooguit een eenzijdig dieet. Port Anthonio heeft een grote markt, waar een goed aanbod is, maar ik schrok van de prijzen. Niet normaal voor zo’n vruchtbaar land, vaak duurder dan op Curacao waar behalve mango’s letterlijk niets (spontaan) groeit.
Hoewel de cijfers die we over de werkloosheid vinden, niet schrikbarend hoog zijn, vinden we wel dat er ongelooflijk veel mensen overdag op straat rondhangen en in onze ogen niets doen.
Er zijn er dan ook veel die je aanspreken in de hoop iets aan je te kunnen verdienen. In eerste instantie balen we daar altijd van, maar gelukkig doen ze het hier op een prettige manier en na een nee houden ze ook onmiddellijk op met zeuren. Bovendien is Irwin altijd de klos, ze spreken hem aan met hé Cap of Skipper en hij is dan de man, ik tel niet meer mee! Nou kijkt Irwin altijd hulpeloos naar mij en ik doe of ik dom ben. Snel einde verhaal. En na 2 dagen kent iedereen je (want geen blanken in de stad behalve een paar zeilers en een heel enkele verdwaalde toerist) en word je verder met rust gelaten.
De eerste dag werden we dan ook meteen dooriemand op sleeptouw genomen die ons wegwijs maakte in het stadje, liet zien wat er allemaal groeide en bloeide, waar we brood en groenten moesten kopen etc. De tweede keer in de stad heb je dan al meteen een hoop vrienden!!

Long Bay

De eerste dagen hebben we de ruime omgeving lopend verkend maar konden toch niet over onze verbazing heenkomen van de deplorabele toestand van de omgeving. Gelukkig heb je dan allerlei boeken en wikipedia die nog wat licht op de zaak kunnen werpen, maar we bleven niet snappen waar de economie om draaide. Toerisme was een grote inkomstenbron, maar dan toch niet in deze omgeving. Dus wij op een goede ochtend een busje gepakt naar Ocho Rios oftewel Ochi. Montegobay (Mobay voor Jamaicans) en Ochi zijn de toeristenlocaties, veel hotels, ik had plaatsjes gezien van fantastische stranden, honeymoonarrangementen, cruiseschepen etc, kortom de Tropical Dream. Ochi is 100 km naar het westen, Mobay nog 100 km verder, dus voor een dagtochtje was het wel duidelijk.
Wij kiezen altijd bewust voor openbaar vervoer om het lokale gevoel te krijgen. Bovendien rijden ze hier links, zijn de wegen erg smal en soms slecht en rijden ze bovendien als gekken. Een auto huren vinden wij dan niet zo’n geslaagd alternatief.
Dus wij naar het busstation. Daar zijn allerlei mensen erg druk om jou in de juiste bus te krijgen en volgens mij is dat niet per definitie de bus die als eerste in de juiste richting vertrekt. Maar goed zo’n busje heeft 14 officiële plaatsen en die moeten minimaal allemaal vol voordat hij vertrekt. Dat duurt dus even. Dan gaat hij rijden en blijken er na een paar 100 m weer mensen te staan, die kunnen er ook nog wel bij. Iets voorbij het stadje staan mensen die ook nog mee willen. Enfin, elke keer als wij denken dat hij echt vol is, blijken er nóg meer mensen bij te kunnen. Gelukkig zijn de meeste Jamaicans vrij dun, maar zelfs met veel dunne mensen is hij een keer echt vol, vinden wij! Zij niet, we hebben in al die weken 1x meegemaakt dat ze door zijn gereden!
Maar goed, het busje dat rechtstreeks naar Ochi zou gaan, bleek toch niet rechtstreeks te gaan. Dus bij het eerstvolgende knooppunt werden we naar het volgende busje gesleept en na 30 km werden we weer een keer overgeheveld. Op zich even de benen strekken van het ene sardineblikje naar het volgende bleek niet verkeerd (dat merkte ik op de rechtstreekse verbinding naar Kingston een paar dagen later!).
Maar goed, de weg naar Ochi bleek van een veel betere kwaliteit dan we hadden verwacht, aan de ene kant de noordkust en uitermate groen en vruchtbaar landaan de andere kant. Zo’n 30 km voor Ochi begonnen de resorts en vanaf dat moment zagen wij hoge muren aan de kustzijde en daarachter zal zich ongetwijfeld iets moois hebben afgespeeld waar wij geen weet van hebben. Vlak bij Ochi zagen we de eerste stoplichten en keurige wegen, maar de zee en het strand bleven verborgen achter de muren van de resorts. De bus dropte ons op de markt. Die was beduidend groter dan die van Port Anthonio, maar de mensen hetzelfde, niet erg welvarend. Onze eerste indruk: niet echt heel veel beter. We hadden de “pech” dat er geen cruiseschip was, want de meeste shops (dezelfde als in elke cruisestad) waren gesloten. Kortom, niet echt een bruisende stad waar verwende westerse toeristen hun vertier vinden. Het zal wel allemaal achter die muren gebeuren.
Na een lunch en wat geslenter door het dorp waren we weer klaar voor de terugreis. Zelfde recept: 2 x overstappen, stampvol, nu nog veel extra schoolkindertjes en die kun je echt overal tussenduwen (en dat gebeurt dus ook) en bijna 3 uur later waren we weer veilig (vooral dat!) in Port Anthonio aangekomen. We hadden een uitermate lokaal gevoel in onze kont en rug!

Een paar dagen later toch de moed bijeen geraapt om nog een tochtje naar Kingston te maken, de hoofdstad aan de zuidkant van het eiland, weer een ritje van 100 km. De bus is groter, er mogen 22 mensen in en ook dan blijft er nog voldoende ruimte over om er heel veel mensen en bagage extra bij te stoppen. Na de gebruikelijke wachttijd gingen we om 8.30 uur rijden en na een spannende rit door een fantastisch mooi berglandschap en iets minder fantastische bergweggetjes met haarspeldbochten kwamen we om 11.15 uur in Kingston aan. Volledig verkreukeld en uitgedroogd eerst naar de Burgerking (de eerste die we in Jamaica zagen) voor koffie en een WC.
We waren aan de buitenkant van Kingston gedropt bij een uiterst modern en groot busstation omgeven door een aantal modern ogende shoppingmalls met een aantal bekende namen. Het was er dus wel …
Aangezien Kingston volgens de boekjes niet echt veel te bieden heeft aan toeristen behalve het Bob Marley museum en de National Gallery, zijn we maar richting downtown gaan lopen, zo’n 5 km. Je ziet dan vanzelf wel wat je tegenkomt. Het begon in in redelijke wijk, maar werd al snel slechter en oogde minder veilig, dus maar een paar straten verder gaan lopen. Aan de “boulevard” zijn inmiddels een aantal moderne kantoorgebouwen verrezen, maar verder is “heel” Kingston een vieze oude zooi. Op drukke pleinen stonk het gewoon en de winkelstraten waren ook niet echt de straten waar wij onze boodschappen doen. De boekjes hadden gelijk!
We wilden een bus terugnemen van downtown naar het busstation, één lange rechte weg, maar de buschauffeur besliste anders, die deed een ritje door de buitenwijken langs een aantal scholen en en zodoende hebben we ongewild nog een uur lang(!) een heel stuk extra Kingston gezien met als grote toeristische attractie het standbeeld van Bob!
Aangekomen op het busstation niet eens meer kans voor een plasstop voordat we weer het busje naar Port Anthonio werden ingesleurd.

de rio grande

Behalve naar die 2 steden namen we meestal een busje of routetaxi naar een of ander kruispunt of dorpje en liepen dan de zijweg in. Daar is bijna geen verkeer, je loopt langs de huisjes, over het algemeen in een mooie omgeving en hebt wat te kijken. En het aardige is: zij hebben ook wat te kijken want vooral aan kleine kindertjes merk je wel dat we eigenaardige wezens zijn. Maar het is leuk lopen. Mensen spreken je aan, op een gegeven moment stonden we bij een boom te kijken en meteen komen ze vragen of je een appel wilt, als je wat vraagt zijn ze ook altijd vriendelijk. Ik liep een keer een winkeltje binnen om een flesje water te halen en zowel klanten als meneer achter de toonbank konden er niet genoeg van krijgen om me vriendelijk goededag te zeggen en te helpen. Irwin heeft zich buiten die winkel helemaal rot staan te lachen.
Op die manier zijn we naar de Reach Falls geweest, het beginpunt van de Rio Grande rafting en wat strandjes.

Verder hebben we na een paar dagen ontdekt dat je voor 2 a 3 euro heerlijk kunt eten in een paar uiterst lokale gelegenheden en doen we dat dus meestal. De meeste groenten hier zijn veel duurder dan ik verwacht in een vruchtbaar land en vlees en kip is bijna nergens te krijgen en echt stervensduur. Ik blijf het altijd vreemd vinden dat het in restaurants dan zo goedkoop kan, maar gezien het gemak, maak ik me er vooral niet heel erg druk over en eten we er nu bijna dagelijks.

gepelde, nog ongekookte ackee

heb ik wat lokale gerechten zelf uitgeprobeerd. Ackee is een rode vrucht die aan bomen groeit en er eenmaal opengebarsten heel mooi uitziet. 10 minuten koken, dan bakken en je hebt scrambled eggs! Zij eten het vooral als ontbijt. Onze Rasta Boatboy Clive heeft clams voor ons gedoken en hij heeft zijn best gedaan om ons te verwennen met lekkere grote, maar die waren niet te eten zo rubberachtig brrr, de kleintjes gingen nog wel. Maar ik zat zo te griezelen dat ook Irwin zijn portie aan de vissen heeft gevoerd! Nou ja, als je het niet probeert, weet je ook niet wat je mist!

Overigens hebben we afgelopen zaterdagavond ontdekt dat ook hier de stad er heel eigentijds uit kan zien. De eerste zaterdagavond hier waren we aan boord en vond ik de geluiden van de kant beduidend anders dan anders. Reden om afgelopen zaterdag ‘s avonds op de kant te gaan eten. We kwamen in een totaal andere wereld terecht. De schoolkinderen hadden hun jaren 60 uniformen verruild voor hedendaagse outfits en het zag er allemaal bijna net zo strak en blingbling uit als we van Curacao gewend waren. Gelukkig, het kan dus toch. We hebben met verwondering die metamorfose van de stad zitten bekijken vanaf het balkon van een restaurantje.

Als laatste nog iets over de “zeilgemeenschap” in Port Anthonio. Dit is the place to be voor zeilers in Jamaica. Voornamelijk omdat het een hele mooie rustige baai is waar je voor anker ligt. De marina en de werf zijn op sterven na dood, het ziet er allemaal wel keurig uit, maar er gebeurt niets. Er liggen nu zo’n 10 boten voor anker waarvan de meeste ook uit Curacao komen, al dan niet via Ile la Vache. En bijna allemaal en route naar Cuba. Verder kwamen er afgelopen week een aantal Amerikaanse schepen vanaf de Bahama’s die meestal door gaan richting midden Amerika. Het is niet echt een bruisende ankerplaats met happy hours enzo, maar daar hebben wij ook niet zo’n behoefte aan. Gelukkig weten de echte verslaafden altijd weer slachtoffers te vinden voor de wekelijkse Mexico Train Dominospelletjes op zondagmiddag, maar dat willen wij nog even uitstellen totdat we in het bejaardenhuis zitten!

 

Over een paar dagen gaan we richting Cuba, eerste stop Santiago de Cuba in het zuidoosten. We zijn zeer benieuwd wat we daar aan gaan treffen.  In elke geval zijn we voorbereid op de kou! Irwin begint de winter in z’n botten te voelen en ik heb vandaag na 4 jaar het dekbed uitgegraven. Hij draagt ‘s morgens en ‘s avonds al een fleece!! Het “vroor” vanmorgen + 18 C …….

VIRGIN ISLANDS

Geplaatst door: 02/05/2010

St_thomas St Thomas

Irwin heeft ruim 5 weken doorgebracht op St Thomas in de hoofdstad Charlotte Amalie. Normaalgesproken zijn dat 4 weken teveel, maar ja, deze schipper wilde niet verder varen zonder zijn navigator, meteoroloog, ketelbinkie, communicatieofficier, huishoudster, beheerder van de scheepskas etc, etc, etc.

St Thomas is het grootste eiland van de US Virgins dat in totaal zo’n 50.000 inwoners heeft. Charlotte Amalie is vooral ingericht op het ontvangen van cruiseschepen. Op een slechte dag liggen er 3, op een drukke 7. En dat gaat grotendeels Charlotte Amalie in, dat bestaat uit één grote winkelstraat voor het cruisepubliek. Op zich is het mooi opgezet want van oorsprong is St Thomas een Deens eiland, nou ja van oorsprong. Maar het is in elk geval lang in Deense handen geweest en dat zie je aan de opzet, veel kleinschaliger dan San Juan. Het had ook een hele andere functie. Het was echt een havenplaats waar de opbrengsten van de suikerplantages werden verscheept, terwijl San Juan vooral ook een militaire functie had. Van de oude pakhuizen en de steegjes die daar tussen liepen, zijn nu moderne winkelpassages gemaakt. In zijn soort absoluut goed opgezet. En de deense straatnamen hebben ze nog steeds gehandhaafd.

Maar heel veel valt er niet te beleven als je zoals Irwin niets met dat soort winkels hebt. Gelukkig heeft hij verder op het eiland een Home Depot (de Gamma) ontdekt, nadat hij eerder onderscheid had leren maken tussen taxi’s en dollarbusjes (zien er nl hetzelfde uit alleen de prijs is anders) en kon hij dus zijn kluswoede in het schip uitleven. En ik moet zeggen, hij heeft veel dingetjes gedaan die allemaal niet strikt noodzakelijk waren (en daarom nooit werden gedaan) maar wel allemaal erg handig zijn. Bovendien is een groot deel van de binnenkant geschilderd, dus dan ben ik ook altijd blij als ik die dampen niet hoef in te ademen.

Gelukkig kwamen er ook regelmatig wat bekende boten langs, zodat hij af en toe wat aanspraak had. Op zich lagen er best veel cruisers maar ze waren erg op zichzelf en er was ook niet een happy-hour-kroeg waar je wat contacten kon leggen. Dus Irwin was blij met iedere bekende die een paar dagen bleef.

Verder heeft onze keukenprins zich gestort op het inkopen van makkelijke kant-en-klaarmaaltijden, want koken da’s niks voor hem. Nou had ik al veel gemaksvoer ingeslagen, want mijn huwelijkse zorgplicht zegt dat ik dat moet doen als ik het mannetje alleen laat, dus we eten nu al weken kant-en-klaar-voer in alle variëteiten. Gelukkig kun je van pasta in blik ook minestronesoep maken, dan gaat het tenminste nog een beetje smaken.

.

Gezien de voedselvoorraad had ik dus nog wel even weg kunnen blijven, maar we waren beiden blij dat ik 1 maart weer terug was. Nadat ik nog twee dagen in het busje mee mocht om nog iets van het eiland te zien, zijn we snel gaan varen.

.

British Virgin Islands

Van de US VIrgins hebben we alleen nog een nachtje bij St John geankerd maar vervolgens zijn we de BVI ingegaan en hebben we in Road Harbour op Tortola ingeklaard. BVI is een belastingparadijs en er zijn dan ook heel veel boten geregistreerd in Road Harbour. Jarenlang kom je die boten tegen en uiteindelijk besef je dat nog geen 10 % van die boten daar werkelijk zijn thuishaven kan hebben. Zo groot is het er niet. Wat er wel z’n thuishaven heeft, is een ongelooflijk grote huurvloot.

De BVI is namelijk een waar paradijs om lekker een paar weken rond te zeilen. Er liggen erg veel grotere en kleinere, bewoonde en onbewoonde eilandjes, met heel veel beschutte baaitjes en alles op maximaal een paar uur zeilen afstand van elkaar. Bovendien vaar je redelijk beschut, dus weinig golven en de wind is ook redelijk gematigd omdat hij toch niet direct van zee komt. Het gaf ons echt een Iisselmeer-idee. ’s Morgens bedenken waar je heen wilt, een paar uur zeilen, en echt zeilen want de afstanden zijn zo kort dat je niet hoeft te gaan motoren als de wind tegen staat, en vervolgens lekker voor anker op het volgende plekje en even aan land. Zonsondergang_sopers_hole Hoewel het voor anker gaan soms tegenviel omdat bijna alle baaitjes volgegooid waren met mooring-boeien, lekker makkelijk voor de huurboten, en bovendien levert elke mooring $ 25 per nacht op, minder voor cruisers die een beperkt budget hebben. Dus sommige ankerplekken vonden we erg leuk maar er waren er ook bij we die door de drukte en de heisa en kermis van de charterboten de volgende ochtend ook weer graag verlieten.

Road Harbour was een aardige stadje (de hele BVI heeft 24.000 inwoners), Trellis Bay met zijn kunstenaarskolonie en Sopers Hole waren leuk voor één nacht, maar Norman Island en Cay Island vonden we vreselijk.

Op Jost van Dyke, geweldige naam heb ik dat altijd gevonden voor een eiland, zijn we maar één nacht geweest maar hadden we achteraf langer moeten blijven. Dat was echt nog een heel authentiek eiland met 400 inwoners en nauwelijks beïnvloed door de hordes bootjes die er aanleggen, op één kroeg na.

.

Uitzicht_vanaf_the_baths Virgin Gorda was ook een bijzonder mooi eiland, een van de grotere. We hebben een paar nachten bij Spanish Town gelegen en hebben toen o.a. een wandeltocht naar the Baths gemaakt, een verzameling grote keien die daar aan de kust ligt. Het deed een beetje Bretons aan. Het was erg indrukwekkend en mooi om erheen te lopen, grote steenpartijen in het landschap afgewisseld met niet te versmaden villa’s. Toen we bij the Baths arriveerden, kwamen we in een soort van slapstick terecht. The Baths bleek nl een grote toeristische attractie en zowel over land als over zee worden de toeristen met hordes aangevoerd. Dat hadden we ons niet gerealiseerd toen we na aankomst eerst op ons gemak koffie hadden gedronken en gesnorkeld hadden, wat overigens tegenviel.

The_baths Dus net op het moment dat wij aan onze tocht over, onder en langs de keien wilden beginnen, kwamen er een paar bootjes met toeristen aan. Die moesten vanaf de boot door het water naar de kant, konden ze en passant nog even snorkelen. Maar veiligheid voor alles bij dat soort organisaties dus de meute had niet alleen een snorkeltje en flippers maar ook allemaal een fluoriserende, opblaasbare slab voor, om in geval van nood het drijfvermogen te vergroten. Ik kan je verzekeren dat het lachwekkend is als zo’n 100 man als het gele gevaar op de kust af komen strompelen. Bovendien ging het ook allemaal in file over, langs en onder de keien door, met zwemvest. En het was absoluut jammer dat we niet vroeger waren, want op zich was het best indrukwekkend alleen in de mensenmassa blijft er weinig van over.

Maru_bij_virgin_gorda_1 De noordkant van Virgin Gorda had nog een verrassing in petto want ook de Sound was zeer de moeite waard. Dat is een grote omsloten baai en hoewel er veel resorts aan liggen, waren die allemaal gewoon toegankelijk en zeker Bitter End was bijzonder mooi opgezet. Er waren daar ook een aantal wandeltochten uitgezet en toen we na een lange vlakke wandeling de kortste route naar huis wilden nemen, kwamen we (uiteraard) op een klim-en klauterpad terecht dat zijn weerga niet kende. Het meegenomen water hadden we uiteraard na de vlakke wandeling opgedronken, we zouden immers zo weer terug zijn en we dwaalden steeds hoger en verder en hadden geen idee van waar we uit zouden komen. Gelukkig weet je dan dat je op een eiland zit, maar leuk is anders. Het heette de orchid-trail en we hebben behalve mooie vergezichten ook veel orchidëen gezien, maar ik was vooral blij toen ik weer op zeeniveau was.

Net boven de Sound ligt een privé-eilandje, Necker Island van niemand minder dan Sir Richard Branson (Virgin). "St Richard" is te huur voor $ 50.000 per dag en dan kun je er met max 28 mensen op. We weten niet of je z’n catamaran er voor dat geld ook bij krijgt. Het is een kolossale catamaran en we hebben hem aan de benzinepomp zien liggen, op het moment dat wij keken zat er al 1000 gallon diesel in de tanks, hij heeft er daarna nog wel een paar uur gelegen. Je hebt een zeilboot of niet !

De eigenlijke reden dat we bij de "Necker Belle" gingen kijken was omdat Irwin had gezien dat er een lift aan de mast was bevestigd. Dus geen gedoe meer met een bootmansstoeltje en iemand omhoog hijsen. Nee, je stapt in een soort van beweegbaar kraaiennest en je drukt op een knop en de techniek hijst je zo omhoog of je in een glazenwasserslift zit! Inmiddels hebben we meer van die apparaten gezien, dus wij zijn er ook over na aan het denken, we vermoeden dat het een nieuwe trend wordt!

Zeezot_en_maru_bij_anegada Alle eilanden zijn heuvelachtig en groen begroeid. Er is één uitzondering, Anegada. Dat is een atol- eiland, dwz een zandplaat omgeven door riffen. Anegada ligt 20 mijl ten noorden van Virgin Gorda en dat betekent dus echt weer even over open zee zeilen en daarom wordt het niet zo druk bezocht. Het leek ons ook wel leuk om daar heen te gaan. We waren daar samen heengevaren met Zeezot, die we al die tijd al regelmatig tegenkwamen op de ankerplekken en hebben daar uiteindelijk met elkaar een dagje een auto gehuurd. Normaalgesproken kun je op zo’n eiland nog wel eens een eind gaan lopen omdat er altijd wel stukken met schaduw zijn of je neemt een busje als je wat verder wilt. Op Anegada zijn geen van beide. Het is wel zo plat als een dubbeltje maar ook fietsen in die brandende zon is geen optie.

Strand_anegada Het was een bijzondere tocht en vooral aan de noordkant van eiland waren bijzonder mooie, zeer uitgestrekte koraalwitte stranden. Maar ook daar viel het snorkelen wat tegen, alleen Irwin die uiteraard verder weg ging, heeft wat meer vis en koraal gezien.

Midden op het eiland zijn een paar grote salina’s (zoutmeren) waar vaak flamingo’s staan. Ook nu hadden ze zich voor ons opgesteld. Aangezien Irwin de enige was zonder camera, hebben we die in zijn kanariegele T-shirt erop af gestuurd om de flamingo’s aan het vliegen te krijgen omdat dat zo’n mooi gezicht is. Hij moest echt heel dichtbij komen voordat ze gingen vliegen en ze draaiden keurig een paar rondjes voordat ze weer op dezelfde plek landden. Wat ons betreft was het zeer de moeite waard, hoe die beesten erover denken weten we uiteraard niet.Flying_flamingos

Op de terugweg van Anegada hebben we met Zeezot opgevaren en na bijna 3 jaar hebben we nu eindelijk een serie foto’s van Maru onder zeil, nadat we een paar dagen eerder al een foto hadden gevraagd van een huurjacht waarvan we zagen dat ze een foto van ons maakten.

.

Buiten het feit dat de BVI een prachtig zeilgebied is, zit er ook nog heel veel vis. En Irwin had eindelijk eens een keer een goed inktvis-aasje gekocht in San Juan, want de ene na de andere dag hadden we beet. En als wij niets vingen, dan had Joop van Zeezot wel beet, zodat we daar aan konden schuiven. Vooral veel tonijntjes gevangen. Dus waar een hele wand in de machinekamer volhangt met aas dat voor zoveel geld is gekocht dat we in de duurste visrestaurants hadden kunnen gaan eten, heeft dit $ 4,00-inktvisje van Kmart zijn geld eindelijk in veelvoud opgebracht.

.

Op onze laatste dag in Spanish Town, kregen we net voor we gingen uitklaren nog een stukje lokale folklore mee.

De BVI zijn een zelfstandig land (24.000 (!!) inwoners) en maken onderdeel uit van de Britse Commonwealth. Die Commonwealthlanden houden elke zoveel jaar hun eigen "olympische" spelen. En net als met het olympisch vuur gaat er dan een "baton" (een met edelstenen versierde "stok") eerst langs alle landen voordat hij nu in augustus in Delhi aankomt. Ik had al gelezen dat hij 3 dagen in de BVI zou zijn, met allerlei ontvangsten en inderdaad die dag op Virgin Gorda. Toen we wilden uitklaren zagen we een oploopje op de parkeerplaats bij de haven en gingen even kijken.

Het schouwspel was van een beschamende aandoenlijkheid. Werkelijk aandoenlijk waren de kleine schoolkindertjes die bij de plechtigheid aanwezig mochten zijn. Allemaal in uniform en mooie strikken in de haren en zelfs de juf in broekpak van de uniformstof, geel en afgezet met een kleurig ruitje. (Uiteraard geen camera bij me want we gingen alleen maar uitklaren!) Iets minder aandoenlijk, maar leuk geprobeerd waren de wat oudere kinderen van de school die een liedje mochten zingen, compleet met keyboard begeleiding van een man die 5 minuten tevoren hijgend en zwetend aan kwam rennen en na 5 minuten weer weg was. "It’s a smal world after all", 8 stemmig, door 8 kinderen.

Maar werkelijk beschamend was het optreden van de president van de BVI. Die man is dus gewoon een nationale president weliswaar binnen het Gemenebest maar daar zitten Canada en Australië ook in. Het was 9.00 uur ‘s morgens en de man stond te praten of hij nog dronken was van de avond tevoren. Op de eerste plaats bijna onverstaanbaar, maar wat we verstonden was echt te erg voor woorden. De mevrouw die het allemaal in goede banen moest leiden, leek wel capabel maar moest moeite doen om de man van de microfoon weg te krijgen. Het geheel speelde zich af onder een vierkante party-tent, zo een als wij bij Intratuin kopen om in onze achtertuin te zetten. Daaronder zaten max 20 bobo’s en het koortje. Eromheen stonden nog een paar mensen en verder stonden er vooral wat verbaasde zeilers te kijken die uit de marina kwamen. Na een half uurtje was het klaar en ging de "baton" met zijn gevolg nog naar wat andere plekken op het 5000 inwoners tellende eiland.

Wij hebben regelmatig onze bedenkingen bij de mate van autonomie van kleine eilanden, deze laatste vertoning heeft ons beeld niet echt verbeterd.

Neemt niet weg dat we erg hebben genoten van de BVI, het zeilen, de natuur en het echte engelse dat we bij tijd en wijle weer tegen kwamen.

Een weekje daar een boot huren is beslist een goede, zij het een prijzige vakantietip.

 

PUERTO RICO

Geplaatst door: 29/04/2010

San Juan

Maru_in_san_juan Tot net na nieuwjaar hebben we in San Juan gelegen. De eerste paar dagen na aankomst hadden we echt in sneltreinvaart en vogelvlucht de highlights van de stad gedaan omdat ik ze dan tenminste gezien had voor ik weg zou moeten naar Nederland en Irwin tenminste een beetje de weg zou weten als Marijke kwam. Gelukkig herstelde mijn vader zich weer wat en hoefde ik niet weg en hadden we vervolgens alle tiid om ook rustig dingen te ondernemen.

.

We hebben de fietsen weer tevoorschijn gehaald want hoewel er hier wel redelijk en goedkoop openbaar vervoer is, zijn die fietsen natuurlijk nog handiger en het is hier grotendeels vlak. Grootste probleem is echter dat een fiets wel een zeer onbekend vervoersmiddel is, dus we verstoorden daarmee wel ernstig de gemoedsrust van alle automobilisten. Beste fietspaden bleken uiteindelijk de busbanen, die langs alle belangrijke routes liggen en waar we zelden door een bus werden ingehaald.

.

Puerto_rico San Juan is een van de eerste steden die de Spanjaarden in het Caribisch gebied stichtten en aangezien het aan een mooie grote bijna inlandig gelegen baai ligt, hebben ze destijds snel een paar forten bij de ingang gepositioneerd waardoor de Engelsen en uiteraard de Nederlanders wel hebben geprobeerd het af te pikken, maar dat is nooit gelukt. Dat is uiteindelijk wel de Amerikanen gelukt die in 1892 met de Spaans-Amerikaanse oorlog (nooit van gehoord) Puerto Rico aan hun lange lijst met staten konden toevoegen.

.

Overigens is Puerto Rico niet een normale Amerikaanse staat en we hadden ons er vooral niet in verdiept hoe het precies zit, maar de US Border Protection is echt wel USA en er komt verschrikkelijk veel Amerikaans belastinggeld Puerto Rico binnen, maar ze mogen bv niet stemmen voor de US president.

Totdat ik de laatste dag voor vertrek in gesprek kwam met een lid van de afscheidingsbeweging. Ze vroegen of ik een petitie wilde tekenen voor onafhankelijkheid van P.R. want blijkbaar is het (of zien ze het) als kolonie van de VS. Toen ze hoorden dat ik uit Nederland kwam was dat natuurlijk ook helemaal fout want ook WIJ hebben nog steeds koloniën en toen ik bovendien nog eens wist te vertellen dat onafhankelijkheid niet zomaar geregeld was, met name op financieel gebied, deed dat uiteraard helemaal niet terzake. Ieder volk heeft recht op vrijheid, of ze dan te eten hebben is volstrekt niet van belang. (mijn vrije vertaling). Daar gingen we op een mooie zondagmiddag echt niet uitkomen!

Vanaf_het_fort Maar dat terzijde. San Juan is echt een oude stad en het is de oudste stad van de US, dus met name de forten vallen onder de ‘US National Parks en Historical Sites’ en zijn voor kapitalen erg mooi gerestaureerd. Verder is het vooral een oude Spaanse stad want uiteindelijk hebben de Spanjaarden het er 400 jaar voor het zeggen gehad, en oud San Juan is absoluut in zeer goede staat. Wat niet wegneemt dat ik persoonlijk vind dat oud San Juan "niet leeft", Irwin heeft daar minder moeite mee maar als ik het vergelijk met Cartagena dan leefde oud-Cartagena veel meer dan oud-SJ. En na lang nadenken heb ik geconcludeerd dat het ligt aan de universiteitsgebouwen die bezaaid lagen door oud Cartagena terwijl ze hier allemaal in een modern deel van de stad liggen en dat brengt natuurlijk een bepaald soort levendigheid met zich mee (of niet).

Naast het oude deel heb je de "Metro" San Juan, waar zo’n 700.000 mensen wonen. En dat ziet eruit als elke moderne stad met woonwijken voor alle inkomens, kantoorwijken en ook hier weer een supermoderne Amerikaanse Mall met 300 winkels waar Marijke wel zou willen wonen.

Neemt niet weg dat er ook een ongelooflijk groot aantal daklozen rondloopt. En waar je in veel steden ziet dat die mensen vooral geweerd worden in de toeristencentra, lukt dat hier echt niet en struikel je regelmatig letterlijk over een zwerver als je in de oude stad loopt. Dat moet echt een heel groot probleem zijn.

Wat ons daarentegen ook opviel is dat we ’s avonds in de appartementgebouwen zo weinig verlichting zagen. Nu kijken wij vanuit de boot op de flatgebouwen van de betere buurten, maar we vroegen ons regelmatig af waar al die mensen ’s avonds toch zijn. Blijkt dat een heel groot deel van die gebouwen leeg staat omdat ze exorbitante huurprijzen vragen. We waren nl in een museum waar ze ook een stedenbouwkundig overzicht van de buurt hadden en die mevrouw wist ons te vertellen dat als je op een normale eerlijke manier je geld verdiende, je op geen enkele manier een appartement daar in de buurt kon betalen en dat er dus inderdaad ongelooflijk veel leeg stond. Zij noemde bedragen van $ 5000 huur per maand. Als ik dat per maand kon verhuren ging ik in elk geval ook zeker niet in een appartement in San Juan zitten !

.

Kerst en Oud en Nieuw

Op Kerstochtend zijn we op het fietsje naar de mis in de kathedraal San Juan geweest en tot onze verbazing zaten we in dit zeer katholieke land in een kerk die slechts voor een kwart was gevuld. Wel vijf heren op het altaar inclusief de bisschop die na afloop ruim de tijd nam om te poseren voor alle toeristencamera’s. Met mijter, zonder mijter, in alle standjes, als een waar model.

We hebben bijna de hele mis uitgezeten en –gestaan en dat heeft me een weeklang zware rugpijn opgeleverd omdat we, natuurlijk lekker bezweet van het fietsen, expres flink op de tocht zijn gaan zitten in die kerk. Bij de preek begon het al. Zou dat toch de straf zijn voor ons kerkloos en losbandig leven?

Oudjaar hebben we gevierd aan boord bij onze Canadese buren. Omdat zij zeker wisten dat ze 12.00 uur niet zouden halen en wij daar ook niet van overtuigd waren, hebben we om 00.00 uur UTC ( 20.00 uur onze tijd) de champagne maar open gemaakt. Wij hebben 12.00 uur toch gehaald aan boord van Maru en hebben vandaar naar het vuurwerk in de stad gekeken. Er was op een aantal plekken georganiseerd vuurwerk en dat was erg mooi. Verder waren we voorbereid op veel klein vuurwerk want dat was al weken volop te koop in de supermarkten en warenhuizen, maar dat viel erg tegen, zeker als je het aanbod in ogenschouw neemt.

In Puerto Rico is het dan nog niet afgelopen met de feestdagen want eigenlijk is Driekoningen wat in Nederland Sinterklaas is: de cadeautjesdag voor kinderen. In San Juan werd dat ook uitgebreid gevierd in allerlei parken maar omdat we toch uiteindelijk wel de stad uit wilden, hebben we dat daar gemist. Op Culebra hebben we bij een school wel een activiteit gezien waar kinderen bepakt en bezakt naar huis gingen, maar het fijne hebben we er niet van meegekregen.

.

Palominos Spaanse Virgins

Na nieuwjaar zijn we richting Spaanse Virgins vertrokken omdat met name Irwin en ik na 2 weken het lawaai en de viezigheid van de stad beu waren. We lagen nl niet alleen net naast de terminal van de cruiseschepen, waar we overigens helemaal geen last van hadden want die parkeren werkelijk geruisloos in en uit, maar ook naast het vliegveld van de kleine vliegtuigjes. En daar was het een ongelooflijke drukte met af- en aanvliegen. Ik heb met mensen zitten bellen die vroegen of ik óp de landingsbaan stond, zoveel herrie produceren ook die kleintjes.

Bovendien werd aan de andere kant van de kade regelmatig een vrachtschip of tanker afgemeerd en dat doen ze dan bij voorkeur ’s nachts met behulp van 2 sleepboten. Het lijkt dan net of ze bij je binnen komen varen. We waren dus wel weer aan onafgebroken nachtrust toe.

Marijke zag meer in de verlokkingen van de stad maar uiteindelijk stemde ze met lichte tegenzin in om mee te gaan naar paradijselijke eilandjes., mits we voor vertrek weer een paar dagen in San Juan zouden zijn. Marijke houdt nl absoluut niet van zeilen.

Na 35 mijl zeilen, naderden we Palominos en zagen daar een schildpad van zeker een meter, zo groot hadden wij hem ook nog nooit gezien. We lagen daarna nog maar net aan een mooring en hadden nog geen tijd gehad om een biertje te pakken, of er kwam een dolfijn voorbij zwemmen. Toen vond Marijke dat het al een beetje leuker begon te worden!

.

Zondagmiddag_palominos Palominos op zondagmiddag is echt voor de locals! Het "vasteland" ligt op ruim 5 mijl afstand, dus een beetje motorboot is in een kwartiertje op Palominos. Daar gooien ze de boot met de achterkant naar het strand, voor en achter ankertje uit, muziek op hoog volume en dan kan de drank worden geschonken. Op de boot, maar nog liever achter de boot waar iedereen tot aan z’n middel in het water staat met een drankje in de hand. Meer heeft een mens daar niet nodig. En om 18.00 uur zijn ze allemaal weg want ze moeten voor het donker thuis zijn. Dan is de baai weer voor de 3 overgebleven zeilboten. Met de wetenschap dat het ’s nachts weer rustig is, genieten wij ’s middags lekker mee van de herrie.

.

Culebra Van daaruit zijn we naar Culebra gevaren, een tochtje van 4 uur. We lagen daar in Ensenade Honda een grote baai met erg veel mogelijkheden om te ankeren, maar Irwin koos de plek het dichtste bij de dinghysteiger zodat hij lekker kon roeien. Op zich ook een prima plek omdat we dicht bij het dorpje lagen en zo toch wat meer van het gewone leven meekregen. Een alternatief was om verder weg van het dorp, achter de riffen in mooi helder turqoise water en uitsluitend jachtjes om je heen te ankeren. Mooi vinden we, maar we vinden toch het dorpsleven leuker.

Culebra heeft een kleine vaste bevolking maar is vooral ook een vakantie-eiland. Veel dagtoeristen die met een veerpont vanuit Fajardo overkomen, een beetje het Waddenidee, en jongeren die lowbudget gaan kanperen bij Flamingo Beach aan de noordkant..

Cocofrio_in_de_regen_2 Wij zijn ook 2 keer naar Flamingo Beach geweest, je bent toerist of niet. Het is echt een zeer lang zandstrand aan een turquoise zee, dus het voldoet echt wel aan het beeld dat je bij de Maagdeneilanden hebt. De eerste dag was dan ook paradijselijk. De tweede dag was het wat bewolkter, maar tegen de tijd dat we daar heen waren gelopen, begon het te regenen om vervolgens niet meer te stoppen. We hebben er nog een tijdje uitgezeten met een coco frio en een lokale lunch, maar de foto spreekt boekdelen.

.

Daarna hebben we nog een paar tussenstops gedaan in onbewoonde baaitjes en was het tijd om de belofte aan Marijke in te lossen: terug naar de grote stad! Al het natuurgeweld van schildpadden, dolfijnen en andere vissen op de ankerplaatsen ten spijt.

.

San_seb San Seb

Ik had vaag ergens iets gelezen over een feestweekend in San Juan ergens in januari maar had dat niet bewust tot me door laten dringen. Dat gebeurde toen we met de bus de stad in reden. Ineens zag ik allemaal posters hangen met San Seb en San Sé, gesponsord door Heineken en andere drankmerken. Dat duidde op een feestje!

.

Bij een VVV-kiosk op de hoek van de straat ging ik mijn licht maar eens opsteken. Met elke vraag die ik stelde over de fiesta begon het meisje méér te stralen. Het was duidelijk dat zij geen minuut ging missen van dat vierdaagse festijn en uiteindelijk raadde ze ons aan datzelfde te doen. Het begon donderdagmiddag en zou bijna permanent doorgaan tot maandagochtend. Dat was mooi. Donderdag was Irwin jarig en de laatste dag van Marijke, die ging vrijdag weer terug. Wij waren eigenlijk van plan zaterdag te vertrekken maar het leek ons volstrekt geen probleem om daar maandag van te maken.

.

Maar wat een ramp: woensdagavond begon het te gieten, te gieten tot zaterdagmiddag. Wij vonden het onvoorstelbaar hoeveel water er naar beneden kwam, maar ook de locals hadden zoiets zelfs met een hurricane nog niet meegemaakt. Binnen een half uur hadden we 600 liter water opgevangen voor de watertanks!

Feestjes daar zijn in de openlucht, dus het viel letterlijk in het water.

.

Gelukkig hadden we op woensdag al een verjaardagstaart voor Irwin gekocht, dus die verjaardag kon in elk geval gevierd worden. Marijke en ik hadden een taart uitgekozen met de meest smerige Amerikaanse kleurtjes die je kon vinden, maar het smaakte best. De geweldige foto’s die we ervan hebben gemaakt zijn met het testen van het nieuwe fototoestel (cadeautje) helaas gedeleted. De rest van de dag hebben we doorgebracht aan boord met een verregend "campinggevoel".

Ook Marijke hebben we de volgende dag in de stromende regen naar het vliegveld gebracht.

.

Zaterdagmiddag leek het op te klaren en besloten we de stad in te gaan. We bleken niet de enigen te zijn! Er reden extra bussen van parkeerterreinen aan de rand van de stad, maar desondanks zaten alle toevoerwegen verstopt. In de stad was het een drukte van jewelste. Alles gericht op de straten rond Calle de San Sebastian waar vroeger ooit een kunstmarkt was begonnen die nu uitgegroeid was tot een giga landelijk evenement. Alle bier- en rumfabrikanten verkochten voor veel geld hun eigen merchandise waardoor de hele menigte aardig gekleurd was. Er liepen veel bandjes met voornamelijk percussie-instrumenten en daar liep dan telkens weer een menigte achteraan. Bovendien als je zelf een tamboerijn bij je had, ging je gewoon mee staan te spelen met zo’n bandje. Uiteraard veel drank- en eetstandjes en af en toe een podium voor een grote band. En het was erg gezellig!!

San_juan_speelt En_speelt En_danst Voor ons echt het toppunt van verbazig was een soort van line-dance die hele volksstammen op een plein stonden te doen. Op zaterdag zagen we het ontstaan toen Irwin op een bankje zat en ik wat foto’s liep te maken op het plein. Ineens stonden we alletwee te kijken naar een groepje van 7 mensen die in formatie stonden te dansen. Binnen een mum van tijd was het als een olievlek uitgebreid en al die er bijkwam, danste vrolijk mee. Ik probeer dan nog wat pasjes op de plaats te maken, maar Irwin kijkt en huivert. Zondagmiddag kwamen op datzelfde plein en toen stonden honderden mensen voor het podium datzelfde dansje te En_irwin_kijkt doen. En op allerlei andere plekken zag je kleine bewegende olievlekjes ontstaan. Ik dus vragen wat dat was en hoe het heette. Was blijkbaar een hele stomme vraag en ze konden me er ook geen antwoord op geven. Dat deed je gewoon, was blijkbaar net zo normaal als lopen. Wat ons verbaasde is dat ze het heel lang volhielden en dat het na afloop leek of mensen helemaal niet moe of bezweet waren. Het zag er ook allemaal moeiteloos uit als stapjes zetten (wel in de juiste volgorde, want het draaide ook allemaal tegelijkertijd om) Fascinerend om te zien.

We hadden er dus ook zeker geen spijt van dat we ons vertrek uit San Juan een paar dagen hadden uitgesteld.

.

Maandagochtend nog een laatste telefoontje naar het thuisfront en alles leek zeer wel, dus we konden op ons gemak de Virgins in en richting St Maarten varen.

Via een stop op Culebra zijn we naar St Thomas gevaren, een van de Amerikaanse Virgin eilanden. Helaas bleek niets veranderlijker dan een mens, want na de eerste dag St Thomas kon ik met spoed het vliegtuig naar Nederland nemen, waar mijn vader 10 dagen later is overleden. Irwin is 5 weken op St Thomas geweest terwijl ik in Nederland was.

WAT DEDEN WE DE AFGELOPEN MAANDEN

Geplaatst door: 24/12/2009

Otrabanda

Voor velen is er een groot gat tussen het voorlaatste bericht en het feit dat we nu weer aan het varen zijn. Anderen weten gedeeltelijk wat we gedaan hebben, maar ik zal proberen om het gat enigszins te dichten met de belangrijkste c.q. leukste wetenswaardigheden.

Nederland

Om te beginnen zijn we niet al die maanden in Curaçao geweest. Ook voor ons roept soms de plicht en dat betekent dat we van half juni tot half augustus in Nederland waren.

Die periode was zakelijk gepland omdat er per 1 juli één van de huurpanden leeg zou komen en er dus opgeknapt moest worden. Maar naarmate die datum naderde bleken de andere 2 huurders steeds meer problemen te hebben met betalen. Kort voordat we in Nederland kwamen, hoorden we dat één van de twee failliet was, dus nog weer een leeg pand erbij. In Nederland bleek dat nummer 3 nog wel een tijdje moeite zou houden met betalen ondanks betere vooruitzichten, maar ja daar kunnen wij geen brood voor kopen bij de bakker. Dus voor nummer 3 hebben we een kort geding opgestart. Betalen of vertrekken was de boodschap. Op de ochtend van het kort geding ging hij betalen!

Dus waar wij hadden gedacht dat 2 maanden ruim de tijd was om wat zakelijke dingetjes te regelen en vervolgens nog genoeg tijd over te houden voor de leuke dingen en de sociale contacten, is Irwin bijna fulltime bezig geweest met gepland onderhoud aan de panden en het opknappen van door anderen achtergelaten troep en beschadigingen. Ik heb ik vooral veel dossieropbouw gedaan voor een rechtszaak en een hoop ander administratief geneuzel.

Verder was ik gemiddeld twee dagen per week in Brabant waar ik als een witte tornado het appartement van mijn vader heb gereorganiseerd en verder heb getracht wat quality time met de familie te besteden.

Al met al zijn die maanden omgevlogen en als ik eerlijk ben heb ik er geen leuk gevoel aan over gehouden. Er moest teveel en er was te weinig tijd om genoeg mensen op te zoeken en daar had ik me wel heel erg op verheugd. Gelukkig is het bij de meesten wel zo dat je het gewoon weer oppakt waar je het een jaar of langer geleden hebt afgebroken, maar ik had er nog wel meer mensen willen ontmoeten.

Overigens was toen ook wel heel duidelijk dat we in het domino-effect van de crisis terecht waren gekomen. Onze inkomsten waren tot 1/3 teruggebracht en dat betekende dat we vanaf dat moment uit onze reserves moesten gaan leven. We wisten dat we dat met al onze vaste lasten in Nederland ruim een jaar konden volhouden en besloten dus om weliswaar zuinig aan te doen, maar pas in april 2010 een beslissing te nemen over hoe verder met de zeilerij.

Dat een paar maanden later de DSB om zou vallen, was nog een beetje extra slagroom op de taart. Het gros van onze reserves stond daar en daar konden we voor het gemak maar eventjes niet bij.

Maar zoals een ongeluk nooit alleen komt, valt geluk ook meestal samen. Op de dag dat in december een nieuw huurcontract werd getekend, stonden ook de spaarcenten weer op rekeningen waar we wel geld vanaf konden halen. Dus de wereld ziet er nu na maanden toch weer anders uit.

Marijke_in_dolphin_encounter

Bezoekers in Curaçao

Zo druk als vorig jaar hebben we het niet gehad, maar er kwamen toch nog wel een paar logées.

Marijke kwam al een paar dagen nadat we weer uit Nederland terug waren gekomen. Ze kon deze keer maar 10 dagen blijven omdat het studiejaar weer begon. Eind september kwam Cornelie een weekje. Die week viel samen met een week dat ik op een huis kon passen. Omdat het vorig jaar veel regende in die periode leek het mij wel handig om in een huis te zitten. Met veel regen is een boot warm en klein.

Uiteindelijk hadden we gelukkig mooi weer en is het idealistische van een huis in de tropen er ook wel af. Het was daar echt warmer als op de boot. Waar ik op de boot altijd loop te zuchten te steunen als ik ’s avonds moet koken, liep het zweet me in dat huis niet in straaltjes maar in rivieren langs mijn rug. ’s Nachts idem dito. Zo’n boot ligt dan toch echt veel meer op de wind en geeft meer koelte. De gemakken van een grote koelkast en een WC die gewoon doorspoelt zonder te pompen zijn dan ook relatief (zeker omdat hier de WC altijd verstopt zat!)

Het leuke van logées is dat je dan toch ook weer eens de toeristische dingen op het eiland gaat doen. En hoewel we er natuurlijk toch al een tijdje zitten, slagen we er elke keer weer in om nieuwe dingen te ontdekken zodat het ook voor ons nog steeds een ontdekkingstocht blijft.

Dat we aardig ingeburgerd raakten op Curaçao merkten we als we op het vliegveld waren om mensen op te halen of weg te brengen. We kwamen daar elke keer zeker 3 bekenden tegen. Curaçao is een dorp en dat merkten we als we vorig jaar op de airport stonden en zagen dat iedereen, iedereen kende. Inmiddels is duidelijk dat we ook tot de incrowd behoren en hebben altijd wel wat bij te praten als we op iemand staan te wachten.Sully

Sully, de pilot-whale

Een pilot-whale is een griend en dat is een kleine walvissoort. Ze kunnen 6 tot 9 meter lang worden. Sully was een jonkie van ca 3 jaar en ruim 3 meter lang en is half juli zijn groep kwijtgeraakt en aangespoeld op het strandje bij Jan Thielbaai. Sully had het geluk dat dat vlakbij het sea-aquarium was, waar veel deskundigheid is over dolfijnen. En walvissen en dolfijnen zijn nauw verwant. Dus de staf van het sea-aquarium is alle moeite gaan doen om Sully te redden. Het beest was volledig uitgedroogd en uitgehongerd en sterkte na een paar weken weer aan. Al die tijd zwom hij rond in een afgezet deel van de baai en er was 24-uur vrijwillige oppas bij. Doel was om hem uit te zetten als hij weer beter was en er een groep grienden voorbij kwam, want het zijn groepsdieren en alleen zou hij niet overleven.

Omdat Jan Thielbaai niet zover van het Spaanse Water ligt, heeft op een gegeven moment een zeiler zich het lot van Sully aangetrokken en om vrijwilligers gevraagd die op wilden passen omdat het originele vrijwilligersbestand naar mate de tijd verstreek, wat uitdunde.

Ik ben toen ook maar gaan whale-sitten. Op dat moment was Sully helemaal hersteld en was het wachten op een groep. Normaalgesproken ben ik niet zo’n dierenmens maar het was toch wel erg leuk om elke keer zo’n 3 uurtjes op hem te letten. Per keer was zijn stemming duidelijk anders, soms sloom en lui, dan weer baldadig en ging hij in de beperkte ruimte zijn grenzen verkennen, dan weer aanhankelijk en speels. Behalve op de whale moesten we ook op de mensen op het strand letten, want die vonden het altijd spannend om op de steigers te staan of zelfs er tussen te gaan zwemmen terwijl die dingen door de golven echt heftig bewogen.

Whalesit

Op de foto loop ik met een bezem, die was om Sully te scrubben. Normaal wrijven die beesten tegen elkaar aan om dode huidcellen te verwijderen, nu moesten wij dat doen met een bezem en daar kon hij erg van genieten.

Elke ochtend werd hij uitgelaten en zwom hij met een motorboot een heel eind de zee op en elke keer was het ook weer geen probleem om hem terug het bassin in te krijgen.

We hebben één poging meegemaakt dat er een groep in de buurt was en men trachtte Sully terug te zetten, maar dat is toen niet gelukt. Sully dook niet mee toen de hele groep onderdook, maar toen zagen ze ook dat ’n ander jong bovenbleef die door zijn moeder werd opgehaald. Blijkbaar toch iets van angst bij die jonge beesten en wellicht de reden waarom hij zijn groep verloren is. Toen we vertrokken was het nog steeds wachten op een langskomende groep.

Voor recente info over Sully zie www.sccnetwork.org

Sporten

We zijn zelfs echt aan het sporten gegaan. We maakten af en toe wel een behoorlijke wandeling maar heel veel meer aan lichaamsbeweging deden we niet dankzij de auto. Vorig jaar dook of snorkelde Irwin nog wel regelmatig, maar sinds hij die perforatie in zijn trommelvlies heeft gehad en daarna regelmatig een oorontsteking, is daar de lol ook een beetje vanaf. Dus de conditie werd minder en het vet zakte steeds meer uit. Tijd om er wat aan te doen. Dus we zijn 2 x in de week gaan fitnissen bij Asiento, de sportclub waar ook de zeilhaven deel van uit maakt. Ooit was het de sportvereniging van de Shell, nu van de Isla, maar feitelijk kan iedereen lid worden. Het is allemaal van een reeds lang vergane glorie, maar het was wel een prima sfeertje om te sporten. Curaçao heeft de strijd tegen obesitas aangebonden en Asiento ging daarin mee met een “Gezond Leven”programma. Dus nadat we ons hadden ingeschreven moesten we bij de ”Coach” komen. Irwin had geen zin, dus die stuurde mij er alleen op af en ik kreeg ruim een kwartier allerlei informatie over me heen over hoe ik gezond moest leven, wat we wel en niet moesten eten en een kilo papier met allerlei adviezen in het Papiaments. Aan het eind van het verhaal moest ik op de weegschaal en ging er een centimeter om mijn taille (welke taille?). Over een maand terugkomen! De “coach” die me dat allemaal vertelde was 60, kwam tot mijn schouders en kogelrond. Het was echt een komisch nummer! Overigens moest Irwin wel aan de meetlat.Uiteindelijk kon het de pret niet drukken en hebben we er een aantal maanden heel gezellig gesport.

Werken

Uiteraard werd ook nu weer regelmatig van de diensten van Irwin gebruik gemaakt en heeft hij weer wat grotere en kleinere klussen op diverse boten gedaan. Ik ben in oktober nog 2 weken onverwacht naar Nederland geweest en toen ik terugkwam, droeg Irwin bijna dagelijks een handjevol dollarbiljetten af. Hetgeen mij de uitspraak ontlokte:”Irwin, zo snel kan ik het niet uitgeven!”Ik heb nog steeds geen talent ontwikkeld waar ik hier geld mee kan verdienen maar ik begin inmiddels aardig bedreven te raken in het naaiwerk. Niet dat ik enige aspiratie koester om me daar verder in te bekwamen want ik zie het als een heilig moeten, maar inmiddels heb ik een keurige nieuwe bimini (zonnetent) afgeleverd en weer een nieuwe hoes voor de dinghy gemaakt. En ik moet zeggen, oefening baart kunst, want het zit allemaal een stuk beter in elkaar dan de dingen die ik vorig jaar had geproduceerd en ik begin te snappen hoe je met die grote lappen moet werken. Maar het blijft een gehannes met die grote lappen in de kleine boot op een huishoudnaaimachientje. Daarom heb ik ook veel op het terras van de bar zitten werken waar ik wat grote tafels tegen elkaar kon zetten en dan elke keer de hele handel in de dinghy naartoe sleepte.Een andere klus die een groot deel van de mensheid als hobby beschouwt, maar die ik echt als heel vervelend werk zie: Het gebruiksklaar maken van 2 nieuwe laptops en 1 laptop met een virus opnieuw installeren. Vroeger op mijn werk had ik een afdeling automatisering met een helpdesk en thuis meestal ook wel “een mannetje”, dat is er sinds 2,5 jaar helemaal af. Dus alles aan die computer moet ik zelf doen. Inmiddels kan ik ook heel veel zelf en doe ik het ook, weliswaar nog steeds soms met hulp van anderen, maar eerlijk is eerlijk, wat een K-klus is dat. Ik snap echt niet dat mensen dat leuk vinden ondanks het feit dat ík in elk geval veel beter snap wat ik moet doen en inmiddels net zo makkelijk programma’s download en installeer. Het is dus ook echt een van de redenen dat ik geen stukjes meer heb geschreven. Als je een halve dag achter dat ding zit, heb je daarna geen zin meer om je mail te beantwoorden of om iets te schrijven, er zijn dan al genoeg computeruren gemaakt En het waren veel halve dagen …….

.Daewoo_racer_te_koopVerkoop auto

Een van de stappen die we moesten nemen voordat we vertrokken, was de verkoop van de auto. Dat is dan echt iets dat je zo lang mogelijk uit wilt stellen, maar aan de ander kant wil je ook niet vertrekklaar zijn en nog met die auto in je maag zitten. Dus voordat ik naar Nederland vertrok eind oktober had ik al affiches gemaakt om overal op te hangen en zowaar, Irwin had ze ook daadwerkelijk opgehangen net voordat ik terugkwam. Nog wat advertenties in de viavia en een oproep op het netje deden de rest. Uiteindelijk is hij verkocht aan iemand van de ankerplaats en mochten we er tot het laatst toe gebruik van maken, dus dat was wel heel handig.Maar net daarvoor moest die auto nog naar de jaarlijkse keuring. Daar hadden we al veel over gehoord en aangezien het natuurlijk een oude auto was (15 jaar) hadden we hem het liefst voor die datum verkocht, maar helaas dat zat er niet in. Dus Irwin mocht dat hele circus nog meemaken. Er is één keuringsstation op het eiland, je maakt een afspraak en met jou staan er dan tientallen anderen die ochtend in de file te wachten. Je hebt van tevoren bij het maken van de afspraak een hele lijst gekregen van alle punten die ze keuren. Nou in de praktijk valt het mee: de lampen moeten aan- en uit, de richtingaanwijzers en vervolgens moet je uit de auto en stapt de keurmeester in. Die rijdt in volle vaart de keuringshal in en trapt op de rem. Staat hij stil, dan is de auto goedgekeurd en vliegt hij tegen de muur dan zijn je remmen afgekeurd en zit je auto in elkaar! Wij kregen gelukkig weer een nieuwe keuringskaart. Ik ben een keer langs de weg aangehouden door de politie voor een routinecontrole, nou die doen dat een stuk uitgebreider!De laatste dag heb ik met de koper nog een rondje langs alle instanties gemaakt om die auto op zijn naam te zetten. Wij hadden dat nog nooit zelf gedaan want we hadden dat beide keren helemaal door de garage laten verzorgen, maar ik kende het traject inmiddels en wilde het zelf ook nog wel eens meemaken.Ik eerst naar het belastingkantoor om een formuliertje te halen. Formuliertje invullen en laten tekenen door koper en verkoper. Vervolgens formuliertje weer afgeven op het belastingkantoor. Met gestempelde kopie van formuliertje naar keuringsstation. Krijg je een nieuwe keuringskaart. Dan naar de verzekering om auto te laten verzekeren. Als dat gebeurt is, weer naar het belastingkantoor om die auto op naam te laten schrijven. Je rijdt nog net niet het halve eiland over, maar je moet gemiddeld wel overal lang wachten en het streven is dan ook altijd om vroeg te beginnen, zodat je het binnen 1 dag kunt halen. Vooral het keuringsstation kan kritiek in de tijd zijn. Als je daar om 10.00 uur binnenkomt, je 2 uur hebt gewacht en ze zijn aan hun lunchpauze toe, dan moet je echt om 14.00 uur terugkomen. Gelukkig hadden wij om 11.30 het keuringsstation gehad en dan is de rest wel haalbaar. Het hele traject is gericht op handje contantje. Op zich een goed systeem, alles contant vooruit betalen. Heeft niemand later moeite om achter z’n geld aan te zitten of te grote schulden te betalen.

5 minuten worldfamous in Curaçao

Was ik, maar met name mijn stem, al worldfamous op het Spaanse Water omdat ik nog steeds minimaal 1 x per week het ochtendnetje deed, ik heb zelfs de lokale radio gehaald! Cornelie en ik zaten in de bar van Asiento te wachten tot Irwin ons op zou halen met de dinghy en ik had hem proberen te bellen met de telefoon van de bar.Dus toen die telefoon even later ging dacht ik, daar zul je Irwin hebben. Willy de eigenaar nam op en snapte niet helemaal waar het over ging, dus die dacht dat het wel voor mij zou zijn. Ik nam de telefoon over en zei nietsvermoedend Hoi maar het bleek een DJ van een van de lokale=eilandradio’s te zijn. Gelukkig had ik vrij snel door waar het over ging, hij stelde wat vragen en zei en passant “O ja, je bent nu live op de radio”. Ik heb me er geloof ik wel netjes doorheengeslagen en hoorde later op het happy hour dat mensen helemaal in een deuk hadden gelegen toen ze mij ineens op hun autoradio hoorden terwijl ze in de file zaten. Helaas, ik ben niet ontdekt als de nieuwe Dushi.

Hurricane-seizoen

De reden dat we zo’n half jaar in Curaçao liggen heeft alles te maken met het hurricaneseizoen dat zich normaalgesproken in het Caribisch gebied afspeelt. Dit jaar was het een zeer mild seizoen. Nog geen 10 hurricanes met een naam en zelfs die mochten nauwelijks een naam hebben, want (gelukkig) hebben ze nauwelijks schade aangericht. Dan was vorig jaar wel anders. Dat betekende ook in Curaçao beduidend ander weer dan vorig jaar. Veel minder regen, meer wind en, ondanks de wind, toch erg warm.

Sully_in_jan_thiel_baaiVogelvlucht

Dat was een vogelvlucht door ruim 6 maanden Curaçao en Nederland. Ik zal vanaf nu weer keurig proberen om ongeveer elke maand een stukje te produceren. Dat is ook een stuk makkelijk als we rondtrekken dan dat we ergens zo lang liggen. Want dan is het toch meer als het gewone leven. Je hebt je ritme, doet je ding en voor ons zijn dingen al snel weer heel gewoon. Als je bezoekers hebt, zie je het wel weer even door de ogen van een nieuwkomer met ook de nieuwswaarde van dien.